Bezinningseiland 3

Vorige week  Bezinningseiland 2. Vandaag Deel 3:

Het was Irma.

Ze vulde de deuropening in haar gebloemde nachtjapon. Ze had gezien dat er bij mij nog licht onder de deur door scheen. Haar glimlach stond ongerust.

‘Het is niet verstandig om zo lang op te blijven,’ zei ze. ‘Je moet je rust nemen. In een zwaar lichaam kan de geest niet verlicht raken.’

‘Ik was net van plan om –’

Ze stak haar neus in de lucht, snoof, keek me streng aan. ‘Je bent toch niet aan het roken, hè?’

‘Nee,’ zei ik snel. ‘Nee, natuurlijk-‘

‘Goed zo!’ Ze stak haar hand uit en kneep in mijn wang. (Het was gebeurd voor ik er erg in had, Alex. Alsof er een spin op je valt – een spin met moedergevoelens.)

‘Ik zie je morgen bij het ontbijt.’ Irma draaide zich om, de klaprozen zaten strak om haar heupen. ‘Vergeet je niet goed in te smeren,’ zei ze over haar schouder. ‘Je huid voelt erg droog aan.’

***

Onnodig te zeggen dat ik geen oog heb dichtgedaan, broer.

Nu zit ik tussen de konijnenkeutels te kettingroken in de duinen. Ik kan de zee horen. Het is hier groener dan ik dacht –  verder afgelegen ook. Er zijn geen fietsers, geen wandelaars, geen hondenbezitters en de konijnen houden zich verstopt in hun holen.

Ik telde daarnet twaalf ‘bezinners’ aan het ontbijt. Ze zaten aan ronde tafels iets met veel vezels weg te werken. Bezinnen blijk je in lycra of biologisch katoen te doen. Ook Jasper heeft zich in een  afritsbroek gehesen. Batman is een padvinder geworden.

Hij stelde me voor aan Claudia, een interieur-styliste van onder de rivieren met een hardnekkige burn-out. Claudia gooide direct haar levensverhaal in m’n muesli. Ze heeft alles al geprobeerd: yoga, reiki, skydiven; ze heeft piercings waar je het bestaan niet van af wilt weten en haar hele huis ‘ondersteboven ge-feng-shuied’;  het wilde allemaal niet baten.  Maar nu, nu Ludo ‘op haar pad’ terecht is gekomen zal ze echt ‘doorbreken’, want Claudia wil ‘het volgende niveau’ in ‘haar zijn’ bereiken. Claudia heeft een bezinnings-arrangement geboekt waarvan de prijs alleen op aanvraag beschikbaar is, stel ik me zo voor. Ze is hier al een maand.

In de hoek zaten twee mensen met hun rug naar de kamer. Ik vroeg Jasper om uitleg.

‘Zij kunnen niet loslaten,’ fluisterde hij. ‘Ze  zijn betrapt toen ze hun telefoon probeerden te stelen uit het kantoor.’

‘Een onderbreking in hun groei,’ vulde Claudia hoofdschuddend aan. ‘Zo zonde.’

Toen ik vroeg hoe je je eigen telefoon kon stelen, keken ze me niet begrijpend aan. Ik geloof zelfs dat ze een blik uitwisselden die verdacht veel op medelijden leek. Ik heb nog veel te leren van onze coach.

(Die overigens nog nergens te bekennen valt. Ik begin me voorzichtig af te vragen of Ludo wel bestaat.)

Na het ontbijt kregen we twee uur de tijd om ons mentaal voor te bereiden, een genereuze rookpauze. We zullen het meemaken, Alex. We hebben nog tijd voor één sigaret voor het programma begint.

***

Het hotel is stil. Iedereen slaapt. Ik heb voor de zekerheid een opgerolde handdoek onder de deur gelegd. Natuurlijk zou dit verslag kunnen wachten tot ik weer thuis ben. Maar na vanmiddag heb ik het gevoel dat ik er verstandig aan doe om tegen je te blijven praten – mijn handen zitten onder de ecoline, broer.

De tafels waren aan de kant geschoven. Irma stond ons ‘bezinners’ bij de deur op te wachten met een dienblad. Ze deelde shotjes gemalen tarwegras uit die we wegwerkten terwijl we plaatsnamen op een rij klapstoelen. Voor ons stonden een  flip-over en een doos met knutselmateriaal. Uit een cd-speler kwam het geweeklaag van een panfluit spelende walvis.

En toen was hij daar ineens, zonder aankondiging: Ludo Stoker, de life-coach zelf.

Ik weet niet wat ik ervan verwacht had, Alex, maar ik moet toegeven dat ik enigszins teleurgesteld was. Hij is korter dan ik me hem had voorgesteld. Kaler ook. Ludo Stoker ziet eruit als een man die veel vrije tijd heeft, maar desalniettemin de indruk wil wekken dat zijn tijd kostbaar is. Hij draagt een zegelring om zijn pink en heeft een waterdicht horloge waar hij om de vijf minuten met gefronste wenkbrauwen op kijkt.

Ludo liet er geen gras over groeien. Binnen een paar minuten stond de flip-over vol met woeste lijnen, een plattegrond van het bewustzijn. Ludo wappert zijn gebakken lucht met veel handgebaren de wereld in.

‘We dénken dat we onszelf kennen, maar wie is die “ik”? Hm? Wie is die “ik” die ons aankijkt in de spiegel?’ Hij stond stil voor Jasper en wees met een dikke vinger naar het naamkaartje op zijn borst.

‘Wie ben jíj?’ vroeg Ludo.

‘Jasper,’ zei Jasper.

‘Maar.. wie.. ís.. Jasper? Nou?’

Jasper moest hem het antwoord schuldig blijven.

‘Jij kunt Jasper niet zien, want..’ Ludo zette twee stappen naar achter en spreidde zijn armen voor de ontknoping. ‘Jij bént hem. Jij bént – hét zelf.’

De ‘bezinners’ slaakten een collectieve zucht. Ik heb het eerste a-ha moment gemist, Alex.

Ludo keek op zijn horloge. ‘Heel goed,’ zei hij. ‘Laat het.. aan-komen. Laat het zakken.’

Ik volgde het voorbeeld van de groep en boog mijn hoofd. Als je in de minderheid bent is het lastig rebelleren.

Toen zag ik vanuit mijn ooghoeken hoe Irma de coach iets in zijn oor fluisterde.

‘Een nieuwkomer!’ bulderde hij verheugd. ‘Nieuw licht! Waar zit je?’

Ontkennen had geen zin, Alex. Ik stak mijn hand op.

Er werd een stoel bijgeschoven. We zaten knie aan knie. Ludo pakte me bij mijn polsen, sloot zijn ogen en ademde diep in. Ik zag de seconden wegtikken op zijn horloge en vroeg me af hoe lang hij zonder zuurstof kon.

‘Ik voel je cocon,’ verzuchtte de coach. ‘Het is donker in je “veilige” ruimte. Maar je bent niet veilig. Je bent een rups.’

Hij legde een hand op mijn borstbeen en floot door zijn tanden.

‘Ik voel je weerstand,’ zei hij. ‘Het zit diep.’

‘Dat klopt,’ zei ik.

‘Je moet loslaten,’ zei hij. ‘Ontkoppelen. Ont-poppen.’

‘Ik doe m’n best,’ zei ik.

‘Ik zal je leren vliegen,’ beloofde hij.

De rest van de middag hebben we onze mentale blokkades abstract vormgegeven met ecoline. Ludo gaf aanwijzingen. Zijn laatste boek (“Hallo? Ben ik daar? – Een kleurengids naar verlichting”) is tijdelijk met korting te koop bij de balie. Ik denk er sterk over een exemplaar voor je mee te nemen, Alex.

Irma stuurde ons naar bed met een bord natte pasta. Maar voor deze rups naar zijn kamer kon verdwijnen, greep ze me bij mijn arm. De coach wil een één op één gesprek met me.

Morgenochtend gaan we samen het strand op. Leren vliegen.

Sta me bij, Alex. Sta me bij.

———-

Daphne Huisden auteursportretDaphne Huisden (1988) debuteerde in 2010 met de romanAlles is altijd fictie, die werd genomineerd voor de Academia Literatuurprijs. In 2013 verscheen Huisdens tweede roman, Dit blijft tussen ons, genomineerd voor de Halewijnprijs. Naast romans publiceerde Huisden kort proza in, onder meer, Tirade, Das Mag en De Volkskrant en schreef ze bijdragen voor Crossing Border, The Chronicles. Daphne Huisden woont in Rotterdam en werkt daar aan een nieuwe roman.

Portret D.H.: Salih Kilic.

Volgende week: Bezinningseiland 4.

In de Oorshop

Inclusie/exclusie

Ik sprak van de week een oud-collega die naar de Metropolisconferentie in Milaan was geweest, een jaarlijkse conferentie over migratie, waar migranten, overheidsfunctionarissen, politici en activisten met elkaar spreken over het belang van bewegende groepen mensen op aarde. Hij was naar een flink aantal lezingen geweest, over de beëindigde missie Mare Nostrum, bijvoorbeeld, die bootvluchtelingen redde op de middellandse zee. Maar ook over integratie. Dat noemen ze inclusion daar, zei hij achteloos. Alsof dat precies hetzelfde was.

Die term is vervolgens in mijn hoofd blijven hangen. Inclusie als tegenhanger van integratie. Het zijn geen synoniemen, vind ik, maar eerder twee lijnrecht tegenover elkaar staande visies op hetzelfde fenomeen. Het betekenisverschil zit hem erin wie de handelende partij is. Voor inclusie moet de maatschappij moeite doen, voor integratie de migrant. De term integratie draagt eigenlijk een wijzend vingertje in zich: als het niet lukt om mee te draaien in onze maatschappij is het uw eigen schuld. Toch zijn de signalen alom aanwezig dat migranten in Nederland worden buitengesloten. Dat ze niet op hun c.v. worden beoordeeld maar op hun huidskleur, of op hun voornaam Mohammed. Onze asielzoekers worden vaak parkeerwacht of schoonmaker, ondanks dat ze in hun land van herkomst journalist waren of politicoloog. Ook hangt er een angstig sfeertje dat onze Marokkaans/Nederlandse jeugd massaal in de criminaliteit belandt, of erger: radicaliseert.

Steeds opnieuw zien we dat de voor radicalisering gevoelige jeugd vooral de tweede en derde generatie migranten betreft. Mohammed B, de gebroeders Kouachi, Samir A, de daders van de aanslagen in Madrid en Londen. Jongeren met een identiteitscrisis, zei mijn Turkse collega Abdul. Ze voelen zich nergens thuis. Zijn opgevoed door verbitterde ouders, die het niet is gelukt om de migrantendroom te verwezenlijken, en die alle hoop vestigen op hun kinderen. Maar die kinderen worden vervolgens met dezelfde problemen geconfronteerd, namelijk dat ze een andere huidskleur hebben, dat ze niet voor vol worden aangezien, en dat ze natuurlijk ook Mohammed heten.

Integratie ergens paradoxaal, realiseerde ik me. Van migranten verwachten dat ze zelfstandig integreren is eigenlijk in zichzelf al een vorm van buitensluiting. Het is al moeilijk genoeg voor onze eigen burgers om een plekje te bemachtigen in de maatschappij. In de Correspondent las ik een tijdje terug dat je achternaam eigenlijk de beste indicator is of je het gaat maken in Nederland -ik geloof zelfs in de wereld. De meest invloedrijke families zijn dat meestal al eeuwenlang. Dat vond ik pijnlijk duidelijk in het Pauperparadijs van Suzanna Jansen, dat ik van de week las. Jansen beschrijft in dit boek het armenbeleid in Nederland, aan de hand van haar eigen familie die generaties lang behoorde tot de armste laag van de bevolking. Een schrijnend moment vond ik dat Jansens voorvader in 18-zoveel wegens landloperij werd veroordeeld door een Officier van justitie genaamd Donner, een voorvader van Piet Hein Donner.

Buitenstaanders, armen, minderbedeelden verantwoordelijk maken voor hun eigen integratie, betekent dus lekker achterover leunen voor de gevestigde orde. Zo hoeft die zich niet af te vragen of wij er zelf wellicht verantwoordelijkheid voor dragen dat onze migranten, onze armen minder goed presteren op onze scholen, of in onze arbeidsmarkt, dat zij worden buitengesloten uit onze maatschappij.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

‘Een goede morgen met’ 1

00:00:00

Tielman Susato, Gaillarde 1 en 3 uit Danserye (1551); Aldo Bova, blokfluit; Ernst Stolz, viola da gamba en blokfluit.

00:01:35

‘Tielman Susato, die vreemde, vrolijke naam kwam zomaar uit het blokfluitboekje op de kweekschool tevoorschijn dansen.

Welkom in mijn muziekverleden.

‘Meisjes die blokfluit spelen’, schreef ik indertijd; ik was verliefd op zo’n meisje. Wij speelden wel samen, soms in een kwartet, zij stukken beter dan ik.

De blokfluit is een handig instrument; je kunt hem overal heen meenemen. Geen stoer instrument. Voor cabaretiers is de blokfluitspeler de korfballer onder de musici: noem iemand zo en het publiek lacht: mietje.

De sopraanblokfluit van eind jaren vijftig, in de zwartfluwelen zak die mijn moeder had gemaakt. Ik lik aan het garen dat het mondstuk stevig op de fluit moet houden, ik weet nog hoe ik vocht uit de fluit moet blazen en kloppen. Als ik Tielman Susato hoor, krijg ik bijna zin om weer te gaan spelen.’

Zo had ik twee uur door kunnen gaan, met fragmenten in de ik-vorm. Ik had genoeg op papier staan ter toelichting van mijn muziekkeuze: wat muziek te maken heeft met mijn leven, wat muziek mij doet – hoe ze bij me binnen komt, hoe ze er bij me uitkomt. Waar die toelichting toe zou leiden, wist ik nog niet; ik zou wel zien. Tot de twijfel toesloeg of het geen aaneenschakeling zou worden van loze anekdotiek en of de ik-vorm op den duur niet veel te vlak zou klinken. Bovendien vroeg ik mij af of de keuze voor muziek tout court niet eenvoudig aan alle andere keuzes voorafgaat en of het verantwoorden van de keuze binnen de muziek (geen Haydn of Messiaen, wel Beethoven of Ives) niet iets volkomen willekeurigs zou zijn. Maar het idee van een Programm ohne Worte viel niet goed bij de redactie van ‘Een goede morgen met’. Daarom heb ik mijzelf een boventoon-ik cadeau gedaan, een soort vriend die veel van mij weet, maar niet alles. Die is van hier af aan het woord.

Ik dus, met een speellijst van twaalf stukken in de hand waar ik iets over moet zeggen. Ik zal er soms een slag naar moeten slaan waarom hij iets heeft gekozen, maar die slag zal er zelden ver naast zijn; daarvoor gaan we al te lang samen naar concerten, luisteren we samen naar muziek, praten we er met elkaar over. Ook al zeggen we vaak niet meer dan: ‘Ken je dat?’ of ‘Hier, dit moet je eens luisteren.’

Toch heeft hij mij met het eerste stukje muziek al een loer gedraaid, want over de Antwerpse muziekuitgever en bloemlezer Tielman Susato, als componist meer ambachtsman dan kunstenaar, en diens ‘musyck boexken’ heb ik hem nooit gehoord. Behalve door de kweekschool of de Vereniging van Huismuziek, waar hij een blauwe maandag lid van is geweest, kan hij zich die naam hebben herinnerd door uitvoeringen van Syntagma Musicum, een jaar of wat later, toen ik hem in Amsterdam leerde kennen. Dat was wel wat anders dan het keurige blokfluitspel van vroeger. Leek het instrument op school op zijn best op de heldere stem van een kind waarvan je hoort dat het nog niets van de wereld weet, bij Syntagma Musicum was het of je iemand hoorde die licht buiten adem was geraakt, een roker, iemand die net een eind heeft gehold, iemand met een interessant verhaal.

Hij maakte in die jaren ook kennis met muziek van generatiegenoten die zich van de grenzen tussen verschillende muziekwerelden weinig aantrokken, net zo min als van historische scheidslijnen. Ik geloof dat Willem Breuker nog een keer voor een radioprogramma muziek heeft gemaakt bij zijn gedichten – dat moet eind jaren zestig zijn geweest. Hij heeft toen vast gedacht: hadden wij ook maar zoiets ongehoords op de lessenaar gehad; wat zou dat aan die schooltijd een andere kleur hebben gegeven. En van een stuk voor virginaal en blokfluitkwartet als dat van Guus Janssen, muziek waarin Middeleeuwen en twintigste eeuw over elkaar heen tuimelen, had zijn muziekleraar niet eens durven dromen: zo speels en dwars, toegewijd en controversieel tegelijk klonken hoofse minneliederen destijds niet.

00:04:24

Guus Janssen, Estampie voor blokfluitkwartet en virginaal (2008); Guus Janssen, virginaal; blokfluitkwartet Brisk.

00:11:09

————————————————————————————————————–

Ad Zuiderent (1944) is dichter, schrijver en criticus. Hij publiceerde onder meer de biografie van Gerrit Krol, Van Korreweg naar Korreweg. Zijn laatste dichtbundel is We konden alle kanten op (2011). Tot voor kort schreef hij over muziek voor de website Muziekvan.nu en vervangt Marko van der Wal op de vrijdag.

Post Blast Picture

Het had erg lang geduurd voor de laatste gasten het restaurant uit waren, en na de schoonmaak had Issa nog wat gedronken met zijn collega’s. Toen hij de volgende ochtend ontwaakte uit een droom waarin hij het bovendeel van een stapelbed had moeten delen met een meisje uit zijn middelbare schooltijd dat sterk naar walnoot rook, scheen de zon in zijn gezicht.

Zijn bed van nu was leeg. Sterre zou al rond een uur of acht vertrokken zijn, hun zoontje naar de crèche hebben gebracht. Tegen de gravitationele werking van zijn kater in kwam Issa op stramme voeten overeind. Hij passeerde de openstaande slaapkamerdeur van Tijn: ook hier een leeg bed, waarin de belangrijkste knuffels in een cirkel rond een kleine kuil lagen. Een post blast picture van de slapende liefde.

Op weg naar de douche, een handdoek over zijn schouder, kwam hij langs de badkuip, die vol plastic zeebeesten lag, nog meer bewijs van het bestaan van zijn vrouw en kind. Precies hier, precies zo, maar niet nu. De tijd krulde om, plek viel op plek als een opgerold fotonegatief en zo zag hij ze even, alleen gescheiden door een heel dun vlies: naakt en lachend. Roze reuzen tussen bergen sop.

Issa zette de douche aan en wachtte op warmwater, met tegenzin opgehoest door de oude ketel. Met zijn schouder tegen de tegels geleund probeerde hij zich te herinneren wanneer hij het ding had laten nakijken. Vier jaar geleden? Vijf? Wat als zo’n pijp ergens verstopt raakte en de koolmonoxide als ninja’s tussen plafond en vloer begon te strooien, elke kier in huis afdichtend met sluipend gif?

Dit was nog maar een enkel puntje in de lijst van achterstallig onderhoud. Het dak lekte, maar niet op de kritieke plekken, en er liep een barst over de keukenmuur waarvan Issa niet wist of die er altijd al geweest was. En dan waren er natuurlijk de honderden gevaren waaraan hij niet elke ochtend dacht. Het Issadiagram als kleinste van de Vennen, een deelverzameling informatie die minuscuul afstak tegen de oneindigheid van potentieel onheil.

Hij stapte onder de douche en liet de stralen over de wervelingen van zijn brein lopen. Als kleine rivieren zochten ze doorgang, voortgestuwd door smeltend ijs, en voerden nachtsediment af naar lagergelegen gebieden.

Aangekleed, geschoren, zijn wangen brandend van de aftershave, zette hij koffie voor zichzelf. De machine bromde aanvankelijk tevreden, maar toen de druk hoog opliep kwam er een ratel bij die Issa nog niet kende.

‘Niet deze maand,’ zei hij tegen het roestvaststalen beestje, tegen de knoppen waarvan de icoontjes al jaren waren afgesleten. ‘Please, niet deze maand.’

Hoewel Sterre de tafel afgenomen had lagen er overal ontbijtkruimels, die zich vastzetten in de groeven van Issa’s ellebogen terwijl hij zijn toast at. Die middag, bij het indekken van de eerste tafels in het nog lege restaurant, zou een stukje vruchtenhagel ongemerkt zijn mouw uit rollen en tussen een wijn- en waterglas achterblijven om later, tijdens de drukte van het service, te worden aangetroffen door een Deense vrouw die het blauwe korreltje niet kon plaatsen en Issa bij zich riep om te vragen wat het was.

 

_________________________________________________________________________________________________

Optie 8Gilles van der Loo (Breda, 1973) is redacteur van Tirade. Sinds 2010 publiceerde hij online en in diverse bladen. Van hem verschenen in 2011 de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en in 2013 de roman Het laatste kind

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Niet aanraken

Berlinde De Bruyckere, Marthe, 2008 / was, hout, epoxy, ijzer / 159 x 51 x 90 cm / Privécollectie Antwerpen / © Mirjam Devriendt

Tentoonstelling van lichamen gemaakt van was, takken en paardenhaar, de vormgeving van pijn. Het bordje vermeldt: kwetsbaar, niet aanraken en toch zou ik het liefst een deken over de koude ruggen gooien. In plaats daarvan bewegen wij, bezoekers ons voorzichtig en wat lacherig om alle beelden heen.

Een vrouw – maar het zijn mijn eigen ogen die een vrouw van haar maken, in feite is het beeld geslachtsloos – verandert in een aantal takken, daar waar haar armen zouden moeten zijn. Weerloos. Unarmed. 

En even verderop twee losse, even machteloze handen.

 

Berlinde de Bruyckere, nog te zien in Gemeentemuseum Den Haag t/m 31 mei. 

 

IMG_0499Wytske Versteeg (1983) schreef Dit is geen dakloze, De Wezenlozen en Boy.Haar nieuwe roman Quarantaine verschijnt deze herfst.

Plestik

In zijn hoofd was de tekst al af. Teder, rauw, openhartig. Hooguit nog wat langdradig hier en daar. Hij stond voor zijn boekenkast, rekte zich uit, reikte werktuiglijk naar de Nederlandse vertaling van Baltasar Graciáns Oráculo manual y arte de prudencia (1647).

‘117. Nooit over uzelf praten. Wie over zichzelf spreekt zal ofwel zichzelf prijzen, wat beschamend is, ofwel zichzelf naar beneden halen, wat van wereldvreemdheid getuigt. Onverstand bij de spreker wekt onbehagen bij de toehoorder. Als men dit zelfs al moet vermijden in de omgang met vrienden, hoeveel te meer op belangrijke posten, waar men voor het publiek spreekt, dat alles voor dwaas houdt wat daar maar enigszins de schijn van heeft.’*

Dat was waar ook! Echte mensen zijn van plestik.

Hij zette zijn laptop uit en wandelde door de schemering (zwaluwen, seringen) naar het filmhuis.

—————

Sandro_Botticelli_-_Portrait_of_Martijn KnolMartijn Knol (1973) – schrijver, Tirade-redacteur.

 

 

Noot

* Uit: Baltasar Gracián, Handorakel en kunst van de voorzichtigheid (1990; p.52). Vertaler Theo Kars schrijft in zijn nawoord bij de NL editie: ‘De overtuigingskracht van Graciáns leefregels schuilt in de wijze waarop hij ze formuleert en uitwerkt. Hij legt ons daarbij vaak de mentaliteit en filosofie van onze tegenstanders uit, zegt hoe zij zullen reageren wanneer wij een voorschrift niet in acht nemen, en waarom zij zo reageren. Hij laat ons voortdurend in de huid van anderen kruipen, traint ons onszelf te zien  met hun ogen. Het Handorakel is bedoeld als vademecum en heeft dan ook alleen nut als men het geregeld raadpleegt. Wie het in één keer leest, wint daar niets bij en zal zich achteraf hoogstens herinneren dat de schrijver voorzichtigheid aanraadt, maar niet de voorschriften zelf. Wie daarentegen van tijd tot tijd een aantal bladzijden leest, maakt zich het boek geleidelijk eigen, herkent de situaties in het leven waar Gracián op doelt, en bezint zich langer alvorens een beslissing te nemen, dat wil zeggen: wordt voorzichtiger.’ (Ibid. 134-135).

Volgende week: cinema.

Portret M.K.:  Sandro Botticelli.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Julia Buijs"
    Julia Buijs

    Julia Buijs is theater- en filmschrijver en manusje van alles. Deze zomer studeert ze af aan de opleiding Writing For Performance aan de HKU, met het scenario voor een bemoedigende animatiefilm over een station waar het altijd regent en niemand een gezicht heeft. Met dit en haar toekomstig werk wil ze proberen de lezer stil te laten staan, adem te laten halen en zichzelf en anderen te omarmen. Haar teksten zijn fantasierijk, gelaagd, experimenteel en persoonlijk. Ze werkt door middel van sprokkelen, puzzelen en plakken en gelooft binnen vijf jaar een eigen genre gecreëerd te hebben. Verder zal je haar kunnen vinden als vleermuisveldwerker, regisseur, festivalprogrammeur, creatief producent, saunameester, kinderboekenschrijver en juist ook voorloper van de ‘Kinderlijke’ Verhalen voor Volwassenen.

  • "Foto van Mira Aluç"
    Mira Aluç

    Mira Aluç (1993) schrijft korte verhalen en beschouwingen. Haar werk is sinds 2015 onder andere verschenen op Mister Motley, in Streven, De Revisor en De Gids en werd meermaals gepubliceerd op DIG (De Internet Gids) en in Tirade. In 2020 werd haar verhaal Backspace opgenomen in Rebel, Rebel, de bundel van Uitgeverij Prometheus ter gelegenheid van de Boekenweek. Ook maakte zij de podcast Balkon voor Sprekende Letteren.