Voor op je graf, ouwe

fotoNa drie jaar waarin zijn familie naarstig zocht naar de perfecte zwerfkei, besloten zijn vrienden dat er nu echt iets op Gijs’ graf moest komen. Al was het tijdelijk: iets met zijn naam erop, wat niet verdorde als de wijnstokken uit Piemonte of de plantjes van de bloemenkraam voor de ingang van Zorgvlied. We hadden er al vaker over gepraat, maar uiteindelijk was het Olle die me belde. 

‘Gil,’ zei hij. ‘Ik dacht aan koper.’

Ik wist meteen waarover het ging. Gijs had een koperfetish. De keuken van zijn huis op de 3e Oosterparkstraat, die ook zo lang als mijn keuken gevoeld had, was ermee beslagen. Ook de wanden van zijn plee had hij met koperplaat bekleed, waardoor naast de pot piesen prachtig groene roestspetters deed ontstaan. 

Olles plan betekende dat ik naar de smid mocht. In het Westelijk Havengebied zit een bedrijfje met de hallucinogene naam Koblenz & Vuur. Ik zweer het je, zoek maar op. Helaas werken er geen orks en is het allemaal bovengronds; netjes tl-verlicht. De eigenaar – ja, meneer Vuur – komt wel verdomd dicht bij een Hobbit. Ik legde hem uit wat we wilden, waar het voor bedoeld was en dat het haast had. Zijn ogen leken gigantisch achter de duikbootdikke glazen van zijn stalen bril. Ze gingen dicht en weer open.

‘Drie uur istie klaar, man.’ 

Als je zegt dat iets voor het graf van je beste vriend bestemd is, kan er opeens heel veel heel snel. Voor ik het wist reed ik naar de begraafplaats met een grafmonument voor Gijs in mijn achterbak. De letters op het plaatje waren dezelfde als die op zijn overlijdensbericht als die op zijn geboortekaartje. 

Rare dingen. Fuck. Rare dingen.

Naast Gijs’ graf werd die middag iemand begraven. Een grachtengordelberoemdheid, waarvoor een hele sleep ernstigkijkende zestigers was aangerukt. Terwijl acht meter verderop geknikt en doorgeschuifeld werd, zette een ongeschoren Olle de eerste schep in het graf van onze vriend. Nog geen drie jaar geleden hadden we het gezamenlijk dichtgegooid. Goddank hoefden we nu niet zo diep te gaan. Boris en ik lieten ons monumentje in het gat zakken en Mattijs schoof het weer dicht, de laatste aarde aanstampend met zijn hagelwitte Nikes.

Een heupfles whisky kwam voorbij. Ik weigerde omdat ik nog moest rijden en nam daarna twee grote slokken. 

‘Zo,’ zei Mattijs. ‘Voor op je graf, ouwe.’

Dat rare moment was er weer, waarop iedereen wegwilde, maar niemand als eerste wilde voorstellen om te gaan. 

Ik wist al dat het niets zou opleveren om te blijven staan. Er zouden geen tranen komen. Het zou alleen maar donkerder en kouder worden. Maar na al die tijd voelde het nog steeds als verraad om mijn vriend hier achter te laten. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

Vastzitten

Vrouwenbarak in de Goelag

De variëteit en hoeveelheid  films en boeken  over gevangenissen kunnen doen vermoeden dat mensen graag naar gevangenen kijken. Waarom is dat? The Shawshank Redemption staat op menig lijst die het internet te bieden heeft van beste films aller tijden. Escape from Alcatraz, Le Trou, Cool hand Luke zijn ook volgens deze uitgebreide  lijst de betere gevangenisfilms, maar het zijn er 300!  Houden mensen misschien vogels om een intenser gevoel van vrijheid te ervaren bij het kijken naar wie en wat in een kooitje gevangen zit? Ik moet eerlijk toegeven dat het lezen van kampboeken een fascinatie is waar ik me enigszins ongemakkelijk bij voel. Omdat de waarheid gebiedt te zeggen dat wanneer ik bij  Varlam Sjalamov lees dat men in Kolyma weet dat het 50 graden vriest als spuug bevriest zodra het je mond verlaten heeft, ik mijn donzen dekbed nog wat plezieriger optrek. Dat is een sensatie waarvoor ik me wel wat schaam. Sjalamov zat 22 jaar in Siberische kampen, als politiek gevangene, vijand van het volk – het slechtste van het slechtste dus. In de mijnen kregen ze heel soms op een heel mooie dag het ‘criminelenwerk’: in hun ogen makkelijke dagen, want moordenaars en dieven werden een stuk beter behandeld dan wie ooit had beweerd dat bijvoorbeeld Ivan Boenin een goed schrijver was. Omdat Boenin geen genade kon vinden  in de ogen van Stalin en de zijnen verdween zo iemand (Sjalamov) in de kampen.

Het absolute hoogtepunt in mijn kamplectuur vormt nog altijd Gustav Herling’s Een wereld apart.  Dezelfde scènes als bij Sjalamov, die je overal in elk kampboek aantreft, maar een ongelooflijke drang tot menselijkheid en daarmee een ultieme innerlijke civilisatie, Herling wist mens te blijven en dat is misschien de essentie van dit soort boeken: hoe behoud je je menselijkheid onder zulke extreme omstandigheden? Kou, honger, dodelijke vermoeidheid, lichamelijk aftakeling, in alle kampboeken wordt duidelijk dat dat de moraal volledig ondermijnt. Toch blijft er iets over, ergens is er in de geest een autonoom gebied dat sommigen in stand kunnen houden. Dat bewustzijn stelde Herling en Sjalamov, maar ook Levie de Lange in staat om later indrukken te beschrijven die niet slechts beestachtig zijn.  Wanneer je een warme ‘beenlap’ van een lijk peutert en daarmee zelf net iets warmere voeten kunt krijgen, beschrijf je een intens droevige scène, maar eveneens toont de levenslust de eenvoudige behoefte aan warmte als iets algemeen menselijks dat diepe indruk maakt op de lezer. Kampliteratuur bespeelt de grondtonen van ons gevoel. Sjalamov beschrijft in het weergaloze verhaal ‘Cherry Brandy’ (vertaling Marja Wiebes en Yolanda Bloemen) de laatste uren van de dichter Mandelstam. Het is een van de fraaiste verhalen die ik ooit gelezen heb, vol van leven, tot aan de dood toe.

 

*Zie ook Gulag history, een website met veel veel informatie en foto’s

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Spel, spelen – #WU14

1) Mens Dier Ding

‘Hé, Martijn Knol! Haha, jij bent die gozer van die grappige stukken op de Tirade blog, haha! Die zijn zo goed, man! Jij bent zo… VRIJ!,’ aldus Alfred Schaffer als ik me aan hem voorstel. ‘Het is écht grappig wat je maakt en het is écht literatuur.’*

‘Nou, ik zat me in de trein al een beetje af te vragen waar ik het maandag over zou gaan hebben, maar dit is eigenlijk wel een heel goeie opening die jij hier uit je mouw schudt… ik denk dat ik mijn maandagblog maar ga beginnen met al die mooie, ware, wijze en scherpzinnige woorden die jij zojuist tot mij sprak.’

‘Haha, tuurlijk man, moet je doen! Ik lees het wel, maandag.’*

Spontane erkenning door een collega van het kaliber Alfred Schaffer: alsof je de jackpot wint terwijl je langs een fruitautomaat kuiert. Lekker! Bovendien bewijst bovenstaand – werkelijk naar waarheid opgetekend – dialoogje maar weer eens hoe weinig genreonderscheid ertoe doet. Fuck de hokjes en de definities. Had Multatuli in onze tijd geleefd, dan was hij de beste op één na beste blogger van Europa.

 

2) Vrijdag – Martijn, Sanneke, Walter, Lieke

Sanneke – Sanneke van Hassel – en ik zijn in Den Haag om in de bunkerachtige foyer van het Theater aan het Spui tirades af te steken uit Tirade 450. Omdat Walter van den Berg en Lieke Marsman zich ziek hebben gemeld, moeten Sanneke en ik alle vier de geprogrammeerde tirades voor onze rekening nemen. Een Shakespeareaans spel met identiteiten lijkt aan te breken: naamsveranderingen, sekseveranderingen… complete transformaties!

Het klinkt ingrijpender dan het is: dat spel met schijn en werkelijkheid is precies het soort tovenarij dat je achter je schrijftafel bedrijft. En wat de uitvoerende kant betreft: Sanneke heeft tien jaar bij het beste toneelgezelschap van Nederland gewerkt… tien jaar, dat betekent dat we, even snel uit het hoofd, vijf jaar podiumkunstervaring per persoon hebben! Moet lukken!

In het geval van onze eigen tirades – De wilde brede rivierstroom en Omdat ik het zeg – is het gewoon een kwestie van voorlezen*.. Daarna gaat het er om spannen… Sanneke mag/moet als eerste andermans tirade voorlezen… zij heeft de tekst van haar fondsgenoot Walter gekozen… een tirade getiteld tirade… Tijdens de eerste regels van zijn tirade begint Sanneke – tot verbijstering van het publiek – enorm te groeien… nog voor ze de openingsalinea heeft gelezen is ze vijftig centimeter groter… vijftig kilo zwaarder… Nog een alinea later staat er een grote, brede, volwassen vent op het podium… Hij draagt een donkerblauwe trui met een band van gekleurde haaienvinnetjes erop… Geen twijfel mogelijk: daar staat de auteur van Van dode mannen win je niet… onmiskenbaar, ten voeten uit… Hij grijnst tevreden als het slotapplaus klinkt en buigt nog even naar de microfoon om te vertellen dat zijn boek in de stand van Boekhandel Paagman ligt.

Mijn eigen transformatie – die tot Lieke Marsman, ik lees haar tirade Liefde in tijden van eenzaamheid – zet ik in gang door het elastiekje uit mijn staart te trekken en m’n haardos los te schudden… Na een paar woorden gaat mijn stem vanzelf de hoogte in… ik voel hoe mijn trekken verzachten… mijn handgebaren worden eleganter… Na de laatste punt trek ik mijn rokje recht en veeg met de rug van mijn hand een druppeltje speeksel van mijn onderlip – op mijn hand blijft een veeg lipstick achter. ‘Volgende week verschijnt mijn nieuwe bundel,’ zeg ik tot besluit van mijn lezing.

Schrijven, lezen, voorlezen, luisteren: witte magie.

3) Teacher (I)

‘There are three points of view from which a writer can be considered: he may be considered as a storyteller, as a teacher, and as an enchanter. A major writer combines these three – storyteller, teacher, enchanter – but it is the enchanter in him that predominates and makes him a major writer.’

Vladimir Nabokov, Good Readers and Good Writers

4) Zaterdag – Rosan, Gilles, Simone, Marko

Ik ben in Den Haag om auteursexemplaren uit te delen aan de contribuanten van Tirade 452 en, vooral, om te kijken & luisteren naar de tirades van Marko van der Wal, Simone van Saarloos, Gilles van der Loo en Rosan Hollak. Iedereen doet het goed en een verbetering ten opzichte van de vrijdagavond is dat het voorlezen van de tirades nu meer een programmaonderdeel is dan een guerrilla-actie of een op rondlopende bezoekers gerichte entr’acte. Er wordt beter geluisterd, er is meer publiek. Aan één van de stamtafels ontdek ik Nelleke Noordervliet – als ik naar haar knipoog, kijkt ze verontwaardigd de andere kant op.

 5) Teacher (II)

Van Oorschot uitgever en oud-Tirade redacteur Menno heeft leren lezen en schrijven van een mevrouw met de naam Knol. Juffrouw Knol. Menno vroeg zich af of juffrouw Knol familie was. Dat is niet het geval. Maar dankzij Nabokov weet ik dat iedere schrijver een beetje een teacher moet zijn. Zo zacht, lief en charmant als ik vermoed dat Juffrouw Knol was, zal ik nooit worden, maar die kwaliteiten zijn vast niet intrinsiek verbonden met het begrip teacher. Juffrouw Knol en ik mogen dan geen familie zijn, verwant zijn we wel.

6) Lang haar – sterke verhalen

We staan aan de bar. Marko, Gilles en ik. Het is nog steeds zaterdag, nog net. Gilles haalt af en toe een zakflesje drank uit zijn herderstas waarmee hij de cola van Marko en die van hemzelf bijschenkt*. Ik onderhoud mijn conditie met een verse sinaasappelsap. Om de één of andere reden ben ik vanavond een paar keer aangesproken door Mooie Vrouwen. Het irriteert Gilles niet, maar intrigeren doet het hem wél. Hij is ervan overtuigd dat 1) alle mooie vrouwen zich tot mij aangetrokken voelen en dat 2) alle vrouwen zich tot mij voelen aangetrokken vanwege mijn lange haar. Wat hij godverdomme wel eens een keer heel precies zou willen weten: welke haarproducten gebruik ik nou eigenlijk?

Tja, nou… wat betreft dat lange haar… Ik denk dat het omgekeerd is: mannen die niet bang zijn hun vrouwelijke kanten te ontplooien en te tonen – en voor wie praten en lachen met vrouwen doel is en geen middel – laten, in onze cultuur, hun haar eerder lang groeien. Zelf moest ik – heteroseksuele, serieel monogame man* – tot mijn eigen verbazing een klein voorraadje moed aanspreken toen mijn haar voor het eerst op lengte begon te raken. Welke onbedoelde signalen zou ik nu kunnen uitzenden? Geborneerd maar waar.

Lang haar maakt een man feminien – het verandert je van een macho in een ‘vrouwelijke macho’. Die term is overigens van Joyce Roodnat. Afgelopen zomer, bij de zeventigste verjaardag van Mick Jagger, schreef ze in NRC Handelsblad:

‘Wat dat is, een vrouwelijke macho, zie je het best als Mick danst. Dat doet hij als een meisje, heupwiegend, wiebelend, zijn hals gebogen en zijn hand in zijn zij. (…) Katachtig als een griet, agressief als een kerel. Hij vervult voor vrouwen het ideaalbeeld: hij is een man en hij is als ikzelf.’

Maar wat betreft de haarverzorging, Gilles: de dos regelmatig blootstellen aan zee- of bergwind.

En één keer in de week je hoofd een paar uur in een teil met geitenzeik steken.

7) Van Heemstra

Zaterdag. Artiestenfoyer. Marjolijn van Heemstra – bekend van haar romancyclus De Tandeloze Tijd – vertelt me bij de kapstokken dat ze erg genoten heeft van mijn poëziedebuut Melktanden. Normaal gesproken reageer ik bij zo’n misverstand met een kwinkslag, maar nu spring ik om de één of andere reden uit mijn velletje… ik word zo Verschrikkelijk Kwaad dat Van Heemstra zich, zodra het misverstand is opgehelderd, subiet naar de stand van Boekhandel Paagman spoedt om mijn roman Alles kan kapot te kopen. Ik weet dat zo precies, omdat ik haar schuimbekkend volg… enigszins gekalmeerd door Van Heemstra’s geste, koop ik, op mijn beurt, haar roman De laatste Aedema*. All is well that ends well.

Maar, dus, want: er is blijkbaar toch een verschil tussen droom en werkelijkheid… Op papier is ’t heerlijk om te fabuleren – om te acteren – en om zo, spelend, soms op een hogere waarheid, soms op een alternatieve werkelijkheid en soms op klinkklare fantasie te stuiten. In ‘de werkelijkheid’ daarentegen is het doorgaans wel prettig om gezien of herkend te worden als de persoon die je bent. Schrijversparadox: in je strijd om erkenning als persoon eindeloos spelen met plot en personages, onvermoeibaar fantaseren over locaties en drijfveren.

8 Teacher (III) – de wijze les… van kwart voor zes

Alfred Schaffer: ‘Je bent zo… VRIJ!’

Tirade – Unlimited.

Volgende week: ff een eredoctoraat ophalen.

Noten

* Zelden iemand zoveel ware beweringen in zo weinig woorden zien horen persen.

*Later op de avond kocht ik Alfreds nieuwe bundel en liet ’m signeren (de bundel). Ik las Alfreds opdracht, grijnsde en zei: ‘Ik maak er thuis een foto van, voor bij de blog.’ Alfred lachte, sloeg me op mijn schouder en zei: ‘Gaaf! Doen!’

* Eigenlijk had ik de tirade van Sanneke moeten voorlezen en zij die van mij – zulke dingen bedenk je soms pas na afloop.

* Weet Birre dat eigenlijk, Gilles? Van dat flesje drank? Of heb ik nu iets verklapt?

* Een harde klap voor alle homo- en biseksuele mannen die dit blog volgen: sorry, jongens, het is geen bekrompenheid, het is de natuur.

* Vorig jaar deed ik een dergelijke boekruil met Christine Otten. Althans… dat was de bedoeling… Ik gaf Otten een exemplaar van mijn roman Alles kan kapot, zij zou mij een exemplaar van haar roman Om adem te kunnen halen doen toekomen. Waarschijnlijk is Christine erg druk met het verbeteren van de wereld, want dat boek heeft me nooit bereikt.

Productinformatie

Alfred Schaffers nieuwe bundel is getiteld Mens Dier Ding en is verschenen bij de Weekblad Pers Groep.

kroon

Zes jaar geleden verdween mijn vaste tandarts. Zijn lege auto werd teruggevonden, aan de rand van een Duits woud.

Twee weken voor zijn verdwijning lag ik in zijn tandartsstoel. Wat ik nog weet van het bezoek is dat ik mijn mond opensperde en niet kon praten, dat hij een kapje voor zijn mond had en ook niet kon praten. Zijn ogen stonden somberder dan anders.

     Meer gedetailleerd herinner ik me die laatste consultatie niet meer, ik herinner me enkel mijn herinneringen. De sombere ogen heb ik misschien verzonnen, omdat ik aannam dat iemand die zeker weet dat hij zal verdwijnen, alvast begint met afscheid nemen.

Ik verhuisde naar Brussel. Ik wilde niet zomaar een vreemde tandarts in een telefoonboek opzoeken, vervolgens met open mond op zijn stoel plaatsnemen. Het Duitse woud spookte een lange tijd door mijn hoofd. Ik vroeg me af of mensen die met een touw een woud intrekken, hun auto op slot doen voordat ze deze achterlaten.

Het duurde twee jaar voor ik een andere, Marokkaanse tandarts bezocht. Iemand had me haar aangeraden. Zij droeg geen mondkapje. Ze zei: ‘dit ziet er niet goed uit, mademoiselle.’ Achttien gaatjes. Eerst dacht ik dat ze een grapje maakte.

     Deze tandarts kreeg ondanks verschillende injecties nooit het juiste plekje verdoofd. Mijn oorlellen tintelden, mijn aangezicht werd zo gevoelloos als een steen, maar eenmaal ze begon met boren sloeg elke zenuw alarm. Er hing een pluchen giraffe boven haar tandartsstoel. Als je te lang naar knuffeldieren kijkt, wordt zichtbaar hoe dun de lijn is tussen glimlach en grijns.

Dat mijn gebit er zo slecht aan toe was, probeerde ik niet in de schoenen van mijn eerste tandarts te schuiven.

Hoe relatief is een gaatje in iemands kies als je hele leven wegzinkt in een groot zwart gat? Misschien was hij bij onze laatste consultatie zodanig in de war, dat hij zweeg over de hoeveelheid gaatjes die hij zag.

     Hoe groot was de kans dat hij, turend in mijn donkere verhemelte, zijn plan nog eens overliep.

Een koord kopen, in de wagen stappen, blijven rijden tot de tank leeg is.

Hoe ver moet men rijden voordat men het gevoel heeft dat er geen weg terug is?

Op zoek naar een nieuwe tandarts googelde ik ‘goede Nederlandstalige tandarts Brussel’. Ik maakte een afspraak bij de eerste die ik tegenkwam. D.V., de naam klonk bekend. Ik ken al jaren een D. Ik ken al jaren een V.

     Zijn wachtkamer was smakelijk ingericht, met gevoel voor drama. Bombastische boekenrekken. Ik voelde me klein en nederig. Met verhaaltjes kan men geen tanden vullen.

Een tijdje geleden vertelde D. V. dat ik mocht beginnen sparen voor een kroon. Het klonk grappig. Sowieso zijn er tandartsen die mopjes maken als ‘de kroon op hun werk’.

     Op dinsdag begon hij te boren. Hij droeg geen mondlapje. Mijn linkerkies ging letterlijk in stof op. Het stonk, naar muffe zolderkamer. Ik schaamde me. Ik nam me voor dat tanden van jonge vrouwen minder hard stinken dan tanden van oude mannetjes.

Zes minuten lang bleef hij boren. Stukjes kalk en tandvlees spetterden vanuit mijn open mond in mijn aangezicht, alsof ik snel tegen de regen in fietste. Ik duwde mijn ogen tot spleetjes.

     Toen het boren ophield, taste ik met mijn tong naar de krater in mijn tandvlees. Ik schrok, de kies waarmee ik al twintig jaar mijn eten vermaalde, was helemaal verdwenen. Er was geen weg terug. Daar had D. V. me op voorhand niet voor gewaarschuwd.

Later, terwijl ik naar huis fietste met een mond vol bloed, regende het. Ik voelde geen pijn, de helft van mijn gezicht was hard als steen. Ik bedacht me dat het goed was dat de tand werd verwijderd zonder aankondiging, of ik had me er teveel op voorbereid. 

—

Lize Spit (1988) schrijft scenario’s, proza en poëzie. Ze publiceerde in Tirade, Kluger Hans, Het Liegend Konijn en Das Magazin; eerder dit jaar won ze de schrijfwedstrijd Write Now. In het zomernummer van Tirade, Tirade 449, publiceerde Spit het kortverhaal Jagersaus. Momenteel werkt ze aan een scenario voor een speelfilm en aan een roman. Deze maand publiceert Lize Spit ieder weekeinde een blogbijdrage op Tirade.nu

Nu te koop: Tirade 452

Tirade 452 is verschenen.

Het nummer – de Writers Unlimited Special 2014 – bevat bijdragen van: Judith Uyterlinde (gastredacteur en programmacoördinator Writers Unlimited), Milo Manara, Herman Koch, Anne Vegter, Rudolf Kahl, Martijn Knol, Andries Samuel, Geling Yan, Anne Provoost, Fouad Laroui, Wende, Jan van Hooff, Theo van den Boogaard, Mathijs Deen, Noreena Hertz, Elsbeth Etty, Michel Krielaars, Antjie Krog, Tijs Goldschmidt, Lynne Leegte, Linda Christanty, Elisabeth van Nimwegen, Amin Maalouf, Ad van Liempt, Andrés Neuman, Roos Pollmann, Rodaan Al Galidi, Nihaad Siries, Marjolijn van Heemstra, Abdelkader Benali, Saskia De Coster, Oksana Chelsysheva, Miral al Tahawi, Alfred Schaffer, Ian Buruma, Typhoon & Blaxtar, Aminatta Forna, Huub van der Lubbe.

Verdere aanprijzing lijkt ons overbodig.

Tirade 452 is te koop in de serieuze boekwinkel, op festival Writers Unlimited en via deze site.

Een abonnement op Tirade regel je hier.

Tirade wordt uitgegeven door het zelfstandige Uitgeverij Van Oorschot.

Tirade – Unlimited.

Een nieuwe straat

De Boekoestraat ligt in het zuiden van de stad. Een lange geasfalteerde straat met kleine huizen eraan, waarvan het mooiste, dat met die ruime veranda, te huur is.

Sinds mijn eerste (echte) veranda aan de Louiselaan, waar ik in 2010 een groot deel van Hier sneeuwt het nooit schreef, heb ik terugverlangd naar Paramaribo.

Nu lijkt het erop dat we écht – voor langere tijd – gaan. 

Een probleem dat zich meteen aandient is huisvesting. Het blijkt vreselijk belangrijk dat we het fijnste huis met de mooiste veranda vinden. Het moet een huis op palen zijn (vanwege de bries) en met dievenijzers (vanwege inbrekers) maar niet teveel dievenijzers (vanwege het ingesloten gevoel). Een huis aan de rand van de stad (voor natuur en uitzicht), maar niet zo ver buiten de bewoonde wereld dat we er helemaal alleen zitten. De buurt moet veilig zijn, maar niet zo’n particulier bewaakte expatcommune. 

Een woning bleek onmogelijk te kiezen vanachter het 11-inch scherm van mijn notebookje. Te meer omdat de meeste verhuurders in Suriname hun onroerend goed presenteren met behulp van één scheve, bij nacht en met flitslicht genomen foto van de badkamer. In vrijwel alle op internet te vinden huizen zijn de shutters dicht, ook al staat er ‘prachtig uitzicht’ in de beschrijving. Van het huis op de Boekoestraat waren heel mooie foto’s, ook van het uitzicht. Had ik al verteld dat ‘boekoe’ boek betekent? Hoe groter de keuzestress, hoe bijgeloviger ik word.

Uiteindelijk mailde ik vrienden die bij de Combémarkt in het centrum wonen. Gaby en Roy gingen de volgende dag kijken. Gaby vond het huis er gezellig uitzien. Roy vond de buurt niet veilig. Volgens Gaby viel dat wel mee, al zou ze er niet snel ’s avonds laat gaan fietsen. Had het huis nu net genoeg, of net te weinig dievenijzers?

We waren weer terug bij af. 

‘Vroeger,’ zei ik tegen Birre. ‘Gingen we gewoon.’

‘Nu hebben we die kleine,’ zei ze. 

En dat was waar. Maar er was nog iets: één van ons was veertig geworden sinds de laatste keer dat we in Suriname waren. Voor een van ons was een half jaar Suriname zijn laatste te verwezenlijken droom. 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Kevin Headley"
    Kevin Headley

    Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

  • "Foto van Gregor Verwijmeren"
    Gregor Verwijmeren

    Gregor Verwijmeren studeerde Taal- en Cultuurstudies aan de Universiteit Utrecht en gitaar aan het conservatorium in dezelfde stad. Hij publiceerde fictie in onder meer De Gids en Flash: The International Short-Short Story Magazine. De vorm van geluid, zijn debuutroman, werd uitgegeven door Van Oorschot, en is wereldwijd de eerste roman over tinnitus (en muziek en geluiden) die door een mainstreamuitgeverij is uitgegeven. Gregor werkt momenteel aan zijn tweede roman, waarvoor hij een beurs ontving van het Nederlands Letterenfonds. In april 2021 zal hij Nederland vertegenwoordigen bij het European First Novel Festival in Boedapest (uitgesteld vanwege Covid). Hij is vader van drie kinderen en kookt en tennist graag in zijn vrije tijd.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.