Gratis Proza #4: Onderweg met Gijs


Gijs Thio was vijf jaar dood toen hij op de hoek van de Ruysch- en Wibautstraat bij me in de auto stapte. De eerste kilometers keek hij vooral voor zich uit. Met twee handen aan het stuur schipperde ik ons door de ochtendspits, luisterend naar het wonder van zijn ademhaling zo heel dichtbij.

‘Moest het zo vroeg?’ zei hij toen we wachtten bij het stoplicht voor het Prins Bernhardplein.

Aan de hemel boven de A10 schoolden magneetgrijze wolken samen. Gijs deed zijn handschoenen uit door eerst één voor één de vingers los te trekken, en inwendig schudde ik mijn hoofd: hoe had ik die gewoonte kunnen vergeten? Hoeveel van mijn vriend was er de laatste jaren uit me weggeglipt?

‘Je bent maar een gevoelige jongen,’ zei ik. ‘Ik zal voortaan meer rekening met je houden als ik om zes uur opsta om een auto te lenen, alles inpak en je vlakbij je huis kom ophalen. Wil je een kussentje?’

Hij zakte onderuit, zette zijn handen achter zijn hoofd. ‘Heb je dat?’

Op de rotonde sneed een stucadoorsbusje ons de weg af. Ik ramde een paar keer op het midden van het stuur, waar de toeter kennelijk niet zat. Verkeerslichten werden rood en daarna groen, en ik trok op om in te voegen tussen auto’s die wasemend als bezwete paarden naar de zuidring dromden.

‘Sneeuw,’ zei Gijs. Hij wees op een sneu zwart hoopje dat bovenop de vangrail standhield. ‘Een winterwonderland. Straks kunnen we nog schaatsen.’

‘Je weet dat ik daarvoor te slappe enkels heb?’

Toen hij naar me toe leunde om naar mijn enkels te kijken, raakte zijn schouder even de mijne. Een warme afdruk die veel te snel vervaagde. Ik sloot mijn ogen; opende ze weer.

‘Verbaast me niks,’ zei hij. ‘Dat het daar bij jou wat los zit. Dat is toch dat Brabantse, dat je terug blijft zien.’

‘Slappe enkels? Een Brabants ding?’

Hij knikte hevig. ‘Heel goed mogelijk. Ik zou me er wat meer in moeten verdiepen om harde uitspraken te kunnen doen, maar mijn gut-feeling zegt dat het daarmee te maken heeft. Linkerbaan, goos. Die rijdt tenminste door.’

Met moeite schoof ik ons een tiental meters op. Gijs draaide aan de zoekknop van de radio en vond mannenstemmen gewatteerd in ruis. Verstaanbaar werden ze niet. Misschien werkte het skelet van de Skoda als een kooi van Faraday; werden golven uit de ether teruggekaatst, waardoor informatie van buitenaf ons niet bereiken kon. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

‘Een kolossale hoeveelheid week vlees.’ – damesstemmen

Applaus!
Na afloop van Hart worden regisseuse Madeleine Matzer, lichtontwerper Tom Verheyen en ontwerper Maarten Baas de vloer op geroepen door toneelspeelsters Wendell Jaspers en Fokka Deelen. Jaspers lijkt pas echt van het slotapplaus te kunnen genieten als Matzer naast haar staat. We’re in this together.

Bewerken, vertalen
Matzer adapteerde een roman voor toneel. Anneke Brassinga vertaalde vier ultrakorte theaterteksten van Gertrude Stein.

Spelen
Toen ik in 1998 afstudeerde, kreeg ik van mijn scriptiebegeleidster een Speelmeter die zij zelf ooit nog had gekregen van haar Amerikaanse promotor. Het ding ziet eruit als een ouderwetse brievenweegschaal. Je kunt er de ‘speelbaarheid’ of ‘podiumgeschiktheid’ van literaire teksten aan aflezen. Leg je  de nieuwe Stein-vertaling erop dan scoort die een 8 op De Schaal van Shakespeare. Wat zoveel betekent als: onspeelbaar. Je kunt de tekst voordragen – als poëzie – maar ‘spelen’? Eigenlijk niet. Toch verzekerde de boekverkoopster van Perdu me dat de presentatie van het boekje een mooie theateravond had opgeleverd. Ik geloof het op haar zachte blauwe ogen. Een roman is natuurlijk per definitie ‘onspeelbaar’ – tenzij je die bewerkt, zoals Matzer heeft gedaan met Lisette Lewins Een hart van prikkeldraad (1992).

Hart/hard
Drama is conflict. Kunst is contrast. Het bijna grafische decor van Hart is zacht als doek, schuimrubber of katoen. En hard als staal. Het slot van Hart is wreed. Vooral de vrouwen in de zaal leken dat erg te kunnen waarderen.

IJSCOBOER
Als ik na Hart de foyer van De Verkadefabriek in loop, zie ik een man in een ijsmakersjasje achter een kraampje met boeken staan. Het is Ernest van der Kwast. Wat doet die hier nou? En wat doet ie in dit stukje?

Gretige Greetje
Greetje laat zich in de duinen ontmaagden door Mandel, een Joodse jongen, vervreemdt hem van zich met antisemitische opmerkingen. Kort daarna gaat ze in op de grove avances van een Duitse officier. Het hart van Hart wordt gevormd door het samenspel van Fokka Deelen en Wendell Jaspers. Ze schakelen soepel en aanhoudend tussen spelen en vertellen en wisselen daarbij steeds van rol. Alsof je naar het geinen van twee hartsvriendinnen zit te kijken. Prachtig en grappig is het moment waarop Jaspers verandert in een karikatuur van de vijftiger Heinz die haar afstoot – zie de titel van deze post – en opwindt tegelijk. Op de beste momenten van Hart zie je dat acteren spelen is.

Lisette Lewin
Auteur Lisette Lewin (1939) is aanwezig bij de première, samen met meestervertaler Peter Verstegen (1938). Na afloop raak ik met hen  in gesprek. Lewin is erg gelukkig met de voorstelling – alleen de soundtrack bevalt haar niet: ze had liever Wagner en Strauss gehoord dan de hedendaagse muziek (Portishead, Keith Richards) waarvoor Matzer heeft gekozen. Alleen al omdat er in de oorlog helemaal geen Engelse muziek geluisterd mócht worden. Lewins reserves vind ik begrijpelijk. Voor het overgrote deel van het publiek lijkt ‘pop’ me toch een gelukkige keuze. De muziek slaat nu een brug naar het heden – van villa Zeelust naar kelderboxen, van moffenhoeren naar breezersletjes.

Vladimir Nabokov/ Gertrude Stein
Anneke Brassinga heeft nog gestudeerd bij Peter Verstegen. Verstegen vertelde me dat hij ooit begon aan het vertalen van Vladimir Nabokov’s The Gift (1938), maar het project al snel overdroeg aan Anneke Brassinga. De uitgave van Gertrude Steins theaterteksten is 2 (twee) – talig. Dus iedereen kan zelf nachecken of de teksten een beetje zijn Verbrast in de geest van Stein.

Greetje versus Lisette
‘Lisette Lewin stamt uit een Joodse zakenfamilie, waarvan de meeste familieleden WOII niet overleefd hebben. Zelf verbleef ze tijdens de oorlog op verschillende onderduikadressen,’ vertelt de DBNL. Lewin zal bij het schrijven van Een hart van prikkeldraad uit haar geheugen hebben geput. Maar de verschillen tussen de protagonist van Hart en de auteur ervan zijn pregnanter dan de overeenkomsten. Ik meld het maar even.

Boekhouden
In Matzers toneelbewerking speelt het thema ‘wraak’ een minder grote rol dan in de roman. Volgens Lewin werkt dat beter op het toneel. Meer dan bewerkers zijn vertalers boekhouders. In de Stein-vertaling van Brassinga – in de tekst ‘Haar jurken tellen’ waar toneelbedrijven als personages optreden – valt op pagina 33 een woordspeling weg als AB ‘act quickly’ vertaalt als ‘Ga snel te werk’ – ‘act’ is in het Engels natuurlijk zowel ‘(toneel)bedrijf’ als ‘daad’ of ‘handeling’ – die zij op pagina 35 meteen compenseert door de karakterisering ‘industrious’ uit de mond van een ‘personage’ genaamd ‘Vijfde bedrijf’ te vertalen als ‘bedrijvig’. Act/act wordt zo, met een piepkleine vertraging, bedrijf/bedrijvig. En de lezer snort tevreden.

Keiharde conclusies
Zo. Nu gevolgtrekkingen maken. Iedere voorstelling met Wendell Jaspers is het bijwonen waard, maar Hart is wel de kroon op de kers of hoe die uitdrukking ook alweer luidt. Dus:

Wees blij dat je leeft. Lees Stein. Ga Hart zien.

Doek.

Soundtrack: Don’t Go Breaking My Heart (het nummer speelt terwijl het publiek van Hart de zaal in loopt en Jaspers en Deelen een dansje doen).

——————

Volgende week: Oliviero Toscani in Amsterdam. En meer.

Foto: Matzer.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Een felrode envelop

Achttien was ik en ik publiceerde verhalen in het Vlaams tijdschrift Brakke Hond. Ik wist dat aan die verhalen veel mankeerde, maar ik wist niet wat. Ik had een belezen oom, altijd ietwat streng, Die zag waar het aan schortte en dat bracht hij tactvol onder woorden, zo tactvol dat ik het nooit helemaal begreep. Op het verjaardagsfeest van mijn moeder zei hij rond die tijd: ‘Als je echt goed wilt schrijven, moet je meer lezen.’ Die had ik vaker gehoord, maar ik was er altijd in geslaagd het advies in de wind te slaan. Hoewel ik snel las, ging lezen me nog steeds veel te langzaam. Die tijd kon ik beter besteden aan schrijven.

Een jaar later, weer op de verjaardag van mijn moeder, vroeg de oom: ‘Heb je veel gelezen het afgelopen jaar?’ Ik had een flink aantal verhalen in tijdschriften gepubliceerd, maar gelezen had ik amper. Nog steeds hing boven de meeste van mijn publicaties de gedachte dat er meer aan het verhaal ontbrak, dan dat ik erin had weten te stoppen. De vrees om door de mand te vallen, een universele vrees voor zover ik kan inschatten, was bovendien met elk gepubliceerd verhaal toegenomen. Inmiddels had ik wel zin gekregen om te lezen, of misschien zag ik er de noodzaak tegenwoordig van in. ‘Kun je niet wat titels opschrijven?’ vroeg ik aan mijn oom. Hij dacht even na en pakte de grote felrode envelop waarin één van de verjaardagskaarten voor mijn moeder had gezeten. Uit zijn binnenzak viste hij een vulpen op en hij begon te schrijven. ‘Zoveel als je er weet!’ moedigde ik hem aan. Soms legde hij de lijst weg, dronk wijn, converseerde en daarna pakte hij de envelop weer op om er iets bij te krabbelen. Iemand morste koffie over de envelop, een ander wijn, maar de literatuur liet zich niet temmen: aan het einde van het feest waren voor- en achterkant volledig beschreven. Negenenvijftig titels. Sprongen door het geheugen van mijn oom, van continent naar continent, hoofdzakelijk modernere literatuur.

De volgende dag ging ik met de envelop in mijn zak naar de bibliotheek. Ze hadden maar vier boeken van de lijst. Twee van Márquez, eentje van Hamsun en de roman van Lampedusa, De Tijgerkat. De laatste was ondoorgrondelijk, stoffig proza. Ik rook aan het boek, het stonk nog ook. Ik zette het terug op de plank. Honderd jaar eenzaamheid stond ook in een kast. Ik nam plaats aan een tafeltje en las een paar pagina’s in de roman, want ik had geen zin dat boek mee te slepen naar huis als het even stoffig zou zijn als dat vorige. Ook Honderd jaar eenzaamheid deed niets met me. Om vooral niet met lege handen naar huis te gaan, nam ik de dunnetjes mee terug: De kolonel krijgt nooit post en Honger. Ik las de boeken dezelfde avond uit, vooral omdat ik ontzettend graag namen wilde doorstrepen op de envelop. Maar wat ik las deed iets met me, vormde me meer dan ik toen kon vermoeden; de  heldere taal, de afwezigheid van een kermis aan literaire trucage. Zo wilde ik zelf ook schrijven en zo lees ik tegenwoordig nog steeds het liefst mijn romans.

De felrode envelop vond ik terug toen ik onlangs met mijn moeder de zolder opruimde. Hij lag onder de dikke klapper gevuld met mijn oude verhalen. Ik las de verhalen, best aardig maar veel te abstract, dat kon ik nu wel zien. De envelop was verfomfaaid, de inkt was doorlopen en hier en daar onleesbaar geworden. Geen enkele titel was doorgestreept, terwijl ik na de eerste kennismaking met de lijst toch ferm ben blijven lezen. De eerste maanden vooral om zo snel mogelijk alles gelezen te hebben, maar langzaamaan begon ik na te denken over de boeken die ik las. Ik herlas de meeste inmiddels meer dan eens.

virginia-woolfOmdat ik hem zo vaak bekeek, ken ik de lijst uit mijn hoofd. Die willekeurige a-chronologische opsomming van romans en een non-fictie werk. Een lijst waarop maar een vrouw staat. Er valt nog veel meer op de lijst aan te merken en doe dat vooral ook. Hou tegen het licht, vul hem aan of breek hem tot op de laatste titel af. Maar dit is de lijst aan de hand waarvan ik de literatuur heb ontdekt, met dank aan mijn oom die mijn blik op het goede moment – zonder dwang en niet te vroeg – voorzichtig richting de boomgrens van het bos stuurde, zodat ik het dartele hertje dat de literatuur is voor even stil zag staan, waarna het pardoes weer de struiken inschoot. Maar ik had het gezien.

 

De lijst:

Honderd jaar eenzaamheid

De kolonel krijgt nooit post

Kroniek van een aangekondigde dood                         Gabriel Garcia Márquez

De dood van Ivan Iljitsj                                                      Leo Tolstoj

Hersenschimmen                                                                  Bernlef

De New York-trilogie                                                           Paul Auster

Duizend kraanvogels                                                           Yasunari Kawabata

Nooit meer slapen                                                                W.F. Hermans

In Ongenade

Wachten op de barbaren                                                   J.M. Coetzee

Siberisch dagboek                                                                Karel van het Reve

De gore klerezooi in de Via Merulana                          Carlo Emilio Gadda

Aantekeningen uit het ondergrondse                          Fjodor Dostojevski

Misdaad en straf

Een wereld valt uit elkaar                                                 Chinua Achebe

Het proces

De gedaanteverwisseling                                                     Franz Kafka

Bekentenissen van een gemaskerde

Het gouden paviljoen                                                           Yukio Mishima

De val

De Pest                                                                                        Albert Camus

De Kapellekensbaan                                                             Louis Paul Boon

Ms. Dalloway

Naar de vuurtoren                                                                 Virginia Woolf

De Caïro-trilogie                                                                    Naguib Mahfuz

De kinderen van Gabalawi

De dood in Venetië                                                                Thomas Mann

Bekentenissen van Zeno                                                      Italo Svevo

De trein der traagheid

De man die zijn haar kort liet knippen                            Johan Daisne

De oude man en de zee

Voor wie de bel klinkt                                                             Ernest Hemingway

Amerikaanse Pastorale

Ik was getrouwd met een communist                              Phillip Roth

De blikken trommel                                                                 Günter Grass

Kaas

Villa des roses

Lijmen / het been                                                                     Willem Elsschot

De Decamerone                                                                          Boccaccio

De Tijgerkat (stoffig proza? Nee, fonkelend!)                 Giuseppe Tomasi di Lampedusa

Dubliners

Ulysses

Portret van een jonge man                                                     James Joyce

Is dit een mens                                                                            Primo Levi

Aleph                                                                                               Jorge Luis Borges

Stad der blinden

Het beleg van Lissabon                                                            José Saramago

Biljarten om half tien                                                                Heinrich Böll

De meester en Margarita                                                         Michael Boelgakov

Pan

Victoria

Honger                                                                                              Knut Hamsun

Druiven der gramschap

Over muizen en mensen                                                            John Steinbeck

Schuim&As                                                                                     J. Slauerhoff

———————

SAMSUNGRoman Helinski (1983) studeerde Moderne Letterkunde en Journalistiek. Zijn teksten verschenen, en verschijnen, in, onder meer, Tirade, Hollands Maandblad, Hard gras, De Brakke Hond en Deus ex Machina. In 2014 verscheen zijn romandebuut, Bloemkool uit Tsjernobyl. Helinski werkt aan een nieuwe roman. Hij woont in Utrecht. Zijn jongste Tirade-publicatie vind je in Tirade 456.

Volgende week: de Derde Zondagse Gastblog van Roman Helinski.

Foto (R.H.):  Corine 24.

‘Pubers bouwen graag op, helaas ziet het er vaak uit als afbreken.’

Vorige week publiceerden we hier deel X van de correspondentie Gerrist-Brands, Brands-Gerrist. En vandaag deel XI:
Annemieke Gerrist TwitterprofielfotoDag Wim,

zelf verbaas ik me altijd over anarchisten die uitroepen dat ze anarchisten zijn, omdat ze dan toch ergens onderdeel van een systeem zijn en weinig individualistisch. Volgens mij heb je de natuur van je opa behoorlijk geërfd, of niet? Ik zat ooit op een middelbare school die vanuit het anarchisme is ontstaan. Een school met een filosofie die ik teruglas in het boek ‘Het geminachte kind’ van Guus Kuijer. Ken je dat boek?

Momenteel werk ik aan veel, ik heb me vastgelegd aan een aantal projecten. Niet dat dat met opzet is gebeurd, meer terloops en met veel toeval. Ik belandde met twee vriendinnen in het café, waar we praatten over kunst en literatuur, en onze generatie. We zijn alledrie schrijver en beeldend kunstenaar. Geboren rond het jaar 1980. De overeenkomsten tussen ons zijn er gewoon, en de energie en het plezier tussen ons is aanstekelijk. Op de een of andere manier gaat dit volkomen vanzelf.

We werken momenteel aan een serie ‘hardop denken‘, waarbij we werken met nabeelden. We leggen een nabeeld vast naar aanleiding van iets wat we hebben bezocht, gezien, ons is opgevallen. Welk medium we gebruiken voor de uitvoering maakt niet uit. Het hardop denken over wat we hebben gezien vinden we interessant.

Ik had ooit een mooi gesprek met Gerard Stigter over het begin van hun groep Barbarber, en hoe hij dat beleefde. Hoeveel plezier dat gaf. Hij zag de tentoonstelling over Dada in het Stedelijk, waar hij helemaal wild van werd, en aan de slag ging. Ik had precies eenzelfde ervaring in het stedelijk, met een overzichtstentoonstelling van de Conceptuele kunst in Belgie en Nederland. Het bevrijdende; zo kan het dus ook! Ik had geen idee, kwam niet uit een gezin waar dit soort zaken werd bekeken. Met knikkende knieën, alsof ik zojuist een bloedmooie man had gezien waar ik op slag verliefd op werd en die naar mij knipoogde, liep ik door het museum. Nog steeds denk ik elke dag: vooruit. Ik heb geen tijd te verliezen. Werken. Maken.

Over terloops opvoeden gesproken (mooie term), aangezien ik zelf straks moeder word en jij vader bent, hoe doe jij dat, opvoeden?

Hartelijke groet,

Annemieke

————-

Wim Brands TwitterprofielfotoDag Annemieke,

de lezers van dit blog hebben het niet gemerkt, jij wel: ik heb lang gewacht met antwoorden. Het is ook de meest lastige vraag die je me kunt stellen: hoe doe je dat opvoeden?

Laat ik om te beginnen zeggen dat mijn kinderen, een zoon en een dochter, van me houden en ook niet op de bank van de psychiater hoeven.

Ik ben trouwens trots op ze: ze slaan met een groot gemak wegen in die ik op hun leeftijd niet eens kende.

Maar hoe zijn ze zo gekomen?

Door onze opvoeding, door hun eigen karakters?

Ik ben nauwelijks opgevoed. Dat wil zeggen: ik heb wel geleerd dat ik me netjes moet gedragen en andere mensen zoveel mogelijk dien te helpen maar om nu te zeggen dat mijn ouders het volgens de regels van een handboek deden – nee.

Ze hoorden zelf in een handboek.

Misschien durf ik de opvoeding van mijn kinderen wel een geslaagde te noemen omdat mijn vrouw en ik altijd een groot vertrouwen hebben gehad in de goede afloop. Vooral als het op school even tegenzat.

En ik ontdekte vooral tijdens hun puberteit dat hun gedrag ook als het destructief leek helemaal niet destructief was. Pubers bouwen graag op, helaas ziet het er vaak uit als afbreken.

Ik herkende dat omdat in mijn jeugd de omstanders al snel dachten dat ik de boel in de brand wilde steken. Wat je dan op een bepaald moment ook maar gaat doen, omdat ze dat tenslotte van je verwachten.

Ben je al humeurig door de zwangerschap, of juist niet. Probeer er eens een gedicht over te schrijven,

vrgr
Wim

————
Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Wim Brands (1959) is dichter en radio- en televisiemaker bij de VPRO. De jongste Tirade-publicatie van Gerrist vind je in Tirade 454, die van Brands in Tirade 455.

In voorbereiding: Gerrist-Brands, Brands-Gerrist, deel XII.

Auteursportretten: Twitterprofielfoto’s.

 

Apologie

Poëzie

Ook ik houd er niet van: er bestaan belangrijker dingen buiten al dit
gebazel.
Wanneer men poëzie leest echter, en met volstrekte geringschatting,
ontdekt men er
ten slotte toch ruimte voor het authentieke in.
Handen die kunnen grijpen, ogen
die zich kunnen opensperren, haar dat overeind kan staan
als het moet, deze dingen zijn belangrijk niet omdat

er een verheven klinkende interpretatie aan kan worden gehecht maar
omdat zij
bruikbaar zijn. Zo ver verwijderd dat zij onbegrijpelijk worden,
zou hetzelfde van ons allen gezegd kunnen worden, dat wij
niet bewonderen wat wij
niet kunnen begrijpen: de vleermuis
ondersteboven hangend of op zoek naar iets om te

eten, voortstormende olifanten, een wild paard zich rollend op zijn rug,
een rusteloze wolf onder
een boom, de onbeweeglijke criticus trekkend met zijn huid als een
paard dat een vlo voelt, de honk-
balfan, de statisticus-
en het is onredelijk
‘zakelijke documenten en schoolboeken’

laag aan te slaan; al deze fenomenen zijn belangrijk. Men moet echter
een onderscheid
maken: wanneer zij op de voorgrond worden gesleept door semi-
dichters is het resultaat geen poëzie,
en pas als de dichters onder ons
‘letterknechten van
de verbeelding’ kunnen zijn – verheven boven
arrogantie en banaliteit en

ons kunnen voorleggen ‘denkbeeldige tuinen met echte padden erin’,
zullen wij
het hebben. Intussen, als u aan de ene kant eist
het ruwe materiaal van poëzie in
al zijn ruwheid en aan de andere kant dat wat
authentiek is, interesseert u zich voor poëzie.

Marianne Moore (vertaling: Bernlef)

 

Er is een grimmige wereld tussen zij die poëzie lezen en zij die het verafschuwen. Ergens middenin wordt een moedige poging gedaan, door dichters en bewonderaars om gedichten op een geografische plek voor te dragen. Nu behoor ik helaas tot de menssoort die een enorme weerzin voelt opkomen als in een showachtige omgeving BN-er achtige types zich over de poëzie hoor buigen. Helaas is een verkeerde stembuiging voor mij al fataal. Ik weet dat dat aan mij ligt, en ik verwijt het hen niet. Maar ik wens dan heel snel weer weg te kruipen in een boek – de stem van de dichter.

Wat ik een ongelofelijk mooie manier vind die een dichter tot zijn mogelijkheden kan rekenen om een handreiking te doen aan de lezer, is de bundel vertaalde ‘zielsverwanten’. Bernlef maakte er zo een. Het alfabet op de rug gezien. Poëzievertalingen. H.C. ten Berge heeft ook een aantal van dergelijke boeken gemaakt. In Bernlefs boek vertaalde hij van een negental dichters uit het buitenland een ruime handvol gedichten elk. En hij introduceerde ze kort. Ik leef al maanden met dat boek omdat het zo’n geweldig greep zeer on-Nederlandse dichters is, door een dichter onze taal ingetrokken.

De apologie hierboven van Marianne Moore is een  vrijwel afdoende poging om de niet-lezer van gedichten tot lezen te verleiden, de verlaagde drempel om in te stappen, om gedichten te lezen

niet omdat

er een verheven klinkende interpretatie aan kan worden gehecht maar
omdat zij
bruikbaar zijn

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Gratis proza # 3: Ernsts vader

Als asvlokken cirkelen de kraaien boven de stal, waarvan de poort scheef openhangt. Een groene balk moet voorkomen dat hij uit zijn scharnieren valt. Terwijl ik het erf oversteek klemt de modder mijn laarzen vast, voor elke stap moet ik de vorige losrukken. Ik passeer het woonhuis; de ramen waarachter de keuken was. De brand heeft de ruiten mat geroet.

Aan het aanrecht hebben ze hem gevonden, voorovergezakt met het broodmes nog in zijn hand. Ik zou naar de keukendeur kunnen lopen en mijn hand om de klink kunnen sluiten, om het koele aluminium dat ik al mijn hele leven ken.

Ons gezin was het eerste dat in de nieuwe wijk kwam wonen, in de gele huizen die zijn neergezet op een verkocht kavel van Ernsts vaders grond.

Achterin de stal klinkt een geluid alsof er een groot gewicht omrolt.

‘Hallo?’ roep ik, maar het is weer stil geworden.

De stal is rietgedekt. Alle balken zijn van hout. Nog geen twintig meter, zit er tussen het huis en de eerste brandbare stengels. Het is een klein wonder, maar hier speelden we; daar is de vliering waarop we ons verstopten. Ernst studeert in Duitsland, nu.

In dit hok zaten de geiten, de staander is op dezelfde plekken gladgeknabbeld. Verderop ligt de badkuip waaruit de dieren dronken. Kalkafzettingen laten het verdampen van het water zien: jaarringen in de nalatigheid van Ernsts vader. De problemen begonnen toen zijn vrouw wegging. Een uit de stugste klei gebakken man werd overeindgehouden door een kleine vrouw met een vergroeide ruggenwervel.

Door die vergroeiing leek Ernsts moeder altijd een schouder op te halen. Haar lichaam zei het voor haar: Ja, zo is het leven. Uiteindelijk zou ze zich tegen dat lijf verzetten, vertrekken. Ernst wilde er nooit over praten, maar zoals het bestaan van de stut kan worden afgeleid uit het verzakken van de muur, verschenen al na een paar weken de eerste barsten. Niets zegt zo duidelijk als vuile ramen dat een bewoner zich voor de wereld afsluit, dat hij is opgehouden vooruit te kijken.

Na de ramen vergat Ernsts vader zijn dieren, die mager werden en chronisch vochtige hoeven hadden. De molens draaiden, maar er werd geen water van het land gepompt. Een kleine wandeling, het omzetten van een hendel, het lukte hem niet meer. En ik, die elk weekend thuiskwam, die niet ver weg studeerde, slaagde er niet in om bij hem langs te gaan.

Als ik aan Ernsts vader denk zie ik een dikke pols uit de mouw van een blauwe overall steken, een hand met gebarsten eelt op de knokkels die me een appel aanbiedt. Hij heeft me nooit een appel gegeven, teelde geen fruit. Ik heb hem niets anders dan brood, aardappelen en vlees zien eten. Maar dat is wat er van hem over is: een stock-foto, een goedkoop beeld van boerenhanden.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jan Lodewijckx"
    Jan Lodewijckx

    Jan Lodewijckx (1990) had het wel even gehad op kantoor. Hij kocht een zware fiets en een kleine tent en zegde zijn werk op en zijn appartement.

  • "Foto van Aska Hayakawa"
    Aska Hayakawa

    Aska Hayakawa groeide op als third-culture kid in Leiden. Haar verhalen gaan over eenzaamheid in het kapitalisme en de hedendaagse zoektocht naar geluk. Deze zomer studeert ze af van de studie Writing for Performance aan de HKU met het avondvullend toneelstuk Pièce de Résistance! en een scriptieonderzoek naar werkbare kwetsbaarheid. Eerder schreef ze theaterteksten voor Cecilia Moisio Company, Club Guy & Roni, Maas Theater en Dans en Bosfest. Haar kortverhalen werden gepubliceerd bij DIG, De Gids, Tirade Blog en De Revisor. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman bij Uitgeverij Pluim.

    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Twan Vet"
    Twan Vet

    Twan Vet (1998) schrijft poëzie, proza en liedteksten. Hij blogt wekelijks voor Tirade.

    Zijn gedichten verschenen eerder in literaire tijdschriften zoals De Revisor, DW B en Het Liegend Konijn en in kranten zoals NRC en AD.

    De komende jaren werkt hij aan een dichtbundel, een non-fictieboek en een roman bij De Bezige Bij.

    Foto: Roderique Arisiaman