Charlie was alleen

Ik lees de Volkskrant en het Parool; NRC en Trouw koop ik voor de boekenbijlagen. Elke avond kijk ik naar het journaal en als er iets schokkends gebeurt weet ik het via Facebook binnen een uurtje. Ik heb vrienden die met de regelmaat van lab-ratjes nieuwssites checken, in het geval van enige actualiteit ontvangen ze een pushbericht op hun mobiel.

Informatietourette. Het ontladen van interne spanning middels een tic.

Hoe gigantisch de hoeveelheid nieuws ook is, de tornado aan reacties-op-het-nieuws die dag en nacht op het internet voortraast is vele malen groter. Opinions are like assholes, om Dirty Harry aan te halenEn, merk je zeer terecht op, ook Gilles van der Loo heeft er een.

Wat gebeurde er met al die informatie voordat die ons zo makkelijk bereikte? Waarmee vulden we ons hoofd toen er één journaal per dag te zien was, waarop de gewone burger niet online kon reageren? Sinds de jaren ’70 zijn de ontwikkelingen zo snel gegaan dat ik me afvraag of de mens ze heeft kunnen bijbenen. Zijn we wel gebouwd op het moeten voelen van zoveel medeleven?

De afgelopen week kwamen we overal ter wereld samen om de machteloosheid te verdrijven. We hielden onze pen in de lucht en riepen dat we Charlie waren. We wilden godverdomme iets doen. 

Het mag nooit zo zijn dat er op een terroristische aanslag geen openbaar blijk van afkeuring en verontwaardiging volgt, maar zelf denk ik dat de slachtoffers het meest recht gedaan wordt door niet uit de weg te gaan wat zij in hun laatste momenten voelden: angst, machteloosheid en een verschrikkelijk alleenzijn.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Het goede voorbeeld

Uit het oog, uit het hart. Zo werkt ’t bij mij nou eenmaal. Natuurlijk hoorde ik regelmatig gehinnik uit de stallen hier achter en ik ‘zag’ bijna dagelijks één van mijn bedienden door de lanen van mijn landgoed galopperen om mijn glanzende renpaarden fit te houden en toch en toch en tóch realiseerde ik me tijdens een sequentie aan het begin van Benedikt Erlingssons Of Horses and Men (2013) – een ruwe, bonkige, irritante, grappige, deprimerende, saaie, onontkoombare film en (en als dat hysterisch klinkt DAN MOET DAT MAAR!!!) zonder meer één van de beste films die ik de eerste tien dagen van 2015 in de vaderlandse bioscooptheaters heb mogen aanschouwen – waarin je ene Kolbeinn, gespeeld door Ingvar Eggert Sigurðsson, en zijn paard Huppeldepup, de werkelijke naam van het dier ontbreekt om mij onbekende redenen op de aftiteling, in aanstekelijke telgang door agrarisch landschap ziet gaan, pas dat ik zelf over een aantal van die krachtige, elegante dieren beschik.

O, ja, paardrijden! Dat bestond ook nog! Sinds een paar dagen doe ik alles weer te paard. Even met een bloemetje bij oma langs? Te paard! Naar de bakker? Te paard! De slager? Te paard.

Aanstaande woensdag hoop ik in een halve dag van Utrecht naar Gent te galopperen. Ik ga er,  samen met collega Miek Zwamborn – die voor Tirade 456 een passage vertaalde uit Arno Camenisch’ roman Fred en Franz  (2013) – voorlezen en aansluitend met architecten in gesprek over de door Christophe van Gerrewey samengestelde literatuur & bouwkunst special van Dietsche Warande & Belfort.  Meer informatie over de presentatie vind je: daar.

Miek heeft me al laten weten dat ze een te gekke karaoke hut kent in Gent – dus drie keer raden waar mijn stukje van volgende week over gaat. Maar los van het fuiven en instuiven beschouw ik het bezoek aan DW B als een soort stage. DW B bestaat al sinds 1855. Tirade pas sinds 1957. Van DW B’s senioriteit moet ik dus iets kunnen opsteken.

Vrijdag gaan de paardenhoefjes  – om op een bekende regel uit de fascistische/racistische poëziecanon te alluderen – weer zachtjes van trippeltrippeltrippeltrap richting Den Haag, naar de twintigste editie van Writers Unlimited, om optredens bij te wonen van, onder anderen, al die auteurs en tekenaars die hebben meegewerkt aan Tirade 457.

MF zonen uitzicht’s Avonds heb ik daar dan de eer om met collega-auteur en filosoof Maxim Februari in gesprek te gaan over ‘de roman’. We doen dit onder de titel ‘Op een goed boek zitten we niet te wachten’. Nou, dan word je door de NED-LIT op je wenken bediend, zou je zeggen. Maar het ligt genuanceerder. We gaan elkaar, en het publiek, denk ik, ook vertellen op wat voor soort boeken we wél zitten te wachten. Het gesprek – dat ik stilletjes beschouw als een Masterclass omdat ik Maxim een paar ethische, esthetische en compositorische knopen hoop voor te leggen die ik zelf maar niet weet te ontwarren – vindt plaats in Theaterzaal 2 en duurt van 22.30 tot 23.00 uur.

Er gebeurt natuurlijk nog veel, veel meer tijdens Writers Unlimited. Een overzicht van wat zich van aanstaande donderdag tot en met zondag allemaal afspeelt vind je : alhier.

Tirade – jong genoeg om te leren.

Soundtrack (ook een karaoke hit onder Jihadisten, trouwens):  ‘I’m gonna live forever, I wanna learn how to fly (high!)/ I’m gonna make it to heaven/Light up the sky like a flame (fame!). ‘ Fame.

Volgende week: Ghroeten uit ’s-Gravenhage.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Say Cheese

“Zo’n leuk meisje, altijd zo keurig gekleed, en dan zo’n boek schrijven.”

Deze reactie werd door een vriend opgetekend uit de mond van zijn grootmoeder, die mijn roman gelezen had. De dame was ontdaan – door het handjevol schuttingwoorden misschien, en door wat ze ‘de vruchtafdrijving’ noemde, maar vooral door het contrast tussen het beeld dat ze zich van mij had gevormd en de gedachtenwereld die uit het boek oprees. Ik bleek een ander.

Warempel, het boek lijkt niet op de auteur. Of preciezer: de schrijver – het bewustzijn dat de tekst gevormd heeft – valt niet samen met de persoon die op visite komt en dan zo goedgehumeurd over haar roman vertelt. Want dat is zo’n aardig meisje. (Jan van Mersbergen wijdde een mooie columnreeks aan het onderscheid tussen de twee, die hij respectievelijk de schrijver en de auteur noemt. Zie: bivakmuts.)

Ook als je de auteur nog nooit ontmoet hebt, vorm je je een beeld van hem of haar. Nog voor je een letter gelezen hebt. Omdat je de biografie op de achterflap hebt bekeken, of de portretfoto die nooit ontbreekt, of een interview gelezen hebt. (Voor de meeste hedendaagse auteurs geldt dat ik meer over dan van hen gelezen heb.) De indruk die je je zo  vormt, beïnvloedt jouw lezing. Ik vind dat jammer, vanwege het romantische idee dat literatuur het laatste pure medium is – puur in modernistische zin – waarin de tekst het helemaal alleen moet doen. Zonder deuntjes, zonder stroboscopisch lichteffect of spannende plaatjes, zonder DWDD of top-tien, en dus zonder auteur.

De enige keer dat ik me bewust was dat ik een boek kocht omdat ik benieuwd was naar degene die het had geschreven, was toen ik Het fantoom van Alexander Wolf aanschafte, van Alexander Gazdanov. Die auteur prikkelde me, niet alleen vanwege zijn biografie – hij woonde als levenslange banneling in Parijs, net zoals de eveneens Russische kunstenaar Alexander Alexeïeff naar wie ik een jaar lang onderzoek had gedaan – maar vooral omdat ik het zo’n ongelofelijk mooie man vond. Meestal merk ik niet dat dit gebeurt bij het kiezen van een boek. Meestal denk ik: o, dat is een interessant thema, of: een interessante literaire vorm, en vraag ik me niet af of ik bijvoorbeeld even benieuwd zou zijn naar de dagdagelijkse beslommeringen van Karl Ove Knausgård als hij er niet uitzag als een rockster maar als de boekhouder van een rockster.

Wie te trots is om gekocht en gelezen te worden omwille van een goed portret, zou kunnen weigeren om op de foto te gaan. Dat doet eigenlijk niemand, simpelweg omdat een boek met portetfoto beter verkoopt, en al helemaal wanneer die foto getuigt van het bezit van de hedentendage hoogst aangeschreven component van literair talent, jeugdigheid.

Goed voornemen: wees leuk, altijd goed gekleed, cultiveer je babyface en ga goedlachs op de foto. Schrijf boeken die niet op je lijken.

————————

hofstede cosseeBregje Hofstede (1988) studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn en publiceerde verhalen en essays in Hollands Maandblad, Kunstschrift en Das Magazin. In 2014 verscheen haar romandebuut De hemel boven Parijs. In het jongste nummer van Tirade, Tirade 457, vind je nieuw proza van Bregje Hofstede.

Volgende week: de Derde Zondagse Gastblog van Bregje Hofstede.

‘Hij zwaaide met twee armen, net zolang tot ik was verdwenen’

Vorige week publiceerden we hier deel VI van de correspondentie Gerrist-Brands, Brands-Gerrist. En vandaag deel VII:

Annemieke Gerrist TwitterprofielfotoDag Wim,

nu we het toch over maken hebben, wil ik het graag hebben over iets wat me sinds je bundel Ruimtevaart opviel. De gedichten die je schrijft die ‘vrij naar’ zijn, intrigeren me. Ik heb wel eens de originelen proberen te vinden, wat me niet is gelukt. Alleen om te kijken hoe vrij dat vrij nou eigenlijk was. Misschien heb ik niet goed genoeg gezocht of bezit je exquise bundels.

Er was een recensent die schreef dat ik nogal wat vragen in mijn gedichten had. Was mijzelf nog nooit opgevallen. De volgende dag, als bij toeval, kreeg ik van iemand Het boek der vragen van Neruda. Fantastisch hoe hij de lijm plakkerig houdt in die gedichten, gemaakt met louter vragen. Ik heb een gedicht geschreven voor Neruda, met alleen maar vragen.

Ik vind de bundel Liedjes van Wijnberg een van de beste bundels die ik heb gelezen. Het raakte me. Ooit reed ik met hem mee omdat we allebei optraden in Groningen. Het was warm, en halverwege rustten we even uit. Hij vertelde hoe zijn ouders de oorlog hadden overleefd door een huis in een dijk te bouwen. Dat beeld bleef me achtervolgen. Ik dacht, daar schrijf ik een liedje over.

Elk voornemen om ‘over iets’ een werk te maken, strandt bij mij per definitie in het proces. Er kwam tijdens het schrijven alleen dit beeld naar boven: Hoe Wijnberg mij uitzwaaide in zijn straat, staande voor zijn huis dat van zijn familie is geweest. Hij zwaaide met twee armen, net zolang tot ik was verdwenen. Uiteindelijk gaat het liedje min of meer daar over, over die bewegingen in de straat, en wat me daarin raakte. Het zwaaien met twee armen riep hetzelfde op als het lezen van zijn gedichten.

Wat zijn dat voor gedichten, die ‘vrij naar’ gedichten van jou? Hoe maak je die?

Groet!
Annemieke

——————–

Wim Brands TwitterprofielfotoDag Annemieke,

toen ik voor het eerst in Amerika was en een tijdje in Seattle verbleef bezocht ik regelmatig een antiquariaat waar ik dichtbundels kocht van Amerikaanse dichters als Oppen, Creeley, Olson, William Carlos Williams, Reznikoff.

Openbaringen.

Met name Reznikoff beschouw ik als een voorbeeld. Hij schrijft glasheldere poezie die soms zo helder is dat het je gaat duizelen. Van hem heb ik ook regelmatig gedichten vertaald.

Zo is het begonnen, vrij naar.

Dat ‘vrij naar’ betekent vaak dat ik het gedicht heb vertaald zonder aanspraak te willen maken op een perfecte vertaling. Daar is het me namelijk niet om te doen, ik wil het gedicht naar mijn hand zetten.

Onherstelbaar verbeterd, noemde Gerrit Komrij dat.

vrgr

Wim

————————–

Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Wim Brands (1959) is dichter en radio- en televisiemaker bij de VPRO. De jongste Tirade-publicatie van Gerrist vind in je Tirade 454, die van Brands in Tirade 455.

In voorbereiding: Gerrist-Brands, Brands-Gerrist, deel VIII.

Auteursportretten: Twitterprofielfoto’s.

Nu te koop: Tirade 457

Tirade 457 vpVerschenen en inmiddels te koop in de winkel en webwinkel: Tirade 457, de Tirade Writers Unlimited Special 2015.

Tirade 457 brengt literatuur uit de hele wereld. Het nummer bevat teksten van, in volgorde van opkomst: David Grossman, Toef Jaeger, Jennifer Clement, Bregje Hofstede, Muhammad Aladdin, Shantie Singh, Stefan Hertmans, Dinar Rahayu, Martijn Knol, Mira Feticu, Ayikwei Parkes, Maaza Mengiste, Maarten van der Graaff, Louise Fresco, Adriaan van Dis, Hanneke van Eijken,  Milena Michiko Flašar, Witold Szabłowski en Alfred Schaffer.

De illustraties op, in en achterop het nummer zijn van Dominique Goblet, Leela Corman en Michaël Olbrechts.

Tirade 457 bestel je hier.

Meer informatie over Writers Unlimited: daar.

TiradeUnlimited.

Lachen maar…

Satire, de oude literaire vorm van humor die sociale kritiek is, blijkt soms moeilijk te verdragen. Waarom is dat zo, hoe verklaar je woede als gevolg van satire? Ik moet er zelf nogal diep voor graven, want bijvoorbeeld als jongste kind van vijf heb je al vrij vroeg geleerd dat het goed is jezelf bij voorbaat als een beetje belachelijk te zien. Wanneer je in woede ontbrandt vanwege een prent die je raakt in je devotie dan is de zekerheid die je voelt niet erg groot. Woede over satire legt wankelmoedigheid bloot. Als deze grap kan, dan ben ik niet goed bezig met mijn fanatisme, dus deze grap kan niet, want mijn fanatisme is terecht. Het gegeven ‘petitio principii’ zal de daders van gisteren in Parijs weinig zeggen, maar een drogreden ligt waarschijnlijk ten grondslag aan de aanslag op het satirische tijdschrift. Satire daagt voortdurend overtuiging uit.

Malcolm Gladwell schrijft in The tipping point dat goed leiderschap zich omringt door kritische geluiden. Zelfbevestiging is een gevaarlijke tendens in bestuur. Ook maatschappelijk is het gevaarlijk. Satire rekt de spier die zelfinzicht heet. ‘Ben ik echt zo?’ is de vraag die elkeen die aangevallen wordt in een spotprent zich dient te stellen. Wanneer je dan meent van niet dan is een nieuwe spotprent het antwoord. Want satire beantwoord je met satire.

En een aanval op satire, hoe beantwoord je die? Het voelt als een diep geworteld Europeanisme dat Charlie Hebdo al bezig is met het tijdschrift van de volgende week. De satire is niet te stoppen, want de satire is het scherpe potloodpunt van Westers, maar ook van fundamenteel Oosters zelfinzicht.

De satire is dood, leve de satire!

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Tim Veeter"
    Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.

  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.

     

  • "Foto van Inez van de Ven"
    Inez van de Ven

    Inez van de Ven is een schrijfster van Nederlands-Surinaamse afkomst. Haar focus ligt vooral op geschiedenis en fictie, waarin ze altijd op zoek is naar het sociaal maatschappelijk knelpunt. Naast haar schrijfwerk is ze freelance model en IT consultant.