Houvast

IMG_0743Na de vier maanden durende bevalling van mijn debuutverhaal Palermo, waarvan de hoofdpersoon sterk op mij leek, nam ik me voor geen autobiografische dingen meer te maken.

In woorden, klei of olieverf: gewoon niet.

Een lezer weet nooit meer dan wat je hebt opgeschreven – wat logisch klinkt en daardoor makkelijk hanteerbaar lijkt – maar wanneer je echte personen in een verhaal gebruikt beschik je als schrijver over zoveel bewuste en onderbewuste aanvullende informatie dat het bijna onmogelijk wordt te weten welk beeld de lezer nu echt krijgt. En het verschil tussen schrijven voor jezelf en schrijven voor een breder publiek zit hem juist in het vermogen dat in de gaten te houden.

Als ik de kleine jongen met de vlieger hierboven wil beschrijven dan heb ik genoeg aan het eerste deel van deze zin. Zoals dit plaatje zijn er miljoenen* en iedereen heeft wel een mentale stock-foto paraat, maar omdat het hier mijn zoon betreft en ik die foto maakte weet ik nog eindeloos veel meer.

Hij heeft donkerblond haar, blauwe ogen en een lichte huid. Hij staat op een strand in Zeeuws-Vlaanderen. Het is herfst, vijf weken voor zijn vierde verjaardag. Het touw is van dun nylon en snijdt in zijn vingers wanneer de vlieger klimt en de wind er harder aan rukt, maar dat is niet waarom de jongen de vlieger laag houdt. Ondanks de uitleg van zijn vader, die hem verteld heeft dat vliegers gemaakt zijn om op te stijgen, ziet hij zijn mooie cadeau niet graag op afstand raken.

‘De vlieger moet bij mij blijven.’

‘Maar het is een vlieger, hij wil graag naar de wolken toe.’

Hij wikkelt de lijn om en om en om zijn hand – een trosje vingers met de kleur van aardbeienijs – tot de vlieger te ver gezakt is om nog wind te vangen en neerstort, waarna de jongen moet rennen om het ding weer van de grond te krijgen. Het hart van de vader breekt en verlijmt zich keer op keer op keer.

Maar ik dwaal af. Het punt is dat een Marokkaanse lezer bij dezelfde zin een ander jochie voor zich zou zien. Misschien niet eens op een strand.

Naast het bovenstaande probleem is er natuurlijk het verlangen recht te doen aan de personen die je opvoert, of hen tenminste niet te kwetsen. Een oplossing lijkt om hen andere namen te geven of hun uiterlijk aan te passen, maar als een onbekende lezer zichzelf al herkent in je verhalen, hoe moet dat dan met een van je vrienden, of een familielid?

Ik hang de stelling niet aan dat een schrijver zijn sociale omgeving moet offeren aan zijn verhalen. Een roman is een bijzonder iets, maar niet zo bijzonder als een vriend.

Vandaag bereikte ik de tweehonderdste bladzijde van mijn nieuwe boek. Het wordt zeer sterk autobiografisch; er komen levende en dode vrienden in voor, vrouwen en kinderen.

Ik durf niet te zeggen dat het een goed verhaal wordt, of dat dit nu echt de vorm is waarin het verteld moet worden. Ik weet eigenlijk niets meer zeker. Toen ik dit vorige week aan een bevriende kunstenares vertelde glimlachte ze een beetje droef. Ik vroeg waarom.

‘Je bent op de goede weg,’ zei ze. ‘Zoals je erover praat: ik weet zeker dat het heel mooi wordt.’

Voorlopig houd ik me daar maar aan vast.

 

* Waarvan opvallend veel op boekomslagen.

________________________________________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Vreemd leven

63ab9004-0804-4536-9329-8677be6495acEen boek heeft een vreemd leven.

Het begint, misschien, als een gedachte, of een beeld dat je tegenkomt op straat, een zin die zich plotseling opdringt. En dan hechten zich zinnen aan dat beeld, dat allereerste begin, en er ontstaat een verhaal. In dat verhaal groeien mensen, personages die ik althans nooit van tevoren kende, maar die gaandeweg hun eigen gewoontes, verlangens, kwetsuren krijgen. Het boek staat open en het neemt de wereld in zich op. Dan, langzaam, bijna onmerkbaar sluit het zich weer. Het verhaal rondt zich af, krijgt een einde dat op zijn beurt het begin opnieuw bepaalt.

Dan wordt het tastbaar, materieel. Stapels papier worden heen en weer gestuurd, gecorrigeerd met potlood en met rode pen. De eerste drukproef en een uiterlijk ontstaat, woorden zijn altijd anders op een opgemaakte pagina. Onzekerheid. Is dit het verhaal zoals het moet zijn, is deze zin echt nodig, is dit leesteken juist?Nieuwe correcties. Tweede drukproef. Lezen met oogkleppen op, het verhaal al zo bekend dat het bijna niet meer te zien valt.

Er zal een laatste drukproef volgen en op een dag een doos met boeken die, als het goed is, dan ook in de winkels verschijnen. Tegen die tijd is het verhaal niet meer van mij; het boek definitief gesloten, voor altijd van de anderen.

Quarantaine verschijnt op 21 oktober.

 

IMG_0499Wytske Versteeg schreef Dit is geen Dakloze, De Wezenlozen en Boy. 

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Tandeloos compromis

 

 

 

 

 

 

 

 

De lippenstift breng ik secuur aan en als ik mijn lippen tegen elkaar wrijf, kijk ik in mijn eigen ogen, naar mijn wrijvende lippen en weer terug naar mijn ogen. De vloeiende lijn van mijn linkermondhoek naar mijn filtrum is identiek aan de lijn van mijn rechtermondhoek naar mijn filtrum. Uit gewoonte tuit ik mijn lippen naar mijn spiegelbeeld en draai mij om naar degene die in de gang op me staat te wachten. “Hoe zie ik er uit?” Waarom vraag ik dit? Wil ik horen dat ik er mooi uit zie, of slechts een goedkeuring dat ik zo wel de deur uit kan lopen? Of is het een bevestiging van een compromis dat we samen zijn aangegaan. Een compromis waarin ik voldoe aan de verschijning die volgens jou mij definieert en ik zo een poging kan doen om mezelf te definiëren? Het enige dat ik voor dit compromis elke dag kan nagaan, is mijn spiegelbeeld, maar dat is slechts een gespiegeld beeld waarin ik kan afvragen of mijn linkeroog groter is dan de rechter. Er bestaat een schoolfoto van mij waarop ik één van mijn voortanden mis. Die missende tand weerhield mij er niet van om breeduit naar de camera te lachen. Toen ik een paar weken later de foto mee naar huis kreeg was ik in de war. Op de foto zag ik mijzelf lachen, maar het gat van mijn wisselende voortand zat op de verkeerde plek, alsof het gat in mijn gebit had gewisseld met de voortand die er naast zat. Thuis keek ik in de spiegel en lachte naar mezelf. Mijn nieuwe voortand was half doorgekomen en ik stak mijn tong door het open stuk tussen mijn onder- en bovenkaak. Mijn gezicht bracht ik dichter bij de spiegel. Daar zat het gat wel op de goede plek, namelijk recht tegenover het missende gedeelte in mijn gebit. Ik hield de foto vlak voor mijn gezicht en boog deze dichter op de foto. Pas nadat ik mijn ogen uit de foto had geknipt en het masker voor mijn gezicht hield, zag ik dat het wel klopte. Het lege stuk tandvlees zat nu wel op de goede plek.

 

 

Zondagblogger Mira Aluç (Schiedam, 1993) doorliep de Akademie van Beeldende Kunsten in Den Haag en debuteerde in Tirade 459 met het kortverhaal Eila.

 

"Foto van Mira Aluç"
Mira Aluç

Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.

Comfortzone, een choreografie van wanhoop

De comfortzone, daar moet je uit. Het is niet heel duidelijk hoe lang dit adagium al bestaat, maar iedereen weet het. Sommigen weten ook hoe het moet. Ik sprak iemand die meende dat het door een fors vasten kan, langere tijd even niets plezierigs nuttigen. ‘Vier keer per jaar even lekker uit je comfortzone.’

Damiaan Demys weet er ook van: ‘Zolang ik geen angst ervaar, ben ik niet in aanraking gekomen met wat mij echt vrij maakt.’ Het adagium hoorde bij vreemd genoeg een filmfragment van een free style bergbeklimmer die als buitengewone kwaliteit had dat hij zo goed met zijn angst om wist te gaan. Was hij nou wel of niet bang? Was hij nou wel of niet vrij? Moeten wij zoiets nu wel of niet nastreven? Mensen die over het verlaten van de comfortzone spreken zitten er inderdaad vaak warmpjes bij. Zij realiseren zich naar ik denk niet dat zij in hun pogingen niet bezig zijn hun comfortzone te verlaten, ze rekken hem op. Ze doen spannende en enerverende dingen om de dagelijksheid wat te omzeilen, maar of je daarmee nu uit je comfortzone schiet? ‘Even lekker uit je comfortzone.’ Een vluchteling ; die is wel echt zijn comfortzone uitgekomen, nemen we aan, maar niet vanzelf.

In ‘live’, de choreografie van Hans van Manen die thans in de ‘Nederlandse opera en ballet’ gedanst wordt, danst een danseres alleen, in het rood gekleed, in geringe verlichting met een cameraman. Wat de camera vastlegt verschijnt op het grote beeld achter de dansers in zwart wit. De begeleiding is een vleugel: Franz Liszt – Sospiri, Bagatelle sans tonalité, Wiegenlied, Vier kleine Klavierstücke, Abschied.

Wat gebeurt daar nu eigenlijk in dit geweldige stuk? De projectie toont denk ik  drie dingen: details van beweging en emotie die je normaal op die afstand bij de dansers niet ziet. Het kleurverschil, rood in werkelijkheid, zwart wit op het scherm suggereert vergankelijkheid, we zien iets wat we maar zelden zien: dat wat er nu gebeurt en in éen oogopslag het verleden dat dat geworden is. Tenslotte is het de betrekkelijk geniale truc om de danser uit zijn comfortzone te halen zonder erg ingewikkelde dingen met het publiek te moeten doen: de danseres en een danser, dansen in de gang verder, het publiek heeft nu alleen het scherm nog maar. En later zelfs loopt zij naar buiten, steeds verder van de camera af. Steeds verder af van waar wij weten dat zij hoort, op het podium. Deze choreografie kun je blijven zien.

Ik wil mijn comfortzone wel uit maar strijd met de gedachte dat dat echt met angst gepaard moet gaan, en niet met een thrill. Het eerste waar ik aan denk is Moskou, een vroege ochtend een decennium of twee terug, nabij het station. Een groep van ongeveer dertig laveloos dronken mensen, mannen en vrouwen, te karig gekleed voor de kou, het is maart, grijze sneeuw in hopen. Ze vechten. Allemaal, maar zonder veel lust of energie. Toch soms met doeltreffende slagen waar bloeden op volgt.

Een choreografie van narigheid. Ze zwijgen. Dit is wanhoop, daar moet ik heen.

 

————–

IMG_9920Menno Hartman (1971) was vroeger redacteur van Tirade. Sinds 2008 werkt hij bij Uitgeverij Van Oorschot.

 
"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Inhoud en betrekking

Onze zoon is fan van Assepoester. Hij kan om het eender welke versie van dat verhaal eindeloos horen of kijken. Op zijn crèche hebben ze een verkleeddoos vol jurken, waaronder één die hem als gegoten past.

Zijn beste vriendje Q houdt van roze, en ook voor hem is er een perfecte jurk; laatst stuurde de juf me een foto van vijf stralende kinderen uit de groep, verkleed als Disneyprinsessen. Q en Nadim stonden als oudste en grootste jongens in kneitterroze en hemelsblauw aan weerszijden van het groepje te stralen.

Wanneer ik tegenwoordig mijn jongen oppik, moet ik hem vaak eerst nog uit die nylon feestverpakking pellen.

imgresDe week waarin ik de jurkenfoto kreeg, verwierf het homohuwelijk in de V.S. met grote meerderheid van stemmen dezelfde status als het traditionele. Een filmpje van de Californische vader Mikki Willis ging viraal, waarin hij in zijn auto zit en de vreugde van zijn zoontje filmt, dat net in de speelgoedwinkel een Barbie-achtige pop heeft gekozen.

Na samen met de jongen te hebben gejuicht om het kado, vertelt Willis zijn kinderen (en de rest van de wereld) dat hij ze – wat hun keuzes in het leven ook mogen worden en wat hun geaardheid of beleving daarvan ook mocht blijken te zijn – onvoorwaardelijk accepteert. In Willis’ eigen woorden: ‘That’s how momma and I are. We just say: whatever.’ 3.421.548 keer bekeken tot vandaag.

Blijkens de storm aan enthousiaste reacties is het filmpje van Willis wat de wereld nodig heeft. Zelf werd ik er vooral boos van.

Ik vind de video van te hoge kwaliteit, wat doet vermoeden dat hij met een Go Pro-camera en niet met een telefoon is gefilmd. Ik vind Mikki te knap in beeld komen (hij is regisseur, dus weet wat hij doet). Zijn zoon lijkt te weten wat er gaat gebeuren en te wachten op het afgesproken moment om ‘Yeah!’ te roepen. Bovenal: het filmpje schreeuwt uit dat Mikki Willis een held is; een voorbeeld voor vele vaders.

Wat ik sinds ik een kind heb niet meer kan begrijpen is hoe je niet kunt houden van juist die kanten aan je kind die laten zien dat het een individu is. Onze zoon verschilt van zijn moeder en mij, en met elke nieuwe keuze of elk nieuw gedrag wordt hij duidelijker zichtbaar. Duidelijker zichzelf.

Fuck you, Mikki, wilde ik zeggen. We hebben je niet nodig. Maar Mikki doet het – op zijn eigen en misschien wat irritante manier – goed. Als hij maar één ouder aan het denken kan zetten, is dat winst te noemen die een leven kan maken in plaats van breken.

Waarom dan toch dit stukje? Wil ik zeggen dat ik beter dan Willis ben, omdat ik hetzelfde doe maar niet over mijn uiting nadenk? Dat is dan nu mislukt. Of ben ik beter omdat ik geen bewondering verlang voor de manier waarop ik mijn kind opvoed? Door straks bovenaan deze blog op ‘publiceren’ te drukken, doe ik precies hetzelfde.

Alles wat je filmt of schrijft zegt iets over jezelf, daar is geen ontkomen aan; er is een inhouds- en een betrekkingsniveau in elke uiting. Mikki vertelt met zijn filmpje een verhaal, maar laat ons vooral zien wat hij van de buitenwereld wil: bewondering. Mocht je hieraan twijfelen, lees dan de tekst die hij onder zijn filmpje plaatste.

Misschien wordt het tijd om eens na te denken over wat ik nu eigenlijk van de buitenwereld wil.

 

____________________________________________________________________________

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind. 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

A happy vicar

"A happy vicar I might have been
Two hundred years ago
To preach upon eternal doom
And watch my walnuts grow"

... mijmert Orwell in zijn essay Why I write. 
In plaats van een happy vicar werd hij schrijver, zoals hij altijd 
al had geweten dat hij zou worden, zelfs toen hij zich tegen dat idee 
verzette. Alle schrijvers zijn verwaand, egocentrisch en lui, 
schreef Orwell, en het is een mysterie waarom ze eigenlijk schrijven. 
Het schrijven van een boek is een 'verschrikkelijke, uitputtende 
strijd', en niemand zou daaraan beginnen die niet door de een 
of andere demoon bezeten was. Wat voor demoon dat is? 
Misschien niet zoveel anders dan wat een baby bezielt 
die om aandacht schreeuwt. En tegelijkertijd vereist
het schrijven van iets leesbaars het bijna volledig 
uitwissen van de persoonlijkheid; een goed boek is 
een venster op de wereld.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Milo van Bokkum"
    Milo van Bokkum

    Milo van Bokkum (Amsterdam, 1994)  is economieverslaggever bij NRC.

  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.

  • "Foto van Greet Kuipers"
    Greet Kuipers

    Greet Kuipers (1962) is psychiater. Onder het pseudoniem Minke Douwesz publiceerde zij bij uitgeverij Van Oorschot twee romans, Strikt en Weg. Voor de laatste ontving zij de Opzij Literatuurprijs 2009 en de Anna Bijns Prijs 2012.