Hoe het was

(Omdat je sommige dingen niet kunt verzinnen. Of wel, en dat je erdoor ingehaald wordt.) 

I. en ik zitten in de Duitse stad in de kroeg waar iedereen zit. Dat wil zeggen: twaalf van de zesduizend inwoners. Iedereen kent elkaar en achter de bar staan twee meisjes van een jaar of twintig waar iedereen naar luistert. Tegenover ons, onder een scherm met Uruguay – Costa Rica, zitten twee kerels in carnavalskledij. Stomdronken, de één iets erger dan de ander, ze krijgen ruzie in slowmotion. Hun decoraties rinkelen op hun borst (medailles, emaille zwarte katten). Hun steken met de belletjes erop hebben ze op tafel gezet. 

Eén van die kerels hebben we eerder gezien, toen zijn tred nog trefzeker was en we hadden ons afgevraagd waar hij heen ging omdat het geen carnaval kon zijn. Het antwoord kwam in de vorm van alom aanwezige aanplakbiljetten: in alle dorpen in de omgeving worden rond deze tijd Schützenfesten gehouden, schuttersfeesten waarbij het niet zo ontzettend meer om het geschut gaat. 

De Schützenfesters graaien onvast naar elkaars koppen en schelden elkaar uit voor Arsloch en Weib. I. duwt tegen me aan omdat ik hardop lach dus neem ik een slok bier, waarna ik in mijn glas pruttel. Het is in deze stad wel vaker alsof we opeens in een Monty Python sketch terechtkomen. Het schrille contrast tussen het absolute niks (wuivend graan, rijpende kersen, druipende fonteinen, luie katten, een bemost beeld van Sint Nicolaas) en de totale willekeur aan bizarriteiten (met stip op één het zakkenmuseum) maakt me intens melig. 

‘Maak je aantekeningen?’ fluistert I. terwijl ik het bier uit mijn neus snuit. 

We zijn hier omdat ik schrijf over iemand die hier woont. Een personage dat ik helemaal zelf verzonnen heb en dat toevallig heel goed past bij de stad waar we vorige zomer via een hotelaanbieding (‘het is in het buitenland, we doen het!’) terechtkwamen. Eerder op de dag wandelden we naar de plek waar zijn huis zou kunnen staan en bijna waren we er zelf een hut gaan bouwen, zo mooi was het daar. 

Als de meest dronken Schützenfester probeert uit te halen roept iemand de naam van mijn personage. We zetten gelijktijdig ons biertje neer en staren nu ongegeneerd naar het tafereel dat zich voor ons afspeelt. Alsof het afgesproken is komt er een man op (op ja, het lijkt wel een slecht toneelstuk) die er, hoewel een paar jaar ouder, precies zo uitziet als de man die ik al een halfjaar beschrijf. Hij sust rustig de vete tussen zijn vrienden, klopt ze op de schouders, draait zich om naar ons. 

‘Het zijn Hollanders,’ roept een van zijn vrienden met dubbele tong, ‘ze hebben van Spanje gewonnen.’

‘Hablo Español?’ vraagt het personage en begint in het Spaans tegen ons te praten. Hij spreekt het slecht, het wil er niet bij hem in dat we Duits verstaan. Hij blijft de hele avond oeverloos ouwehoeren, zegt wel honderd keer dat ik een interessante jongedame ben (I. wordt steeds breder en ik steeds minder interessant, althans, dat probeer ik) en vertelt over zijn beroep, dat in dezelfde lijn ligt als het beroep dat de man in mijn verhaal heeft. Net als zijn moeizame band met de Spaanse taal, overigens. 

We weten ons los te rukken van de carnavalsvereniging. Op weg naar buiten krijg ik het adres van mijn personage dat zegt: je moet me eens schrijven. 

 

 

________________________________________________________________________

 images

Roos van Rijswijk schreef columns, sfeerverslagen en interviews voor Advalvas, toneel voor Theatergroep Thomas en proza voor o.a. Tijdschrift Ei, De Revisor, Slang en Tirade. Ze studeerde Nederlands en literatuurwetenschap aan de VU. Op dit moment werkt zij aan een roman.  

 

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

In de Oorshop

Boekenlijst

Van de niet-professionele lezers om me heen hoor ik dat ze alleen in de zomervakantie tijd hebben voor romans. Vaak komt daar wat haastige last-minute packing bij kijken.

Snel nog gekochte en geleende boeken komen in de vakantiestapel samen met alle romans waaraan de vakantieganger in de afgelopen maanden niet toegekomen is. 

Vaak zitten er grote namen tussen, boeken die iedereen dit jaar lijkt te lezen. Zou het niet veel efficiënter zijn als iedereen een ander boek las om elkaar daar na de vakantie over te kunnen vertellen? Maar ik ben een rare: op school kwam ik er altijd te laat achter welke tv-serie de rest van de klas volgde. Ik heb me minstens een jaar afgevraagd wat er zo grappig was aan ‘Goeie smogges, juffrouw Jannie.’ 

DSC_0162

Niets is zo diep ontspannend als in stilte lezen. Met het stadje hiernaast als uitzicht las ik in de afgelopen tien dagen:

– Michael Cunninghams The Snow Queen* (maar dat was een staartje dat al in de eerste dag opging);

– Flannery O’ Connors Wise Blood en The Violent Bear It Away;

– Crooked Letter, Crooked Letter en Smonk van Tom Franklin;

– Tommy Wieringa’s Alles over Tristan;

– The Happy Prince and Other Tales. Een rommelig bundeltje korte verhalen van Oscar Wilde.

Als de literatuur toekomst heeft, dan ligt die in onverwachte hoek. Ik bedoel hier met ’toekomst’ niet een inherent bestaansrecht, ik doel op een toekomst waarin bovengenoemde niet-professionele lezer en zijn miljoenen gelijken op jaarbasis serieuze hoeveelheden tijd gaan besteden aan het kiezen en lezen van literaire fictie.

Bij rondvraag over de reden van het uitsluitend in vakanties lezen, hoor ik steeds hetzelfde: de laptop / I-pad / afstandsbediening lijkt altijd dichterbij te liggen dan die roman. Op de korte niksige momenten die er op een dag overblijven vergt het minder van je om Facebook te checken, of op Boredpanda.com 31 Reasons Why These Stars Should Have Thought Twice About Their Choice of Underwear aan te klikken. 

Echte – diepe en helende – ontspanning wordt gezocht in meditatie, yoga, retraites, zweethutten, aikido, bloemschikkunst, chakra-tekenen, waterhealings, etc. De professionalisering van de rust: iemand met een gekalligrafeerd diploma betalen om je klassikaal uit te leggen hoe je ontspant onder de informatietsunami die het dagelijks leven in de laatste vijftien jaar geworden is. Hoe etnischer de methode, hoe beter. Wat van ver komt, hoeft helaas niet langs dezelfde lat gemeten. 

Een miljoenenindustrie, een wereldwijd groeiende markt met enorme potentie, zij het op dit moment gespreid over talloze kleine en vaak onprofessionele onderneminkjes. Hier ligt de toekomst van de literatuur.

Oude en nieuwe fundamentele wijsheden! Ontspanning, ontwikkeling en bewustwording tegelijk voor maar 15 euro! Op het moment dat het JOU uitkomt! Wat je nodig hebt? Een beetje daglicht en een stoel! Overal ter wereld altijd toegankelijk! Geen inschrijfkosten! Geen handleiding! Nooit meer die zwetende veertiger in dat heel kleine badstoffen broekje, die de downward facing dog doet op het matje voor je!

Je kunt vandaag nog beginnen.  

 

 

 

*Ik realiseer me dat de halve wereld natuurlijk ook The Snow Queen gelezen heeft.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

De grote kunst van het fotograferen

Drie lagen bewustzijn, of vier

Carl Hargesheimer is een Duits multitalent die in zijn land vooral bekendheid verwierf als fotograaf, een Ed van der Elsken-achtige status, maar onterecht beperkter. In Duitsland kent men Van der Elsken, in Nederland Chargesheimer nauwelijks.

De fotograaf Walker Evans – letterlijk wereldberoemd – maakte in 1941 met schrijver James Agee Let us now praise famous men, een schitterende documentaire over de arme share croppers in de Dust Bowl.

Nergens in de werkelijk zeer fraaie tentoonstelling in het ZollVerein in Essen – een voorbeeldig museum: enthousiasmerend van inhoud en uiterlijk – lees ik dat het idee van Heinrich Böll en Chargersheimer zoals hij zichzelf is gaan noemen, ergens verwant is aan dat beroemde voorbeeld. In kwaliteit vind ik het vergelijkbaar. In 1957 besluiten Böll en Chargesheimer samen een boek te maken over het Ruhrgebiet. 

01-chargesheimer-heinrich-boell-ruhrgebietWeliswaar is de Ruhrgebietmens minder arm en minder tragisch, maar het project van een schrijver en een fotograaf om zich maandenlang onder te dompelen in een cultuur is een antropologisch streven dat Evans en Agee zou hebben aangesproken. Mij spreekt het aan, zo’n boek wil ik ook wel maken. (Voorstellen? Graag!) Het resultaat dus ook want Chargesheimer is een heel goed fotograaf. Hij liep rond met een grootbeeldcamera, wat de man op zich al heroïsch maakt, want dat deden weinigen: daarvoor zijn ze te zwaar.

Het Ruhrgebiet is een begrip dat elke Europeaan kent: een zowel indrukwekkende als afschuwwekkende concentratie van zware industrie en mijnbouw die veel geld opleverde en veel viezigheid. Chargesheimer en Böll zien veel meer: een populatie van arbeiders met een eigen cultuur, vele culturen eigenlijk als daar na de Tweede Wereldoorlog Duitsers van heinde en ver naartoe trekken. Alleen Duitsers, nee, vroege gastarbeiders ook. Geen heroïek à la Leni Riefenstahl, maar dagelijkse werk en vrije tijd.

2006_27Neem de bovenste foto, de realiteit van het Ruhrgebied zoals die niet eerder in beeld was gebracht, letterlijk een foto met  vele betekenislagen, grote fabrieken hoog optorenend: Werk. Daarvoor gewone arbeidershuizen: Wonen. Daarvoor ‘homo ludens’: spelende/voetballende mannen/kinderen: Leven en vrije tijd. En dan die hond, een extra betekenis? De wolf in de mens? De fotograaf/schrijver die alles ziet, het ontregelende toeval? Het dier/de natuur als sluitpost? 

Deze tentoonstelling is 2 uurtjes rijden wel waard.

 

PS. Over Jacob Geel: Het gesprek op de Drachenfels is een ‘Straatrumoer discussie avant la lettre‘. Houden wij ons bezig met het nu, of met de klassieken? Met wat schrijvers zouden moeten schrijver en hoe? Voor mij een bloedeloze discussie voor academici. Want met oogkleppen gevoerd.  Mijn antwoord erop was duidelijk. Ik heb deze klassieker terzijde gelegd om iets te weten te komen over de omgeving waar ik was: het Ruhrgebied.

PPS 2: Böll weer lezen? Is hij al een vergeten klassieker? Wel een Nobelprijswinnaar immers. Ansichten eines Clowns en Haus ohne Hüter waren prachtig, maar voelt Böll niet gedateerd aan nu?

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Via Utrecht naar Utrecht – wat ertoe doet leerde ik van poezen

‘Hé, lieve poes, wat is er aan de hand?’

‘Niks.’

‘Jawel, je bent boos, ik zie ’t aan je oren.’

‘Niet.’

‘Jawel. Wat is ’r?’

‘Nou, ik voel me gewoon een beetje op m’n staart getrapt. Eerlijk gezegd.’

‘Door wie?’

‘Door jou… Iedere week lees ik je blogjes op m’n i-Cat, best leuk, en nou zag ik vorige week opeens dat je Belinda in je stukje had gezet… met een foto d’r bij! Terwijl je mij nog NOOIT op je blogs hebt gezet en ik jou ALTIJD goeie verhalen vertel!’

‘Het was er gewoon nog – ’

‘Ik weet ALLES! Van alle poezen hier in de straat! Van de hele stad! Ik zou iedere dag wel tien blogs kunnen vullen met grapjes en avonturen!’

‘Oké, sorry… Mag jij mij voor m’n komende blogbeurt een verhaal vertellen. Zolang ’t maar geen nefaste roddelpraatjes zijn, want dan trap ik je net zo lief meteen compleet tot moes, Poes.’

‘… ’

‘Begin maar.’

‘Ja, JEETJE!… dat had je wel even van te voren mogen bedenken… nu overval je me als een gek… Ja, JEETJE! … Ik ben opeens SUPERZENUWACHTIG!’

‘Haal maar even rustig adem. Wil je een schoteltje melk?’

‘ECHT NIET!’

 

Poes Loes

Poes LoesJe kent Poes Loes wel hè? Die Poes die bij die balletlerares woont… Oké… dit verhaal gaat over haar… Komt ie… Er was eens een Poes en die heette Loes en die woonde bij mevrouw Garriga… gewoon hier in Utrecht… Nou, Poes Loes hing altijd een beetje in en om ’t huis van mevrouw Garriga… Maar omdat ’r in ’t centrum zoveel auto-inbraken werden gepleegd, besloot Loes iedere dag zolang mogelijk op ’t dak van de auto van haar bazin te blijven zitten… of bazin… van haar huisgenote… Nou, dat ging hartstikke goed… Loes lag de hele dag lekker op de Peugot en als ’r dan studenten langskwamen of vandalistische junks, dan zette ze haar rug op en begon enorm te blazen… GGGG, GGGG… Maakten die boefjes meteen dat ze wegkwamen, dat begrijp je… Voor jouw auto tien andere hoor… Maar: iedere poes soest weleens weg… vooral in ’t voorjaar… Dat gebeurde Loes ook… twee weken geleden… En terwijl Loes zo’n beetje op de Peugot lag te deinebollen, stonden twee Poolse autodieven ’t portier open te breken… Loes herinnerde zich later dat ze nog even had gedacht: hé, wat een vreemd geluid… maar in haar slaap dacht ze half en half dat ze gewoon binnen op haar rode kussentje lag en dat ze mevrouw Garriga hoorde die aan ’t aanrecht een blikje Tom Poes open stond te schroeven… Dat lawaai kwam natuurlijk door ’t geweld waarmee die Polen het portier van die Peugot open stonden te klussen… Op klaarlichte dag! En Loes gewoon doorpitten!… Die Polen kregen die ouwe bak van Garriga zo aan de praat en vervolgens zijn ze, vermoedelijk via Keulen en Praag, naar Priotsky gereden… En Loes maar doormeuren! Kun je nagaan! Die Polen reden met honderdvijftig kilometer per uur van Utrecht naar Priotsky… meer dan duizend kilometer snelweg… en al die tijd lag Loes in een derdegraads coma op ’t dak!… Welterusten Loes! Moehahaha!… Achteraf realiseerde ze zich dat ze in haar slaap mest had geroken en koffiebranderijen en dennenbossen en dat ze had gedroomd dat ze keihard door de velden rende en de wind als ijswater door haar vacht spoelde… het was al helemaal donker toen ze wakker werd… De auto stond op een parkeerplaats achter een supermarkt… Papiertje onder de ruitenwisser: NA SPRZEDAZ (’te koop’). Poes Loes sprong van ’t dak op de motorkap op de kinderhoofdjes en ging op zoek naar iets te eten… Dagen zwierf ze tussen de vakwerkhuisjes en kroegjes… ze maakte nieuwe vrienden onder de zwerfkatten op ’t marktplein… Via de kat van een buurtwinkeltje hoorde ze uiteindelijk dat ’r vanuit Priotsky ’n busje Poolse vrouwen zou vertrekken om in Nederland aardbeien te gaan plukken… Die Poolse poes heeft ’r toen de weg gewezen naar de parkeerplaats en daar is Loes gewoon in de bus gesprongen om zich onder de bank te verstoppen… Toen de bus in de buurt van Utrecht bij een pompstation stopte, is Loes naar buiten geglipt… ’t laatste stukje heeft ze gelopen… Ze was nog geen week weggeweest en toch hingen d’r op alle lantarenpalen in de buurt posters met haar foto d’r op… GEZOCHT…  hahaha!… zij helemaal trots!… En mevrouw Garriga en Poes Loes? Die leefden nog lang en gelukkig. EINDE.

‘Wat ’n mooi verhaal hè?… Vind je ’t niet prachtig?… Wat een avontuur!… En wat een grappige humor! Hahaha! Gaaf hè? Vind je ’t niet ongelooflijk!’

‘Het is een –’

‘Meestal kletst Loes zwaar uit d’r nek, maar dit is allemaal gegarandeerd 100% echt gebeurd… Ze is al dagen terug en d’r vacht ruikt nog steeds naar dat Poolse uiendorp… heeft ze me zelf verteld…’

‘Ik vind ’t een heel leuk verhaal, Poes. Ik ga het ’t komend weekeinde intikken en dan zet ik ’t maandag op de blog.’

‘Wauwie, hahaha!’

‘Heeft mevrouw Garriga al een nieuwe auto?’

‘Ja, een Citroen. Maar die is zo nieuw dat Loes ’r niet op mag zitten, anders beschadigt ze de lak. Hé… ga je al weg? Waar ga je naartoe?’

‘Dat gaat je geen zak aan.’

‘Ah?’

‘Ik ga even ’n kopje koffie drinken bij Orloff. Croissant met jam, Volkskrant.’

‘Krijgt m’n blogje ook een soundtrack?’

Tirade – found footage.

Soundtrack: Everybody wants to be a catThe Aristocats.

Volgende week: Vergeven of vergelden? David Foster Wallace en de moraal. Een praktijkvoorbeeld.

Noot

De ondertitel van dit stukje is een knipoog naar de regel ‘Wat ertoe doet leerde ik van paarden’ uit Marjolijn van Heemstra’s jongste bundel MEER HOEF DAN VOET (2014, p.10). Twee gedichten uit die bundel verschenen eerder dit jaar in Tirade. Het liefdesgedicht Wat was dit al met al een overdreven zomer (MHDV, p.46) vind je, met andere regelafbrekingen, in Tirade 454 (p.64). Het gedicht Metafoor (Tirade 452; p. 97, Winternachtenspecial) is in de bundel het rechterpaneel van een tweeluik geworden (Pitaya, MHDV p.42); in de eerste strofe van het gedicht heeft Van Heemstra een paar kleine ingrepen gepleegd (veranderingen, verwijderingen) t.o.v. de tijdschriftversie.

Hoe het ook had kunnen zijn 3

We zijn in Duitsland, in een kleine stad met overal kersenbomen. De kersen zijn nog niet rijp. De straten zijn leeg. Waar is iedereen, vraag ik me steeds hardop af, zijn ze allemaal naar een feestje?

Mijn grote angst is dat iedereen naar een feestje gaat behalve ik, omdat ik niet weet van het bestaan van het feestje. Dat laatste is cruciaal. Als iemand me in het weekend belt en zegt: trek je mooie kleren aan, partytime, zeg ik dat ik net zo lekker lig.

I. denkt dat alle mensen in de kerk zitten. Om ons heen beieren van alle kanten klokken maar uit de kerken die we passeren komt geen mens. Soms rijdt er een auto voorbij, ontzettend snel, alsof in de bebouwde kom ook geen limiet bestaat. We zien gesloten winkels, een fontein waar algen uit druipen, dichte luiken, lege terrassen met stoelen die aan de tafels geklonken zijn, een bedrijf dat grafstenen verkoopt (leeg, donker, de stenen in de zon op het gras uitgestald, er staan vast namen op) en afwisselend miezert het of schijnt de zon zo hard dat kleren overbodig zijn. We staan midden op een groot grasveld waar we vorig jaar per ongeluk op een bijeenkomst van de Freiwillige Feuerwehr terechtkwamen – het bewijs dat hier ooit mensen liepen. Er zeurt een briesje door een leeg speeltoestel en op de midgetgolfbaan bij de Stadthalle liggen rotte bladeren.

‘Als we nu niet gaan eten val ik om,’ zegt I., die net vier uur gereden heeft op een zakje macadamia’s en een banaan.

In mijn achterhoofd vormt zich langzaam het beeld van een fenomenaal Duits feest, met vooral overal eten –  Bratwurst, Waffeln, Spärgel, Erdbeeren, weet ik veel, pizza, pasta, een stuk brood met een glas water. Mijn maag knort. Alle wegen gaan steil omhoog of bijna recht naar beneden. Ik vraag me af of je iets krijgt van onrijpe kersen, of groene graanhalmen, men heeft hier de velden als voortuin. We gaan zitten op een leeg terras. Quatsch, probeer ik. I. lacht niet. We horen voetstappen. Belletjes.

Hij heeft een rood jasje aan en een soort carnavalsmuts op zijn hoofd, hij is helemaal alleen en heeft een blik van vreugdevolle verwachting. De man loopt snel, huppelt haast, verdwijnt voor we van de verrassing bekomen zijn uit zicht. We sluipen over de klinkers om het geluid van belletjes terug te vinden, proberen vruchteloos alle kerkdeuren en roepen hallo met een Duits accent. We zijn hem kwijt. Ik denk aan het lege huis waar we logeren en aan dat de onzichtbare eigenaar een chocoladereepje voor ons achterliet. Het huis is helemaal boven aan de stad, een paar kilometer lopen, ik kan niet meer.

I. is neergezegen, vlakbij de algenfontein waar we steeds weer op uit komen. Ik schuif naast hem. Er strijkt een magere kat met een plakoog langs onze benen, hij spint, valt in slaap op mijn buik terwijl ik niet probeer te niezen. We kijken uit op bergen, velden, kerken, eindeloze blauwe lucht met wattenwolken. Laat maar zitten, dat feestje, we liggen net zo lekker.

 

______________________________________________________________________

 images

Roos van Rijswijk schreef columns, sfeerverslagen en interviews voor Advalvas, toneel voor Theatergroep Thomas en proza voor o.a. Tijdschrift Ei, De Revisor, Slang en Tirade. Ze studeerde Nederlands en literatuurwetenschap aan de VU. Op dit moment werkt zij aan een roman.  

 

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

For no clear reason

Robert Creeley – For no clear reason

I dreamt last night
the fright was over, that
the dust came, and then water,
and women and men, together
again, and all was quiet
in the dim moon’s light.

A paean of such patience—
laughing, laughing at me,
and the days extend over
the earth’s great cover,
grass, trees, and flower-
ing season, for no clear reason.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jack de Boer"
    Jack de Boer

    Jack de Boer (1966) is leerkracht in het speciaal basisonderwijs. Zijn meer dan vijfentwintig jaar aan onderwijservaring heeft hij opgedaan in Amsterdam en Franeker, en vormt een belangrijke bron voor zijn schrijverschap.

    Zijn fraaie, essayistische  De gelukkigste klas toont wat het betekent basischoolkinderen door een jaar heen te begeleiden, op weg naar een betere toekomst.

     

  • "Foto van Jente Jong"
    Jente Jong

    Jente Jong werkt als actrice, theatermaker en schrijver. In 2017 debuteerde ze met de roman Het intieme vreemde bij uitgeverij Querido. Daarnaast schrijft ze toneelstukken voor onder andere de Toneelmakerij en speelt ze in een jeugdvoorstelling en een poëzieprogramma. Voor Tirade schrijft ze over haar (eerste) stappen in de schrijverswereld.

  • "Foto van Kevin Headley"
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.