Ik hield van roken en in een café werken

Mijn moeder had een abonnement bij een postorderbedrijf voor boeken. Het abonnement hield in dat ze voor een vaste prijs elke maand een boek moest bestellen om haar eigen collectie aan te vullen. Als mijn moeder haar maandelijkse quota niet dreigde te halen, mocht ik ook boeken bestellen. De catalogus van het bedrijf was van glad, dun papier en zag er vanbinnen met zijn glanzende foto’s en korte beschrijvingen hetzelfde uit als de catalogus van de Intertoys. Veel boeken en schrijvers kende ik niet, en bleken bij aankomst toch niet zo leuk als ik gehoopt had.

Eén boek is me wel bijgebleven, Filosofie voor de jonge denkers. Het was een groot boek met binnenin veel kleurenillustraties en grote letters. Ik was er heel blij mee, maar begreep er vrij weinig van. Hypathia van Alexandrië (ca. 355-415) die op haar strijdwagen door Alexandrië reed sprak tot mijn verbeelding, maar wat ze precies bedoelde met haar filosofie over ‘de Ene’ en haar sterrenkunde begreep ik niet.

Verderop in het boek stonden Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir geschaard onder het tijdvak 1945-1960 en voor het gemak samen in een café afgebeeld. Sartre had een sigaret in zijn mondhoek en er liep een rechte zwarte lijn van zijn gezicht naar een tekstvak buiten de illustratie. “Hij hield van roken en in een café zitten”, stond er in het kader. Achter Sartre was een ober in overhemd en gilet getekend, maar hij was getekend als een levensgroot kartonnen bord, zijn rug werd gestut met houten balken. Er liep ook een rechte zwarte lijn van de ober naar een tekstvak. “Sartre vond dat mensen die altijd hetzelfde deden, niet echt leefden.”

Gisteravond werd ik tijdens mijn werk aangesproken met “mevrouwtje”. Ik draaide mij om en keek de klant, de man, in zijn ogen. “Mevrouwtje?” herhaalde ik zonder op mijn toon verder veel nadruk te leggen. De man schrok voor zijn woordkeuze en we raakten in gesprek over hoe je een serveerster het best kon aanspreken. Uiteindelijk schudden we elkaar de hand. “Berend Jan”, “Mira”, “Aangenaam”. Het was toen dat ik moest denken aan de kartonnen ober wiens rug gestut wordt door houten balken. Ik kon niet stellen dat ik niet echt leefde, zoals Sartre misschien wel zou stellen aan de hand van hoe hij overkwam in mijn kinderboek, maar het voelde wel alsof ik iets minder leefde. Als ik werk en rondloop ben ik eigenlijk een rondlopend object. Ik heb constante interactie met mensen maar geen echte menselijke interacties. We zien elkaar binnen een kader van vastgestelde regels en wetten.

Bij het afrekenen –“Meneer, als u wilt pinnen dan graag bij de bar.”- vroeg Berend Jan wat ik het leukst vond aan dit werk. Ik wist niet wat ik moest antwoorden, en zei dat ik het pas een paar weken deed. “En wat doe je in het echt?” was zijn laatste vraag.

257789_351428901605513_26271548_oZondagblogger Mira Aluç (Schiedam, 1993) doorliep de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag en debuteerde in Tirade 459 met het kortverhaal Eila.

"Foto van Mira Aluç"
Mira Aluç

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

In de Oorshop

Tekenen

DrawingHandsRecentelijk leerde ik twee goede trucs om wat beter te tekenen: de eerste is éen oog dichtknijpen en een potlood met gestrekte arm voor je houden. Je kunt nu de afstanden van je object goed meten en zo op papier overbrengen. De tweede is belangrijker voor me. Het is het bewustzijn dat je ogen je bedriegen. Dat je kennis over het oppervlak van de stoel op drie meter afstand die je aan het tekenen bent, ervoor zorgt dat je dat oppervlak steeds te groot tekent, hoewel het perspectief gebiedt dat dat veel kleiner wordt. Ik ben heel verbaasd over de hardnekkigheid van je eigen geest om niet dat op papier te brengen wat je ziet: maar dat hoe je denkt dat het is. En heel gelukkig over hoe kennis van dit fenomeen uitpakt, als het je met moeite lukt dat element echt zo klein te tekenen als je het ziet, heb je een veel betere tekening gemaakt dan je ooit eerder deed.

Ik hang de theorie aan dat veel mensen een verhaal van hun leven maken. Dat narratieve technieken een filosofisch grondbeginsel zijn voor acceptatie van hoe ons leven is. Dat iedereen dus aan zijn eigen leven schrijft. En bij uitbreiding, dat wie besluit uit het leven te stappen zijn verhaal niet rond krijgt. Maar als onze zintuigen al gewend zijn ons zo te bedriegen bij het tekenen van een stoel, hoe vertrouwenwekkend zijn ze dan in het waarnemen van je eigen bestaan? We zitten opgesloten in een apparaat dat geprogrammeerd is te overleven, maar dat niet noodzakelijkerwijs de wereld waarin we leven goed weergeeft.

Als we ons leven als een verhaal opbouwen, dan moet lezen helpen dat vaardiger te kunnen. En dan moet afwijkende boeken lezen helpen te accepteren dat de gebeurtenissen die je overkomen en waarvan je dacht dat ze niet zouden passen toch een goede rol kunnen spelen in je eigen verhaal.

En zo niet dan is het lezen van zo’n niet passend boek tenminste een witregel, een moment van vertelrust in het verhaal dat je leven aan het worden is.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Joost Zwagerman

images

Vandaag op deze plek geen column. Wat een vreselijk nieuws. De redactie wenst de nabestaanden van Joost alle sterkte toe.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Nabijheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERA“In the last years of his life, Soviet film director Andrei Tarkovsky lived in Stockholm, working on The Sacrifice. He was given an office in the same building in which Ingmar Bergmann, who at that time still lived in Stockholm, had his. Although the two directors had deep respect and supreme mutual admiration, they never met, but carefully avoided each other, as if their direct encounter would have been too painful and doomed to fail on account of the very proximity of their universes.”

Slavoj Zizek (2009), Violence. London: Profile Books. 

Wytske Versteeg schreef Dit is geen dakloze, De Wezenlozen en Boy. Haar nieuwe roman, Quarantaine, verschijnt deze herfst.

Stof op zeep

In het toilet van mijn oma staan twee beeldjes van twee beertjes, één in meisjesroze en één in grasgroen. In haar vorige huis stonden deze beeldjes ook in het toilet, maar toen naast een fles eau de Cologne op een plankje aan de muur. Nu staan ze op het witte kastje waar mijn oma haar handdoeken in bewaart. Op zich niets vreemds aan, ware het niet dat deze twee beeldjes van zeep zijn.

Op het dressoir in de woonkamer staan ook twee kandelaars met ieder een kaars. De kaars past bij de kandelaar, in dezelfde kleur goud en met hetzelfde barokpatroon in het oppervlakte gegutst. Toch zie je aan de witte lonten dat het kaarsen zijn. Ze staan er al 12 jaar, maar mijn oma zal ze nooit ontsteken, net als dat ze nooit de zepen beeldjes zal gebruiken om haar handen mee te wassen.

Deze zomer las ik De onschuld van voorwerpen, de “museumcatalogus” van Het Museum van de Onschuld in Istanbul. Het museum is opgericht door schrijver Orhan Pamuk en gebaseerd op zijn gelijknamige boek Het Museum van de onschuld. Ik schrijf museumcatalogus tussen aanhalingstekens, omdat het geen gewone museumcatalogus is. Natuurlijk, het was te koop bij het museum en er staan foto’s van het museum en de collectie in, maar het boek is meer een reconstructie van de totstandkoming van het museum als mede een hevig pleidooi voor de oprichting en uiteindelijke inrichting daarvan. Voor degenen die het boek Het Museum van de onschuld niet hebben gelezen; heel kort gezegd is het een tragisch liefdesverhaal tussen een man en zijn verre familielid waar de man gedurende de loop van het verhaal persoonlijke, maar vooral alledaagse objecten van de vrouw steelt om zijn liefdeswee te stelpen. Het daadwerkelijke museum in Istanbul fungeert als een display van deze objecten, maar probeert ook een weergave te zijn van Istanbul in de jaren ’70.

4213 uitgedrukte sigaretten in het Museum van de Onschuld. Bron: http://en.people.cn/mediafile/201209/13/ F201209131638003128818005.jpg

 

De grens tussen roman en realiteit, tussen hoofdpersoon en schrijver is vaag en wordt steeds vager hoe langer je het verhaal leest. Die steeds vager wordende grens bereikt zijn hoogtepunt wanneer je de ‘werkelijke’ objecten eenmaal in het museum ziet. Toen ik het museum twee jaar geleden bezocht, zag ik vitrines met half opgegeten ijshoorntjes, massaal geproduceerde asbakken voor reclamedoeleindes en 4213 uitgedrukte sigaretten, allemaal aangeraakt door of geassocieerd met de vrouwelijke geliefde Füsun. Voorwerpen die zijn gebruikt en die hun bedoeling hebben gediend.

Voor mijn gevoel is een connectie tussen de gebruikte voorwerpen in de museumvitrines en mijn oma en de spullen in haar huis die ze nooit zal gebruiken zoals ze zijn geproduceerd, maar misschien is het een tegengestelde parallelle beweging. Waar het museum en zijn catalogus zijn dierbaarheid jegens een bepaalde tijd aan wil geven, en die onherroepelijkheid lijkt te vieren als een schrijnend genot, hebben de kaarsen en de zeep voor zowel mijn oma als voor mij een tijdloosheid bereikt. Natuurlijk hebben zij uiterlijke of materiële kenmerken die je weer zou kunnen terugplaatsen in een tijdvak met bijbehorende sociale status, maar door hun onbruik en vaste plek in het huishouden, zijn ze daar los van komen te staan, en zullen dus daarom nooit gebruikt worden.
Twee voorwerpen -een uit het Museum van de onschuld en een afkomstig uit het huishouden van mijn oma- kunnen elkaar vinden in dezelfde status die zij bereikt hebben, dat van een museaal object dat enigszins misplaatst aanvoelt, bijna-museaal. Aan de ene kant staat de kweeperenrasp van Füsuns moeder waarvan het metaal verkleurd is en deuken heeft door het veelvuldig gebruik, geplaatst in een eigen glazen vitrine (nr. 66 van in totaal 74 vitrines), en aan de andere kant staan de twee beeldjes van zeep in het toilet van mijn oma, onbeschermd maar toch onaanraakbaar omdat ze al te lang wachten om gebruikt te worden.

257789_351428901605513_26271548_o

Zondagblogger Mira Aluç (Schiedam, 1993) doorliep de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag en debuteerde in Tirade 459 met het kortverhaal Eila.

 

"Foto van Mira Aluç"
Mira Aluç

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

De buik van de dood

De Pommern in het Finse Mariehamn

In het Finse Mariehamn, een stadje op Åland, een archipel in de Botnische Golf  ligt de Pommern, een van de laatste grote zeilschepen voor de commerciële vaart. Het schip voer in de vroege jaren dertig nog regelmatig naar Australië om daar graan te halen en in Engeland te verkopen. Ik tuimelde onmiddellijk toen ik er anderhalve  maand geleden rondliep de nautisch glossery in.

Thuisgekomen deed ik twee dingen: ik bestelde The last Grain Race van Eric Newby over deze schepen en de tochten naar Australië, en ik blies het stof van mijn Moby-Dick.Gaff, furl, avast, scuttle, transom’, het is een handvol van de scheepsladingen termen in Moby-Dick die alleen al de charme van het boek uitmaken.

61HCd1NnheL._SY344_BO1,204,203,200_Vorige week kreeg ik Robert McFarlane’s Landmarks in handen, een mooi gebonden boek van uitgever Hamish Hamilton waarin de schrijver woordenlijsten verzamelt die te maken hebben met de beschrijving van natuurlijke fenomenen in het landschap. De reden voor mijn woordenliefde wordt in het voorwoord goed samengevat: “A common language – a language of the commons, is getting rarer. And what is lost along with this literacy is something precious: a kind of word magic, the power that certain terms possess to enchant our relation with nature and place.’ En verder: … the euphonious vocabulary of the natural wold – words which do not simply label an object or action but in some mysterious way become part of it.’

Zowel de scheepstermen in Herman Melvilles klassieker als de enorme verzameling landschappelijke fenomenen (lade, cos-shruth, burraghlass, bukli-tan, cowlease, dallop) in MacFarlanes woordenlijsten helpen eenvoudigweg beter te kijken naar wat je zonder kennis van de woorden vaak niet kunt zien. Dat is al een deel van het mysterie, de magie, deze woorden stellen het aangeduide aanwezig.

GouldsBookOfFishMelville heeft in zijn boek nog een extra laag aangebracht. Niet slechts nauwkeurige beschrijving van zeemansfenomenen, maar de grote vis als een beeld voor… Ja voor van alles. Ik weet drie boeken die ik heel goed vind waarin de vis (oké: een walvis is geen vis) een meer dan zijdelings rol speelt, ik was er alle drie de keren blijvend van onder de indruk. Aquarium van David Vann,  Gould’s Book of Fish: A Novel in Twelve Fish  van Richard Flanagan.

Drie voorbeelden van schrijvers die precisie laten prevaleren, een nauwkeurigheid in taal die op zich al enerverend is, maar ook nog een manier wisten te bedenken om een niet voordehandliggend onderwerp  een zelfstandig uitgewerkte literaire plek in het verhaal te geven.

aquariumEn nu zit ik midden in een fantastische preek in een kapel voor zeelieden  over Jona, de Oudtestamentische ongelukkige die in een zeemonster belandt.

U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee.
Door kolkend water ben ik omgeven,
zwaar slaan uw golven over mij heen.
[…]
Het water stijgt tot aan mijn lippen,
muren van water storten op mij neer,
zeewier om mijn hoofd verstikt mij.

 

Water boarding avant la lettre!

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Julien Ignacio"
    Julien Ignacio

    De Nederlands-Arubaanse schrijver Julien Ignacio (1969) studeerde af als literatuurwetenschapper. Hij publiceerde theaterteksten, blogs en korte verhalen. In 2008 ontving hij de El Hizjraliteratuurprijs voor zijn toneelstuk Hotel Atlantis. Hij was redacteur van literair tijdschrift Tirade en is bestuurslid van de Werkgroep Caraïbische Letteren. In 2018 verscheen zijn debuutroman Kus (nominatie Bronzen Uil). Met collega-schrijvers Michiel van Kempen en Raoul de Jong stelde hij Dat wij zongen samen, een bloemlezing Caraïbische literatuur die in 2022 uitkwam bij uitgeverij Das Mag. In september 2023 verscheen zijn tweede roman Goudjakhals, een kralenketting van historische en futuristische migrantenverhalen, die zich afspelen in onder meer Amsterdam en Aruba, Beiroet en Lesbos.

  • "Foto van Sem van de Graaf"
    Sem van de Graaf

    Sem van de Graaf (2002) schrijft absurde verhalen die uit de bocht vliegen en toch een sterke moraal communiceren. Zijn werk is komisch, vervreemdend en oprecht.Hij studeert af van Writing for Performance aan de HKU met het lange filmscenario ‘Een stoel, de dief en Elske’ en zijn onderzoek ‘Handen’. Verder schrijft hij toneel voor verschillende groepen, waaronder zijn eigen collectief ‘bröd’ waarmee hij met de gelijknamige voorstelling in Zaal 3 stond. Zijn VHS-korte films stonden op het Rotterdams Open Doek en het Gouds Filmfestival, waar hij de prijs won voor Beste Film Jong Talent.

  • "Foto van Menno Hartman"
    Menno Hartman

    Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.