A happy vicar

"A happy vicar I might have been
Two hundred years ago
To preach upon eternal doom
And watch my walnuts grow"

... mijmert Orwell in zijn essay Why I write. 
In plaats van een happy vicar werd hij schrijver, zoals hij altijd 
al had geweten dat hij zou worden, zelfs toen hij zich tegen dat idee 
verzette. Alle schrijvers zijn verwaand, egocentrisch en lui, 
schreef Orwell, en het is een mysterie waarom ze eigenlijk schrijven. 
Het schrijven van een boek is een 'verschrikkelijke, uitputtende 
strijd', en niemand zou daaraan beginnen die niet door de een 
of andere demoon bezeten was. Wat voor demoon dat is? 
Misschien niet zoveel anders dan wat een baby bezielt 
die om aandacht schreeuwt. En tegelijkertijd vereist
het schrijven van iets leesbaars het bijna volledig 
uitwissen van de persoonlijkheid; een goed boek is 
een venster op de wereld.

In de Oorshop

Ik hield van roken en in een café werken

Mijn moeder had een abonnement bij een postorderbedrijf voor boeken. Het abonnement hield in dat ze voor een vaste prijs elke maand een boek moest bestellen om haar eigen collectie aan te vullen. Als mijn moeder haar maandelijkse quota niet dreigde te halen, mocht ik ook boeken bestellen. De catalogus van het bedrijf was van glad, dun papier en zag er vanbinnen met zijn glanzende foto’s en korte beschrijvingen hetzelfde uit als de catalogus van de Intertoys. Veel boeken en schrijvers kende ik niet, en bleken bij aankomst toch niet zo leuk als ik gehoopt had.

Eén boek is me wel bijgebleven, Filosofie voor de jonge denkers. Het was een groot boek met binnenin veel kleurenillustraties en grote letters. Ik was er heel blij mee, maar begreep er vrij weinig van. Hypathia van Alexandrië (ca. 355-415) die op haar strijdwagen door Alexandrië reed sprak tot mijn verbeelding, maar wat ze precies bedoelde met haar filosofie over ‘de Ene’ en haar sterrenkunde begreep ik niet.

Verderop in het boek stonden Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir geschaard onder het tijdvak 1945-1960 en voor het gemak samen in een café afgebeeld. Sartre had een sigaret in zijn mondhoek en er liep een rechte zwarte lijn van zijn gezicht naar een tekstvak buiten de illustratie. “Hij hield van roken en in een café zitten”, stond er in het kader. Achter Sartre was een ober in overhemd en gilet getekend, maar hij was getekend als een levensgroot kartonnen bord, zijn rug werd gestut met houten balken. Er liep ook een rechte zwarte lijn van de ober naar een tekstvak. “Sartre vond dat mensen die altijd hetzelfde deden, niet echt leefden.”

Gisteravond werd ik tijdens mijn werk aangesproken met “mevrouwtje”. Ik draaide mij om en keek de klant, de man, in zijn ogen. “Mevrouwtje?” herhaalde ik zonder op mijn toon verder veel nadruk te leggen. De man schrok voor zijn woordkeuze en we raakten in gesprek over hoe je een serveerster het best kon aanspreken. Uiteindelijk schudden we elkaar de hand. “Berend Jan”, “Mira”, “Aangenaam”. Het was toen dat ik moest denken aan de kartonnen ober wiens rug gestut wordt door houten balken. Ik kon niet stellen dat ik niet echt leefde, zoals Sartre misschien wel zou stellen aan de hand van hoe hij overkwam in mijn kinderboek, maar het voelde wel alsof ik iets minder leefde. Als ik werk en rondloop ben ik eigenlijk een rondlopend object. Ik heb constante interactie met mensen maar geen echte menselijke interacties. We zien elkaar binnen een kader van vastgestelde regels en wetten.

Bij het afrekenen –“Meneer, als u wilt pinnen dan graag bij de bar.”- vroeg Berend Jan wat ik het leukst vond aan dit werk. Ik wist niet wat ik moest antwoorden, en zei dat ik het pas een paar weken deed. “En wat doe je in het echt?” was zijn laatste vraag.

257789_351428901605513_26271548_oZondagblogger Mira Aluç (Schiedam, 1993) doorliep de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag en debuteerde in Tirade 459 met het kortverhaal Eila.

"Foto van Mira Aluç"
Mira Aluç

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Tekenen

DrawingHandsRecentelijk leerde ik twee goede trucs om wat beter te tekenen: de eerste is éen oog dichtknijpen en een potlood met gestrekte arm voor je houden. Je kunt nu de afstanden van je object goed meten en zo op papier overbrengen. De tweede is belangrijker voor me. Het is het bewustzijn dat je ogen je bedriegen. Dat je kennis over het oppervlak van de stoel op drie meter afstand die je aan het tekenen bent, ervoor zorgt dat je dat oppervlak steeds te groot tekent, hoewel het perspectief gebiedt dat dat veel kleiner wordt. Ik ben heel verbaasd over de hardnekkigheid van je eigen geest om niet dat op papier te brengen wat je ziet: maar dat hoe je denkt dat het is. En heel gelukkig over hoe kennis van dit fenomeen uitpakt, als het je met moeite lukt dat element echt zo klein te tekenen als je het ziet, heb je een veel betere tekening gemaakt dan je ooit eerder deed.

Ik hang de theorie aan dat veel mensen een verhaal van hun leven maken. Dat narratieve technieken een filosofisch grondbeginsel zijn voor acceptatie van hoe ons leven is. Dat iedereen dus aan zijn eigen leven schrijft. En bij uitbreiding, dat wie besluit uit het leven te stappen zijn verhaal niet rond krijgt. Maar als onze zintuigen al gewend zijn ons zo te bedriegen bij het tekenen van een stoel, hoe vertrouwenwekkend zijn ze dan in het waarnemen van je eigen bestaan? We zitten opgesloten in een apparaat dat geprogrammeerd is te overleven, maar dat niet noodzakelijkerwijs de wereld waarin we leven goed weergeeft.

Als we ons leven als een verhaal opbouwen, dan moet lezen helpen dat vaardiger te kunnen. En dan moet afwijkende boeken lezen helpen te accepteren dat de gebeurtenissen die je overkomen en waarvan je dacht dat ze niet zouden passen toch een goede rol kunnen spelen in je eigen verhaal.

En zo niet dan is het lezen van zo’n niet passend boek tenminste een witregel, een moment van vertelrust in het verhaal dat je leven aan het worden is.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Joost Zwagerman

images

Vandaag op deze plek geen column. Wat een vreselijk nieuws. De redactie wenst de nabestaanden van Joost alle sterkte toe.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Nabijheid

OLYMPUS DIGITAL CAMERA“In the last years of his life, Soviet film director Andrei Tarkovsky lived in Stockholm, working on The Sacrifice. He was given an office in the same building in which Ingmar Bergmann, who at that time still lived in Stockholm, had his. Although the two directors had deep respect and supreme mutual admiration, they never met, but carefully avoided each other, as if their direct encounter would have been too painful and doomed to fail on account of the very proximity of their universes.”

Slavoj Zizek (2009), Violence. London: Profile Books. 

Wytske Versteeg schreef Dit is geen dakloze, De Wezenlozen en Boy. Haar nieuwe roman, Quarantaine, verschijnt deze herfst.

Stof op zeep

In het toilet van mijn oma staan twee beeldjes van twee beertjes, één in meisjesroze en één in grasgroen. In haar vorige huis stonden deze beeldjes ook in het toilet, maar toen naast een fles eau de Cologne op een plankje aan de muur. Nu staan ze op het witte kastje waar mijn oma haar handdoeken in bewaart. Op zich niets vreemds aan, ware het niet dat deze twee beeldjes van zeep zijn.

Op het dressoir in de woonkamer staan ook twee kandelaars met ieder een kaars. De kaars past bij de kandelaar, in dezelfde kleur goud en met hetzelfde barokpatroon in het oppervlakte gegutst. Toch zie je aan de witte lonten dat het kaarsen zijn. Ze staan er al 12 jaar, maar mijn oma zal ze nooit ontsteken, net als dat ze nooit de zepen beeldjes zal gebruiken om haar handen mee te wassen.

Deze zomer las ik De onschuld van voorwerpen, de “museumcatalogus” van Het Museum van de Onschuld in Istanbul. Het museum is opgericht door schrijver Orhan Pamuk en gebaseerd op zijn gelijknamige boek Het Museum van de onschuld. Ik schrijf museumcatalogus tussen aanhalingstekens, omdat het geen gewone museumcatalogus is. Natuurlijk, het was te koop bij het museum en er staan foto’s van het museum en de collectie in, maar het boek is meer een reconstructie van de totstandkoming van het museum als mede een hevig pleidooi voor de oprichting en uiteindelijke inrichting daarvan. Voor degenen die het boek Het Museum van de onschuld niet hebben gelezen; heel kort gezegd is het een tragisch liefdesverhaal tussen een man en zijn verre familielid waar de man gedurende de loop van het verhaal persoonlijke, maar vooral alledaagse objecten van de vrouw steelt om zijn liefdeswee te stelpen. Het daadwerkelijke museum in Istanbul fungeert als een display van deze objecten, maar probeert ook een weergave te zijn van Istanbul in de jaren ’70.

4213 uitgedrukte sigaretten in het Museum van de Onschuld. Bron: http://en.people.cn/mediafile/201209/13/ F201209131638003128818005.jpg

 

De grens tussen roman en realiteit, tussen hoofdpersoon en schrijver is vaag en wordt steeds vager hoe langer je het verhaal leest. Die steeds vager wordende grens bereikt zijn hoogtepunt wanneer je de ‘werkelijke’ objecten eenmaal in het museum ziet. Toen ik het museum twee jaar geleden bezocht, zag ik vitrines met half opgegeten ijshoorntjes, massaal geproduceerde asbakken voor reclamedoeleindes en 4213 uitgedrukte sigaretten, allemaal aangeraakt door of geassocieerd met de vrouwelijke geliefde Füsun. Voorwerpen die zijn gebruikt en die hun bedoeling hebben gediend.

Voor mijn gevoel is een connectie tussen de gebruikte voorwerpen in de museumvitrines en mijn oma en de spullen in haar huis die ze nooit zal gebruiken zoals ze zijn geproduceerd, maar misschien is het een tegengestelde parallelle beweging. Waar het museum en zijn catalogus zijn dierbaarheid jegens een bepaalde tijd aan wil geven, en die onherroepelijkheid lijkt te vieren als een schrijnend genot, hebben de kaarsen en de zeep voor zowel mijn oma als voor mij een tijdloosheid bereikt. Natuurlijk hebben zij uiterlijke of materiële kenmerken die je weer zou kunnen terugplaatsen in een tijdvak met bijbehorende sociale status, maar door hun onbruik en vaste plek in het huishouden, zijn ze daar los van komen te staan, en zullen dus daarom nooit gebruikt worden.
Twee voorwerpen -een uit het Museum van de onschuld en een afkomstig uit het huishouden van mijn oma- kunnen elkaar vinden in dezelfde status die zij bereikt hebben, dat van een museaal object dat enigszins misplaatst aanvoelt, bijna-museaal. Aan de ene kant staat de kweeperenrasp van Füsuns moeder waarvan het metaal verkleurd is en deuken heeft door het veelvuldig gebruik, geplaatst in een eigen glazen vitrine (nr. 66 van in totaal 74 vitrines), en aan de andere kant staan de twee beeldjes van zeep in het toilet van mijn oma, onbeschermd maar toch onaanraakbaar omdat ze al te lang wachten om gebruikt te worden.

257789_351428901605513_26271548_o

Zondagblogger Mira Aluç (Schiedam, 1993) doorliep de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag en debuteerde in Tirade 459 met het kortverhaal Eila.

 

"Foto van Mira Aluç"
Mira Aluç

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Kevin Headley"
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.

  • "Foto van Nicole Montagne"
    Nicole Montagne

    Nicole Montagne studeerde Vrije Grafiek aan de kunstacademie in Utrecht en Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit. Zij debuteerde in 2005 met de essay- en verhalenbundel De neef van Delvaux. Onlangs verscheen bij Wereldbibliotheek haar nieuwste essay- en verhalenbundel: De verzuimcoördinator.