AM over erotisch schrijven

Vorige week volgde ik de workshop Erotisch Schrijven bij Jamal Ouariachi en de Vlaamse seksuologe Kaat Bollen. In een roodverlichte zaal leerden Jamal en Kaat ons wat erotiek is en hoe zij wordt omschreven. Er komen veel problemen kijken bij het schrijven van seksscènes, zo blijkt. Volgens Jamal bestaat er een extra groot risico op schending van show, don’t tell. Zinnen als ‘god wat is dit lekker’ zou je misschien tijdens seks kunnen denken, maar zijn in geschreven vorm weinig overtuigend. Kaat raadde ons aan seks te schrijven vanuit de beleving; dat is wel zo plezant, zowel voor u als uw lezer. Jamal adviseerde om onze favoriete seksscènes voor de geest te halen.

De tijd dat seks (in boeken) nog spectaculair was, is natuurlijk lang en breed voorbij. Van Deyssels eerste masturbatiescène uit de Nederlandse literatuur werd gecensureerd maar is in latere drukken weer toegevoegd. Je leest er gemakkelijk overheen want wat ís hij kort en weinig expliciet (ze greep naar haar geslachtsdeel). Ook de daarop volgende fase van promiscue strapatsen (bijvoorbeeld Jan Cremer’s ik), heeft generaties vermaakt maar is intussen wat ouderwets. Tegenwoordig maakt seks een vanzelfsprekend maar meestal niet-centraal deel uit van literatuur. Seks hoort erbij, kan liefdevol zijn of leeg. Kan even opwindend zijn als teleurstellend. Wat een nuance, is dat nou volwassen?

Wat mij uit seksscènes vaak toch het meeste bijblijft zijn de eigenaardigheden. Zo herinner ik me uit De ontdekking van de hemel de happende baarmoedermond in de vagina van de moeder van Ada. Ook herinner ik me uit De man zonder ziekte dat een vrouw haar man ‘slakje’ noemt omdat zijn penis daar toch het meest van weg heeft als die lichtbruin en vochtig tegen zijn been zit geplakt. De meest indrukwekkende omschrijving die ik me kan herinneren van een mannelijk lid komt uit Freedom van Franzen (en is gek genoeg in de Nederlandse vertaling verloren gegaan): ‘He is so big, it’s like being rolled over by a neutron star. It’s like being erazed with a giant erasor.’

Op de workshop Erotisch Schrijven moesten we natuurlijk ook zelf aan de slag: schrijf een seksscène, of uw diepste fantasie. En ik hing aarzelend met mijn pen boven mijn opschrijfboekje. Kom op, AM, sprak ik mezelf toe, schrijf iets over kletsnatte vagina’s en keiharde lullen, toe dan. Om mij heen waren medecursisten driftig aan het pennen. Soms moest Jamal wel vier keer herhalen dat de pennen neer moesten als het weer tijd was om iets uit te leggen. Dan verschenen op een scherm woordwolkjes met synoniemen van vagina en penis. Of we leerden van Kaat over geilheidstadia.

Of we onze scene wilden voorlezen. Alleen als je durft, zei Jamal, waarna niemand natuurlijk nog kon weigeren. De enige man in de groep droeg zijn grootste verlangen voor: in drie minuten klaarkomen, wat helaas nooit kon aangezien hij altijd rekening diende te houden met de verlangens van de vrouw. De enige seniore van de groep las voor hoe ze, na een ingewikkeld manoeuvre van een jongeman, plotseling ondersteboven hing tegen zijn halfgezwollen jongeheer. Het was niet in haar opgekomen dat zij werd geacht daar iets mee te doen en dus bekeek ze zijn geslacht rustig terwijl hij driftig tussen haar benen likte.

Ook ik moest eraan geloven. En ik las gegeneerd de hitsigheden voor die ik had neergepend over een van mijn licht gedeprimeerde exen (ja dat waren er meerderen en ja daar schrijf ik nog eens een boek over). Ik las voor hoe zijn slappe lul mistroostig hing tegen zijn ballen, die van de warmte wat naar beneden waren gezakt. Hij wilde mijn oom Salomon zien, zei hij vaak, en de zaal lachte, al doelde ik natuurlijk op het schilderij van mijn bet-bet-bet-achter-oudoom dat in mijn slaapkamer hangt.

Een andere cursist zei kribbig dat ze waarschijnlijk als enige zo naïef was geweest om te beginnen bij een ontmoeting en niet meteen tot de daad over was gegaan. Kennelijk kun je je ook schamen om niet over seks te schrijven.

In de Oorshop

Zwemmen in de sneeuw

‘Een virus ofzo, weet ik veel… In ieder geval: ik blééf maar schijten… Ik zal je de details besparen, maar laten we het erop houden dat je met de opbrengst van een halve dag alle muren van alle woningen van een hele Vinexwijk bruin had kunnen schilderen – moet je wel die strontlucht kunnen harden en ’r geen bezwaar tegen hebben dat ’r draadjes halverteerde voedselresten aan de muren blijven kleven… Maar zoals gezegd: ik bespaar je de details.’

‘Gelukkig, anders had ’t best een vies verhaal kunnen worden!’

‘Maar dat is dus wat armoede met je doet… ik kon me geen goed voedsel veroorloven, ik ging niet naar de kapper… Als ik in die tijd een lekke band had, kon ik ’t me niet eens veroorloven om ’m naar de fietsenmaker te brengen.’

‘Nou, de meeste mensen plakken hun band gewoon zelf hoor.’

‘Ja, maar misschien is ’t je weleens opgevallen dat de meeste mensen hun handen gewoon aan hun armen hebben zitten, terwijl bij mij m’n linkerhand op m’n voorhoofd zit en m’n rechthand pal boven m’n stuitje en dat – ’

‘O, God, dat had ik nog helemaal niet gezien… Jezus, wat gênant. Sorry, echt, ik – ’

‘Ja, sorry, sorry… aan dat soort achterafgezeik heb ik dus niks… als je een volgende keer nou eerst even de moeite neemt om je gesprekspartner fatsoenlijk anatomisch te inventariseren voordat je met je wijsneuzige commentaar op de proppen komt, dan zou dat een heleboel onnodige krenkingen voorkomen.’

‘Het was voor mij een – ’

‘Ja, dat zal best… maar nu is ’t te laat hè? Nu heb je ’t er al uitgeflapt… in één klap de sfeer verpest… Jij voelt je schuldig, ik voel me schuldig omdat ik de oorzaak ben van jouw schuldgevoel en de lezer voelt zich zo opgelaten als een darmpatiënt met een bruine bonenverslaving vanwege de ongemakkelijke – ’

‘Jongens, godverdomme… ik heb jullie gevraagd om een vrolijke curtain raiser, niet om… Wat stinkt ’t hier trouwens… jullie zijn toch geen rare sigaretjes aan ’t roken?’

‘We gaan al…’

‘Goed zo, opgesodemieterd… Tyn? De zwijnen zitten klaar, jongen… rol ze de zaal maar in, die parels van je…’

 

Gewassen in ijswater

In twintig minuten fietst Laura van kantoor naar Groenekan. Ze volgt de bocht om het Fort, rijdt een smal zandpad op en parkeert haar sportfiets in de rekken achter de kleedruimtes. Even later groet ze de badmeester en loopt in bikini richting houten steiger.

Milan is er nog niet.

Laura neemt het donkere water in zich op. Voelt met één voet. Het water is zo koud als een winterbui. Ze gaat op de middelste trede van de badtrap staan en laat zich traag in het water zakken. Ze is de enige zwemmer. Aan de overkant: riet, gras, eikenbomen.

Tevreden begint ze haar banen te trekken. Not elegant, not especially fast, but consistent and determined. Bij iedere beweging voelt ze het vlees tegen haar botten duwen. Haar ouders, allebei huisarts, hebben haar het zwemmen ooit opgelegd nadat ze was geopereerd aan een hernia. Ze zat toen nog op de middelbare school.

Zon en wolken wisselen elkaar af.

Buiten het zwembadterrein staat een reusachtige populier. De boom laat wit pluis los dat over de Fortgracht zweeft, op het water neerdaalt. Het is net of ze in een sneeuwstorm zwemt. De vlokken blijven op het water liggen. IJsschotsen. Een sneeuwdek. De lage bewolking dotten diepgevroren watten. Laura’s vingers, handen en armen tintelen van de kou. Het populierenpluis sneeuwt op haar haar en op haar gezicht.

Met Hemelvaart heeft ze gewerkt. Vandaag is gewoon een werkdag. En in het weekeinde zal ze ook wel werken. Ze is gespecialiseerd in merkenrecht. Op familiefeesten noemen haar linkse neven en nichten haar een huurling. Dat is ze ook. Maar wel een huurling die zich in haar vrije tijd laat leiden door Kants categorische imperatief.

Zon, wolken. Zon, wolken.

Steeds als ze in oostelijke richting zwemt, kijkt Laura of ze Milans Audi tussen de weilanden ziet naderen. Als hij er na het douchen nog niet is, dan gaat ze terug naar kantoor, voor de borrel.

Bij de keerbalk rust ze. Een reiger probeert in een eikenboom neer te strijken. Ballet op stelten. Vorig jaar scheerden hier soms ijsvogels over het water. Haar spieren willen maar niet warm worden. Het lijkt eerder of haar lijf almaar kouder en harder wordt. Ze denkt aan de tekst die altijd op de zakjes veldsla van de supermarkt staat. Gewassen in ijswater.

Ze zwemt verder. Haar kaken zijn zo stijf dat ze bij kramp niet eens om hulp zou kunnen roepen. Ze kijkt naar de wal. De badmeester (wit haar, witte outfit) steekt zijn hand op. Het lukt haar terug te zwaaien. Als ze echt niet meer kan zal hij haar redden.

 —-

Tirade – kweekvijver.

SoundtrackKyteman, Sorry.

Volgende week: Yahya Hassan, Marguerite Duras. En meer.

Noot

Not elegant, not especially fast, but consistent and determined,’ is een citaat uit Zadie Smith’s zwem- ,badminton-, en immigratienovelle The Embassy of Cambodia (2013;p.60).

 

 

 

Foto boven: juli 2011. De duiktoren is tegenwoordig donkergroen.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Hoe het ook had kunnen zijn 1

Om half twee ’s nachts bast de muziek van de buurman nog altijd door onze vloer naar boven. Strijkers, piano. I. herkent iets klassieks, ik denk alleen maar: rot op met je piano’s. Zo nu en dan stopt de muziek en gebruiken wij de luttele seconden die de buurman nodig heeft om een nieuw stuk te kiezen om in slaap te vallen, snel te vallen, spartelend neer te komen bij nieuw geluid. We trekken kleren aan. Geen ondergoed, blote voeten in schoenen.

Gonzend van wanhoop, woede en halfslaap staan we voor zijn deur die open gaat, precies dezelfde deur als wij maar dan met een ander nummer, in een galerij die net zo ruikt als de onze. Achter de buurman in zijn deuropening ligt zijn huis, stil nu, even wit als bij ons. Hoe lang zou het duren voor de geur van nieuwbouw uit de muren is? De woningen zijn klinisch en er kunnen geen schilderijen, verfmuren of gezellige kringloopmeubels tegenop, als een gebotoxte kop steekt de flat uit een zielloos trottoir omhoog. Trots, dat wel, en sterk en waterdicht.

‘Ik wil me verontschuldigen,’ zegt de buurman gedecideerder dan hij eruit ziet in zijn vaalwitte shirt en z’n ouwe broek, ‘maar ik doe het niet. Kom binnen. Bier, koffie, thee, sinas.’

We zitten op zijn bank (een bank ouder dan het huis, je moet je eigen geschiedenis meenemen, die van hem stinkt en is scheefgezakt, er heeft een hond op gelegen die we nergens zien) als hij vertelt dat hij onlangs heeft besloten precies te doen waar hij zin in heeft. Hij buigt naar voren, zijn zware buik valt tussen zijn benen en raakt de zitting van zijn leunstoel: we moeten niet denken dat hij achterlijk is, maar we moeten er even doorheen met z’n allen.

Hij pakt de sinas ook al vroegen we er niet om, we krijgen een plastic bekertje omdat hij geen tijd meer heeft om de afwas te doen.

‘Ik laat mijn scooter lopen op de pont. Ik dring voor. Ik eet alleen nog maar biefstuk. Ik zeg tegen vrouwen die ik mooi vind dat ik ze mooi vind. Ik ga elke dag naar de bioscoop. Als iemand me niet zint krijgt ‘ie een klap voor z’n kanis.’ (de buurman gaat rechtop zitten en kijkt naar I., die naar een glazen kast vol familiefoto’s staart – vrouwen met kapsels, mannen met dezelfde buik als de buurman).

‘Daar moeten we even doorheen met z’n allen,’ herhaalt hij zichzelf.

Hij wil dat we vragen waarom, dat zie ik, want hij heeft zijn antwoord al achter in zijn keel liggen, zijn mond blijft een beetje open staan. Hij ruikt ongezond. Op zijn eettafel, oud en gebarsten en vol met boeken die ik herken, liggen tasjes en dozen van de apotheek.

Waarom, vraag ik.

We wachten. We slapen met doppen in onze oren. Hij doet niet meer open als we aanbellen. Zijn muziekkeuze verandert niet, we kunnen het verloop van zijn verval er niet uit opmaken. De stervende zak, noem ik hem, en twijfel aan zijn sterfelijkheid. Op een dag is zijn deur een andere kleur dan die van ons, de verf ruikt scherp en is slordig aangebracht. Op een nacht gaat zijn muziek niet meer uit. We blijven wakker en zien de zon opkomen en de buurman doet niet open en de politie moet zijn deur intrappen, feloranje splinters op de gangen, in de lift, in de hal waar iedereen plichtsgetrouw z’n voeten veegt aan rubberen krullen. We zijn er doorheen, denk ik. Van buiten zie ik onze flat. Hij heeft een rimpel op z’n smoel.

 

______________________________________________________________________

 images

Roos van Rijswijk schreef columns, sfeerverslagen en interviews voor Advalvas, toneel voor Theatergroep Thomas en proza voor o.a. Tijdschrift Ei, De Revisor, Slang en Tirade. Ze studeerde Nederlands en literatuurwetenschap aan de VU. Op dit moment werkt zij aan een roman. 

 

                 

 

"Foto van Roos van Rijswijk"
Roos van Rijswijk

Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

Zee #2

Het is nog maar een week geleden dat ik hier de zee beledigde. Alsof de zee iets recht te zetten had, lokte ze me twee dagen later naar zich toe.

Het was minder erg dan ik dacht. Mijn gezelschap was lief en droeg een leuke bikini, dat hielp, maar het strand mocht er ook zijn. Misschien omdat we in Bergen aan zee waren (flauw). Misschien zou ik bij wijze van middenweg kunnen zeggen dat het mooiste aan de zee de duinen zijn. Het is leuk om overal waar je komt partij te kiezen, dan ben je meer verbonden met wat je ziet. In Zeeland heb je ook een plaatsje aan zee dat Bergen heet. Daar gingen wij in 2000 naartoe en daar was ik zeer gelukkig. Er was bijna elke dag sprake van midgetgolf. Het was een jaar met veel babykrabbetjes, niet zoals dit jaar, dat een jaar met veel kwallen belooft te worden.

Hier is een foto van een lelijke kwal:

Sinds ik in een duinpan begonnen ben in Een handvol sneeuw, het nieuwste boek van Jenny Erpenbeck, heb ik steeds flarden van dit liedje in mijn hoofd, dat er in voorkomt: 

Een man maakt van een oude lap een jas.

Als de jas versleten is, maakt hij van de jas een vest.
Als het vest versleten is, maakt hij van het vest een dasje.
Als het dasje versleten is, maakt hij van het dasje een pet.

Als de pet versleten is, maakt hij van de pet een knoop.

Van de knoop maakt de man niks niemendal.

Maar van niks niemendal maakt hij dit liedje.

Niks niemendal, dat is niet veel. Ter contrast is hier een foto van een mooie kwal: 

zeewesp3

Deze kwal, de kubuskwal, is de kwal die zichzelf het gevaarlijkste zeedier ter wereld mag noemen. Gevaarlijker dan de mensenhaai, gevaarlijker dan de orka, gevaarlijker dan de zeeslang. Zijn tentakels kunnen meer dan drie meter lang worden en als je een beetje pech hebt ben je na aanraking met het dier binnen een paar minuten dood. Ik dacht eigenlijk dat het Portugees Oorlogsschip de gevaarlijkste kwal van al was, maar volgens wikipedia is het niet eens een echte kwal, maar ‘een complexe kolonie van vier typen poliepen’. Maar in werkelijkheid is het gevaarlijkste zeedier ter wereld natuurlijk de mens.  

Een kubuskwal maakt van een mens een lijk.
Voordat hij van de mens een lijk maakt, maakt hij van zijn tanden een ivoren beeldje.
Als de mens eenmaal dood is, maakt hij van zijn huid een schildpaddentas.
Als de tas versleten is, gooit hij hem weg.
Als het ivoren beeldje versleten is, rukt hij een ander de tanden uit.
Van de ander zijn tanden maakt hij een medicijn dat niks niemendal geneest.

Voor niks niemendal koopt hij vervolgens een broodje haring bij een kraam en zingt dit liedje.

The Snow Queen

Michael Cunninghams nieuwe boek The Snow Queen is uit. Sinds een week heb ik het op mijn e-reader. Ja, mijn e-reader. Heeft allemaal te maken met een lang verblijf in een ver buitenland waar ze geen echte boekwinkels hebben.

Wat mij betreft was Cunningham altijd de Prince van de literatuur. Dat kan ik ook nog uitleggen. 

Waar veel kunstenaars dezelfde truc steeds beter, of steeds hetzelfde doen, viel een nieuwe plaat van Prince aanvankelijk altijd tegen. De nummers leken in niets – of in ieder geval heel weinig – op het materiaal waarvan je inmiddels zo was gaan houden. In zijn nieuwe werk moest je je altijd eerst verdiepen, en tegen de tijd dat je heel Sign of the Times dan uit je hoofd kende was het onvoorstelbaar geworden dat de kleine man uit Minneapolis ooit met iets beters had kunnen komen.  

Met de eerste bladzijden van The Snow Queen had ik om een andere reden niet veel. Een homoseksuele veertiger ‘on the rebound’, deelt een appartement met zijn cokeverslaafde broer en diens zieke vriendin (kanker van een progressief soort). Het deed me qua sfeer en personages nogal denken aan Cunninghams laatste roman By Nightfall, terwijl het verschil tussen zijn boeken dus meestal zo knap is (voor By Nightfall schreef hij bijvoorbeeld het bizargeconstrueerde Specimen Days).

Als een van de hoofdpersonen op zijn vaste rondje door het park overdonderd wordt door een mysterieus licht aan de hemel, verandert echter alles. Op een of andere manier heeft deze bijna religieuze ervaring – die hij met niemand deelt – als effect dat de tot dan toe wat losjes uitgezette lijnen in een kristalhelder perspectief worden getrokken. 

Mijn meeste leeswerk doe ik in bed. Met The Snow Queen bleek dat onmogelijk. Cunninghams nieuwe roman is zó rijk dat je er met je volle aandacht bij moet zijn om alle parels op te pikken. Nog nooit heb ik zo lang over een boek gedaan dat ik – na de eerste bladzijden – zo prachtig vond. 

Hieronder de passage waarin hoofdpersoon Barrett even stilstaat naast het slapende lichaam van zijn op dat moment nog terminaal zieke schoonzus Beth: 

“Barrett bends low, puts his face so close to Beth’s that he can feel her breath on his chin. She’s alive. She’s alive right now. Her eyelids twitch over a dream. He imagines her dreams as pale and buoyant, bright even in extremis; no lurking invisible terrors, no shriek of annihilation, no innocent-seeming heads turning to reveal black holes instead of eyes, or teeth like razors.”

Een korte zin in heel gewone taal, maar zo vreselijk precies gekozen:  She is alive right now. 

Op dit moment leeft ze, maar ook: Nu leeft ze nog. En ook: Dit is het moment waarop ik me realiseer dat ze er precies nu, op dit ogenblik, nog is. Waarop ik ten volste besef dat er zo verschrikkelijk weinig afstand zit tussen het nu, en een straks waarin ze niet meer voorkomt.

Barrett wenst haar lichte, heldere dromen. Hij visualiseert de monsters die in haar slaap zouden kunnen voorkomen en verdrijft ze. Dat is ongelooflijk mooi verbeelde liefde. 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Politiek drinken, een pleidooi

De jongste reclame van Bacardi rum is anderhalve eeuw geschiedschrijving in ongeveer een minuut. Een zeer knappe Latijns-Amerikaanse man loopt langs een lange straat bergopwaarts, langs zijn tocht is de geschiedenis gesitueerd. Hij loopt door feesten, troebelen, vuren die respectievelijke historische gebeurtenissen verbeelden: Cubaanse onafhankelijkheidsoorlog, de drooglegging in de Twenties in Amerika, de revolutie van Fidel Castro, de breuk met het regime, vertrek naar Amerikaanse vasteland. Bacardi-rum is politiek. Ik gruwel van dit soort geschiedschrijving, maar misschien is er ook niet zoveel op aan te merken als je de feiten nazoekt. Bacardi is nog steeds een familiebedrijf, en ze hebben veel meegemaakt.

Die prohibition blijft mij fascineren. Zelf heb ik voor drooglegging de juiste genen niet. In Zweden loop je op een warme dag om 16.00 uur naar de supermarkt om een biertje te kopen om tot de conclusie te komen dat het bier dat verkocht mag worden maar 3,5 % alcohol bevat. Dat is te weinig. Dan maar naar de Systembolaget, de Zweedse uitdroogoplossing.

live.touchguide.se_Systembolaget is een hedendaagse voortzetting  van de Amerikaanse drooglegging met psychologische middelen. Niet alleen blijft de winkel dicht als je om 16 uur aankomt – de winkeltijden vallen samen met de periode waarin gemiddelde mensen nog geen behoefte aan alcohol hebben. Daarnaast zijn de winkels waarin je dan drank moet kopen stuitend. Niet een hoekje met rode wijn, nee, een wand met 250 soorten rode wijn in alle prijscategorieën behalve betaalbaar.

Ik vermoed eveneens dat de medewerkers van deze drankcrematoria waar alle gezelligheid als door ‘dementors’ uitgezogen is, niet eigenlijke verkopers zijn, maar verkoopontmoedigers. Nu kom ik op het heikele gebied van wat je precies van een gebruiker kunt aannemen. Ik voel woede ontstaan als mijn regering mij dingen oplegt die mij niet bevallen. En een beter begrip voor de ontwikkeling van de georganiseerde misdaad. En ook: behoeft zelf misdaden te plegen.

Het liefst natuurlijk door in het Amerika van de jaren ‘20 met repeteergeweren in T-fords door fabrieksterreinen rond Chigago te scheuren. Of op Cuba in een zeepgroene oldtimer langs een plantage te razen, maar desnoods door in Zweden gezellig een halve dag laveloos met een goedbetaalde werkloze aan eigen stooksel te hangen. Ik zag nergens ooit meer tevreden huisstokers dan in midden Zweden. Goed spul!

Twee zijden heeft deze kroonkurk dus: je zou verkoop van wat in chemische termen gewoon  C2H5OH heet niet moeten romantiseren door er een heldhaftige familiesaga van te maken a la Bacardi en zo alle politiek aanwenden ten faveure van een drankje. Maar evenmin zou een overheid zich zo nadrukkelijk tussen zijn onderdanen en en hun gezondheidskeuzes dienen te plaatsen.  Disclaimer: Deze mening is persoonlijk, en als drinker geformuleerd. Als statisticus neem ik onmiddellijk afstand van dit alles: Lang leve de regulatie!

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.

  • "Foto van Bibi Roos"
    Bibi Roos

    Bibi Roos studeert in 2025 af van de opleiding Writing for Performance aan de HKU en is de eerste in de reeks Tiradeblogs van afstudeerders. Ze schreef een scriptie over schaamte en humor en maakt daarnaast als Funny Bergman de explosieve solo ‘Ik ben Funny’, waarmee ze deze zomer op de Parade staat. Ze maakt het liefst werk over Bijzonder Vreemde Personen en Dingen en is entertainer, winnaar en performer in vele opzichten.
    (portret: Lin Woldendorp)