Man en vrouw met camera

Het laatste deel van Susan Sontags On photography is gewijd aan citaten over fotografie die zij belangrijk vond. Er is sinds 1971 natuurlijk nogal veel veranderd in het denken over fotografie. Er is ook ontstellend veel veranderd in de fotografie zelf – en het belang ervan voor ons. Susan Sontags heeft een schitterende denktrant, en een benijdenswaardige melange van eenvoud en diepzinnigheid, helderheid – ik blijf maar denken dat de grote fotografe Annie Leibovitz na het lezen van deze bundel verliefd op haar moet zijn geworden.

Inmiddels kunnen  Sontags eigen citaten moeiteloos tussen die van de grootheden in haar laatste hoofdstuk staan. Ik citeer uit het essay ‘In Plato’s cave’. Geannoteerd voor 2015.

‘To collect photographs is to collect the world.’ – Pinterest, Flickr en bijvoorbeeld instagram komen tegemoet aan juist deze intentie, verzamelen van plaatjes met als verstrekkend doel bezit te nemen van de wereld om je heen. Je die wereld eigen te maken. Vakanties, straatleven, feestjes. Zijn van jou omdat je ze gefotografeerd hebt.

‘To photograph is to appropriate the thing photograped.’ – Heel eenvoudig geformuleerd de essentie. Vanaf kadrering – buitensluiting  – eigent de fotograaf zich het gefotografeerde toe, maakt het passend, interpreteert het dan ook. De beste toetsteen is Instagram, je kunt in de verzameling van willekeurig wie aan de foto’s zien hoe zij zich tot de wereld verhouden. Iemands verzameling zien, is iemand kennen. En andersom, zoekend vanaf een ding, #icecream bijvoorbeeld, kun je de interessante makers eruit vissen, zij spreken tot je als het ware door hun foto’s heen.

‘Like guns and cars camera’s are phantasy machines whose use is addictive.’ – Makers van camera’s adverteren in de late 60’er jaren op dezelfde wijze als fabrikanten van auto’s en wapens: het zijn gestroomlijnde machines die alles zelf doen, en altijd resultaat leveren. Met de camera in je telefoon tegenwoordig is dit ook zo, je hebt hem altijd aan je holster, altijd geladen, altijd werkend. En de verslaving: ik zie op tegen kennis omtrent hoe exponentieel mijn cameragebruik gegroeid is de laatste jaren, dat zegt genoeg.

Natuurlijk ben ik On photography gaan lezen omdat ik me afvroeg wat fotografie voor me betekent, dus de vraag lag er al, maar juist door Sontags betrekkelijk eenvoudige redeneertrant is er een wereld van vragen geopend. De zekerheid dat mensen hun leven construeren door beelden van dat leven is vandaag nog veel pregnanter aanwezig dan toen het boek in 1971 verscheen. Ook facebook is voor een belangrijk deel een plaatjesboek waarin men zijn wereld verzameld. Ik ben me bewust geworden van mijn impuls te leven door foto’s.

‘Room for thought’ is een denkstap verder: deze app geeft 1 maal per dag op een moment dat door de app gekozen wordt aan, dat je binnen 10 seconden een foto maken moet. ‘To collect photographs is to collect the world.’ is hierdoor iets buiten de beslissingsbevoegdheid van de fotograaf gebracht. Om in ‘Plato’s grot’ te blijven: ‘Room for thought’ verplicht je iets meer je echte wereld te verzamelen, meer dan je gedroomde of ideale wereld. ‘To photograph is to appropriate the thing photographed’ wordt lastiger en tegelijkertijd veelzeggender door ‘ Room for Thought.’ Op Instagram zet je niet snel de binnenkant van je wc-deur, maar als de app je verplicht te fotograferen als je op de wc zit heb je weinig keus. Dan moet je dus in heel korte tijd bedenken hoe je je die omgeving op zo’n manier eigen maakt dat het je persoonlijkheid representeert. Fotograferen als hordenloop.

Het tweede essay, over Diane Arbus is op alle mogelijke manieren een hoogtepunt in de twintigste-eeuwse fotografie-essayistiek. Haar voorbeelden zijn natuurlijk ook uitgelezen. Niet alleen Arbus overigens, Sontag grossiert in verwijzingen, ook in voor mij onbekende voorbeelden.  Neem deze totale beeldliefhebbersporno The Man with the Movie camera van Dziga Vertov:

Sontag schrijft: ‘The man with a movie camera (1929) gives the ideal image of the photographer as someone in perpetual movement, someone moving through a panorama of disparate events with such agility and speed that any intervention is out of the question.’ En daarvoor: ‘The person who intervenes cannot record; the person who is recording cannot intervene.’ Op deze wijze de inactiviteit van de beeldmaker aanroerend die ook nu, in 2015 zo tekenend is, we schieten ons een breuk en voelen ons passiever dan ooit. Overigens ook interessant voor wie geïnteresseerd is in het dagelijks leven in steden als Kiev, Charkov, Moskou en Odessa in de late 20’er jaren. De film van Vertov is vooral fascinerend in de mate waarin het het kijken zelf waarneembaar maakt en hoe je voelt dat wanneer je kijkt  je jezelf op gelijksoortige wijze verlustigt in wat er te zien is, als de cameraman deed. Leven is kijken.

Tirade – ziet voor- en achteruit

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

In de Oorshop

Charlie was alleen

Ik lees de Volkskrant en het Parool; NRC en Trouw koop ik voor de boekenbijlagen. Elke avond kijk ik naar het journaal en als er iets schokkends gebeurt weet ik het via Facebook binnen een uurtje. Ik heb vrienden die met de regelmaat van lab-ratjes nieuwssites checken, in het geval van enige actualiteit ontvangen ze een pushbericht op hun mobiel.

Informatietourette. Het ontladen van interne spanning middels een tic.

Hoe gigantisch de hoeveelheid nieuws ook is, de tornado aan reacties-op-het-nieuws die dag en nacht op het internet voortraast is vele malen groter. Opinions are like assholes, om Dirty Harry aan te halen. En, merk je zeer terecht op, ook Gilles van der Loo heeft er een.

Wat gebeurde er met al die informatie voordat die ons zo makkelijk bereikte? Waarmee vulden we ons hoofd toen er één journaal per dag te zien was, waarop de gewone burger niet online kon reageren? Sinds de jaren ’70 zijn de ontwikkelingen zo snel gegaan dat ik me afvraag of de mens ze heeft kunnen bijbenen. Zijn we wel gebouwd op het moeten voelen van zoveel medeleven?

De afgelopen week kwamen we overal ter wereld samen om de machteloosheid te verdrijven. We hielden onze pen in de lucht en riepen dat we Charlie waren. We wilden godverdomme iets doen. 

Het mag nooit zo zijn dat er op een terroristische aanslag geen openbaar blijk van afkeuring en verontwaardiging volgt, maar zelf denk ik dat de slachtoffers het meest recht gedaan wordt door niet uit de weg te gaan wat zij in hun laatste momenten voelden: angst, machteloosheid en een verschrikkelijk alleenzijn.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Het goede voorbeeld

Uit het oog, uit het hart. Zo werkt ’t bij mij nou eenmaal. Natuurlijk hoorde ik regelmatig gehinnik uit de stallen hier achter en ik ‘zag’ bijna dagelijks één van mijn bedienden door de lanen van mijn landgoed galopperen om mijn glanzende renpaarden fit te houden en toch en toch en tóch realiseerde ik me tijdens een sequentie aan het begin van Benedikt Erlingssons Of Horses and Men (2013) – een ruwe, bonkige, irritante, grappige, deprimerende, saaie, onontkoombare film en (en als dat hysterisch klinkt DAN MOET DAT MAAR!!!) zonder meer één van de beste films die ik de eerste tien dagen van 2015 in de vaderlandse bioscooptheaters heb mogen aanschouwen – waarin je ene Kolbeinn, gespeeld door Ingvar Eggert Sigurðsson, en zijn paard Huppeldepup, de werkelijke naam van het dier ontbreekt om mij onbekende redenen op de aftiteling, in aanstekelijke telgang door agrarisch landschap ziet gaan, pas dat ik zelf over een aantal van die krachtige, elegante dieren beschik.

O, ja, paardrijden! Dat bestond ook nog! Sinds een paar dagen doe ik alles weer te paard. Even met een bloemetje bij oma langs? Te paard! Naar de bakker? Te paard! De slager? Te paard.

Aanstaande woensdag hoop ik in een halve dag van Utrecht naar Gent te galopperen. Ik ga er,  samen met collega Miek Zwamborn – die voor Tirade 456 een passage vertaalde uit Arno Camenisch’ roman Fred en Franz  (2013) – voorlezen en aansluitend met architecten in gesprek over de door Christophe van Gerrewey samengestelde literatuur & bouwkunst special van Dietsche Warande & Belfort.  Meer informatie over de presentatie vind je: daar.

Miek heeft me al laten weten dat ze een te gekke karaoke hut kent in Gent – dus drie keer raden waar mijn stukje van volgende week over gaat. Maar los van het fuiven en instuiven beschouw ik het bezoek aan DW B als een soort stage. DW B bestaat al sinds 1855. Tirade pas sinds 1957. Van DW B’s senioriteit moet ik dus iets kunnen opsteken.

Vrijdag gaan de paardenhoefjes  – om op een bekende regel uit de fascistische/racistische poëziecanon te alluderen – weer zachtjes van trippeltrippeltrippeltrap richting Den Haag, naar de twintigste editie van Writers Unlimited, om optredens bij te wonen van, onder anderen, al die auteurs en tekenaars die hebben meegewerkt aan Tirade 457.

MF zonen uitzicht’s Avonds heb ik daar dan de eer om met collega-auteur en filosoof Maxim Februari in gesprek te gaan over ‘de roman’. We doen dit onder de titel ‘Op een goed boek zitten we niet te wachten’. Nou, dan word je door de NED-LIT op je wenken bediend, zou je zeggen. Maar het ligt genuanceerder. We gaan elkaar, en het publiek, denk ik, ook vertellen op wat voor soort boeken we wél zitten te wachten. Het gesprek – dat ik stilletjes beschouw als een Masterclass omdat ik Maxim een paar ethische, esthetische en compositorische knopen hoop voor te leggen die ik zelf maar niet weet te ontwarren – vindt plaats in Theaterzaal 2 en duurt van 22.30 tot 23.00 uur.

Er gebeurt natuurlijk nog veel, veel meer tijdens Writers Unlimited. Een overzicht van wat zich van aanstaande donderdag tot en met zondag allemaal afspeelt vind je : alhier.

Tirade – jong genoeg om te leren.

Soundtrack (ook een karaoke hit onder Jihadisten, trouwens):  ‘I’m gonna live forever, I wanna learn how to fly (high!)/ I’m gonna make it to heaven/Light up the sky like a flame (fame!). ‘ Fame.

Volgende week: Ghroeten uit ’s-Gravenhage.

Say Cheese

“Zo’n leuk meisje, altijd zo keurig gekleed, en dan zo’n boek schrijven.”

Deze reactie werd door een vriend opgetekend uit de mond van zijn grootmoeder, die mijn roman gelezen had. De dame was ontdaan – door het handjevol schuttingwoorden misschien, en door wat ze ‘de vruchtafdrijving’ noemde, maar vooral door het contrast tussen het beeld dat ze zich van mij had gevormd en de gedachtenwereld die uit het boek oprees. Ik bleek een ander.

Warempel, het boek lijkt niet op de auteur. Of preciezer: de schrijver – het bewustzijn dat de tekst gevormd heeft – valt niet samen met de persoon die op visite komt en dan zo goedgehumeurd over haar roman vertelt. Want dat is zo’n aardig meisje. (Jan van Mersbergen wijdde een mooie columnreeks aan het onderscheid tussen de twee, die hij respectievelijk de schrijver en de auteur noemt. Zie: bivakmuts.)

Ook als je de auteur nog nooit ontmoet hebt, vorm je je een beeld van hem of haar. Nog voor je een letter gelezen hebt. Omdat je de biografie op de achterflap hebt bekeken, of de portretfoto die nooit ontbreekt, of een interview gelezen hebt. (Voor de meeste hedendaagse auteurs geldt dat ik meer over dan van hen gelezen heb.) De indruk die je je zo  vormt, beïnvloedt jouw lezing. Ik vind dat jammer, vanwege het romantische idee dat literatuur het laatste pure medium is – puur in modernistische zin – waarin de tekst het helemaal alleen moet doen. Zonder deuntjes, zonder stroboscopisch lichteffect of spannende plaatjes, zonder DWDD of top-tien, en dus zonder auteur.

De enige keer dat ik me bewust was dat ik een boek kocht omdat ik benieuwd was naar degene die het had geschreven, was toen ik Het fantoom van Alexander Wolf aanschafte, van Alexander Gazdanov. Die auteur prikkelde me, niet alleen vanwege zijn biografie – hij woonde als levenslange banneling in Parijs, net zoals de eveneens Russische kunstenaar Alexander Alexeïeff naar wie ik een jaar lang onderzoek had gedaan – maar vooral omdat ik het zo’n ongelofelijk mooie man vond. Meestal merk ik niet dat dit gebeurt bij het kiezen van een boek. Meestal denk ik: o, dat is een interessant thema, of: een interessante literaire vorm, en vraag ik me niet af of ik bijvoorbeeld even benieuwd zou zijn naar de dagdagelijkse beslommeringen van Karl Ove Knausgård als hij er niet uitzag als een rockster maar als de boekhouder van een rockster.

Wie te trots is om gekocht en gelezen te worden omwille van een goed portret, zou kunnen weigeren om op de foto te gaan. Dat doet eigenlijk niemand, simpelweg omdat een boek met portetfoto beter verkoopt, en al helemaal wanneer die foto getuigt van het bezit van de hedentendage hoogst aangeschreven component van literair talent, jeugdigheid.

Goed voornemen: wees leuk, altijd goed gekleed, cultiveer je babyface en ga goedlachs op de foto. Schrijf boeken die niet op je lijken.

————————

hofstede cosseeBregje Hofstede (1988) studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht, Parijs en Berlijn en publiceerde verhalen en essays in Hollands Maandblad, Kunstschrift en Das Magazin. In 2014 verscheen haar romandebuut De hemel boven Parijs. In het jongste nummer van Tirade, Tirade 457, vind je nieuw proza van Bregje Hofstede.

Volgende week: de Derde Zondagse Gastblog van Bregje Hofstede.

‘Hij zwaaide met twee armen, net zolang tot ik was verdwenen’

Vorige week publiceerden we hier deel VI van de correspondentie Gerrist-Brands, Brands-Gerrist. En vandaag deel VII:

Annemieke Gerrist TwitterprofielfotoDag Wim,

nu we het toch over maken hebben, wil ik het graag hebben over iets wat me sinds je bundel Ruimtevaart opviel. De gedichten die je schrijft die ‘vrij naar’ zijn, intrigeren me. Ik heb wel eens de originelen proberen te vinden, wat me niet is gelukt. Alleen om te kijken hoe vrij dat vrij nou eigenlijk was. Misschien heb ik niet goed genoeg gezocht of bezit je exquise bundels.

Er was een recensent die schreef dat ik nogal wat vragen in mijn gedichten had. Was mijzelf nog nooit opgevallen. De volgende dag, als bij toeval, kreeg ik van iemand Het boek der vragen van Neruda. Fantastisch hoe hij de lijm plakkerig houdt in die gedichten, gemaakt met louter vragen. Ik heb een gedicht geschreven voor Neruda, met alleen maar vragen.

Ik vind de bundel Liedjes van Wijnberg een van de beste bundels die ik heb gelezen. Het raakte me. Ooit reed ik met hem mee omdat we allebei optraden in Groningen. Het was warm, en halverwege rustten we even uit. Hij vertelde hoe zijn ouders de oorlog hadden overleefd door een huis in een dijk te bouwen. Dat beeld bleef me achtervolgen. Ik dacht, daar schrijf ik een liedje over.

Elk voornemen om ‘over iets’ een werk te maken, strandt bij mij per definitie in het proces. Er kwam tijdens het schrijven alleen dit beeld naar boven: Hoe Wijnberg mij uitzwaaide in zijn straat, staande voor zijn huis dat van zijn familie is geweest. Hij zwaaide met twee armen, net zolang tot ik was verdwenen. Uiteindelijk gaat het liedje min of meer daar over, over die bewegingen in de straat, en wat me daarin raakte. Het zwaaien met twee armen riep hetzelfde op als het lezen van zijn gedichten.

Wat zijn dat voor gedichten, die ‘vrij naar’ gedichten van jou? Hoe maak je die?

Groet!
Annemieke

——————–

Wim Brands TwitterprofielfotoDag Annemieke,

toen ik voor het eerst in Amerika was en een tijdje in Seattle verbleef bezocht ik regelmatig een antiquariaat waar ik dichtbundels kocht van Amerikaanse dichters als Oppen, Creeley, Olson, William Carlos Williams, Reznikoff.

Openbaringen.

Met name Reznikoff beschouw ik als een voorbeeld. Hij schrijft glasheldere poezie die soms zo helder is dat het je gaat duizelen. Van hem heb ik ook regelmatig gedichten vertaald.

Zo is het begonnen, vrij naar.

Dat ‘vrij naar’ betekent vaak dat ik het gedicht heb vertaald zonder aanspraak te willen maken op een perfecte vertaling. Daar is het me namelijk niet om te doen, ik wil het gedicht naar mijn hand zetten.

Onherstelbaar verbeterd, noemde Gerrit Komrij dat.

vrgr

Wim

————————–

Annemieke Gerrist (1980) is dichter en beeldend kunstenaar. Wim Brands (1959) is dichter en radio- en televisiemaker bij de VPRO. De jongste Tirade-publicatie van Gerrist vind in je Tirade 454, die van Brands in Tirade 455.

In voorbereiding: Gerrist-Brands, Brands-Gerrist, deel VIII.

Auteursportretten: Twitterprofielfoto’s.

Nu te koop: Tirade 457

Tirade 457 vpVerschenen en inmiddels te koop in de winkel en webwinkel: Tirade 457, de Tirade Writers Unlimited Special 2015.

Tirade 457 brengt literatuur uit de hele wereld. Het nummer bevat teksten van, in volgorde van opkomst: David Grossman, Toef Jaeger, Jennifer Clement, Bregje Hofstede, Muhammad Aladdin, Shantie Singh, Stefan Hertmans, Dinar Rahayu, Martijn Knol, Mira Feticu, Ayikwei Parkes, Maaza Mengiste, Maarten van der Graaff, Louise Fresco, Adriaan van Dis, Hanneke van Eijken,  Milena Michiko Flašar, Witold Szabłowski en Alfred Schaffer.

De illustraties op, in en achterop het nummer zijn van Dominique Goblet, Leela Corman en Michaël Olbrechts.

Tirade 457 bestel je hier.

Meer informatie over Writers Unlimited: daar.

Tirade – Unlimited.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Eline Helmer"
    Eline Helmer

    Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.

  • "Foto van Ida Blom"
    Ida Blom

    Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.