‘Waar waren jullie toen ik de zon uit m’n poten liet vallen?’ – de Jezus dialogen (I)

‘Everybody worships.’  DFW

Veel mensen, Heel Veel Mensen, verheugen zich op zondagavond al op de Tirade-stukjes die de nieuwe week gaat brengen… om nog maar te zwijgen over alle plaatjes en filmpjes die je erbij cadeau krijgt!… en die mensen, die mensen die zich op zondagavond al verheugen op de Tirade stukjes die de nieuwe week gaat brengen, die mensen HEBBEN GELIJK! HAHAHA!

Nou/tja/hoppa/dus: wegens gerevitaliseerd enthousiasme (sneeuwpret!) – speciaal voor jou, jou, jou en vooral voor jou – een XXL-aflevering van Tirade op Maandag. Deze aankondiging is tevens bedoeld als RSI-alert. Pas op voor dol-scrollen.

En… actie!

‘Wie d’r vóór mij was geweest: geen idee… maar de pot zat vol strontresten.’

‘Zo’n action painting? Gadverdamme!’

‘Ja, ik heb wel zes keer doorgetrokken, maar ik kreeg die zooi gewoon niet weg, dus op ’t laatst heb ik de bruine stukjes er gewoon af staan pissen.’

‘Whaa!’

‘Wat moet je anders? Maar als je dat al vies vindt, moet je nu je vingers even in je oren stoppen, want terwijl ik met zo’n supersterke straal op die resten stond te spetteren, vloog er zo’n strontvlokje op – zo, flok!, tegen m’n linkerbrillenglas… begon meteen over het glas naar beneden te glijden, als een herfstblad op de voorruit van een auto… moet je je voorstellen, zo’n smeuïg brokje levensgroot op je bril… van schrik vergat ik helemaal om te richten, ik sproeide alle kanten –’

‘JONGENS WAT IS DIT VOOR CHAOS? WAT DOEN JULLIE HIER? WAAR IS MARTIJN? EN WAAROM HEEFT NIEMAND MIJ EEN SEINTJE GEGEVEN?’

‘Hoezo? Wie ben jij?’

‘IK BEN ERWIN WRATJES, DE AANWEZIGHEIDSASSISTENT VAN DE HEER KNOL, EN WIE JULLIE ZIJN INTERESSEERT ME GEEN ENE REET, STELLETJE VIESPEUKEN. ALS JULLIE FF VAN DE SITE AFGAAN, DAN KAN IK MIJN WERK GAAN DOEN. EN KAN IEMAND MARTIJN DE COULISSEN INDUWEN? DAT ZELFINGENOMEN ROTSMOEL VAN ’M HANGT ZOWAT TEGEN M’N MICROFOON. ZO KAN IK ME TOCH NIET CONCENTREREN?! ZO KAN IK TOCH NIET WERKEN?!’

‘Spreek jij altijd in kapitalen? Of alleen als je op je werk bent?’

‘En heet je echt Erwin Wratjes? Je lijkt namelijk heel erg op – ’

‘OP HANS VAN MIERLO, JAJA, JE BENT ECHT NIET DE EERSTE DIE DAT ZEGT. DAMES EN HEREN, HUISDIEREN EN MINDERJARIGEN… HIJ WAS EEN WEEKJE WEG EN HET WAS GOED DAT HIJ WEG WAS, MAAR NU IS HIJ WEER TERUG: DE HEER- IK KRIJG HET BIJNA M’N BEK NIET UIT – DE HEER… DE HEER knolletje. OVERIGENS WIL IK NOG WEL EVEN ZEGGEN DAT IK DEZE AANKONDIGING ALLEEN DOE OMDAT IK ER VOOR BETAALD KRIJG, WANT IK VIND DE STUKJES VAN DE HEER KNOL ALTIJD RAAR, STOM EN BOVENDIEN ONNODIG KWETSEND EN IK SNAP NIET DAT IEMAND DIE ZO OVERDUIDELIJK NIET HELEMAAL GOED BIJ ZIJN HOOFD IS ZOMAAR ZIJN GANG KAN GAAN OP EEN OFFICIELE LITERAIRE INTERNETWEBSITEBLOG! JA, LACH MAAR! VANDAAG TIKT DIE EPPO RARE STUKJES IN EN VOLGENDE WEEK BLAAST IE ’T PALEIS OP DE DAM OP! EN ZEG DAN NIET DAT ERWIN WRATJES JE NIET HEEFT GEWAARSCHUWD!’

Erwin… dankjewel voor je ontroerende, liefdevolle, warme inleiding… ik word er bijna verlegen van!…  Na een weekje sneeuw had ik natuurlijk enorm veel zin om weer es een flink potje te bloggen, maar jij hebt het schrijfvlammetje aangewakkerd tot een waar episch schrijfvuur… dank, dank, driewerf dank, Erwin… potverdorie nou schiet ik nog bijna vol ook… Nou, even kijken… op het Tirade-blogrooster dat hier bij Uitgeverij Van Oorschot in de keuken hangt (en dat we zelf met pen en liniaal in elkaar hebben geknutseld), heb ik een dag of tien, twaalf geleden ingevuld dat ik vandaag een stukje zou leveren over mijn Michael Schumacher-achtige skiongeluk… alleen: dat skiongeluk heeft zich onverhoopt niet voorgedaan… Wat ontzettend jammer!… Breukvrij teruggekeerd*… net nu we ons allemaal zo hadden verheugd op de banaan en de gipsvlucht! Ik zelf ook hoor! Vet balen! Jammer!

Nu zou je kunnen zeggen: kom, kom… dan verzín je toch gewoon een ongeluk?… Dan doe je toch gewoon alsof het ongeluk wél heeft plaatsgevonden?… Maar als alle schrijvers zo zouden denken, dan zou het godverdomme een mooie klerezooi worden in de NED-LIT… nee hoor!… niks ervan!… daar doe ik niet aan mee!… ik hou me aan de feiten… geen verzinsels op deze plek… bij mij alleen de waarlijke weerslag van waargebeurde gebeurtenissen…  

‘Met Jezus.’

‘Yo, met Martijn.’

‘Hé, Tyn! Ouwe zondaar! Hoe issie?’

‘Lekker. Maar dat wist je natuurlijk al. Alwetende schijnheil.’

‘Zeker, zeker… we volgen je op de voet hierboven… kostelijk dat geploeter van je, haha!’

‘…’

‘Zeg, voor je begint… Ik heb hier nog een geeltje van de Afdeling De Tien Geboden met jouw naam drie keer onderstreept erop. Weet jij wat dat zou kunnen betekenen? Heb je onlangs nog iets uitgevroten?’

‘Nee.’

‘…’

‘Echt niet!’

‘Kijk es naar de lucht… Nee, meer naar ’t westen.’

      FLITSBAM!

‘Ik heb echt niks gedaan!’

‘Goed. Ik geloof je. Maar als blijkt dat je hebt gelogen, dan bliksem ik alsnog 2080 Volt door je donder.’

‘Zolang je maar eco-stroom gebruikt.’

‘Waar bel je voor? Om uit te huilen? Druk 1. Om een vijand te laten verdelgen? Druk 2. Voor carrièreadvies? Druk 3 Vergeving? 4. Lichte lichamelijke kwalen: 5. Overig: 6.’

‘6.’

‘Wie spreke wil die spreke.’

‘Is het waar dat Prince/TAFKAP vloeiend Duits spreekt en dat hij naast zijn gigantische Engelse oeuvre ook nog een enorm Duits oeuvre heeft met een heel andere sound en dat die Duitse nummers pas na zijn dood mogen worden uitgebracht?’

‘Hoe kom je daarbij?’

‘Een gozer op de piste beweerde dat.’

‘Onzin. Ik kan me ook niet voorstellen dat je me daarvoor belt.’

‘…’

‘Kom op. Ik heb geen eeuwen de tijd. Bij wijze van spreken.’

‘Nou, ik heb vannacht een beetje liggen tobben… m’n oma is, zoals je weet, zonder bril begraven en nou vroeg ik me af of ze in de hemel wel goed kan lezen… zijn er opticiens daar?… En zijn er ook boekwinkels of bibliotheken? Heeft Ad Alles kan kapot al gelezen?’

‘…’

‘En kunnen overleden vrienden en dierbaren vanuit de wolken of wat dan ook zien hoe het hier beneden gaat? Heeft ’t zin als we een beetje ons best voor hen doen? Geef me anders je Vader even, die heeft vast meer bevoegdheden dan jij.’

‘Ik heb ’t je al vaker gezegd: dit soort vragen kunnen we niet beantwoorden. Mijn Vader ook niet. Die zit op dit moment trouwens met Cees Nooteboom aan de lijn. Hij zit vast met een gedichtje. Cees bedoel ik.’

‘Jullie kúnnen mijn vragen wel beantwoorden, maar je wilt het gewoon niet, arrogante klerelijer… Eigenlijk zou ik je dwars door de lijn naar deze kant moeten trekken en de stekels van je doornenkroon zo stevig op je slaap moeten drukken dat je de rest van je eeuwige leven alle vijftien coupletten van het Wilhemus op smurfenliedhoogte door je bovenkamer hoort schallen.’

‘… ’

‘Als ik over een jaartje of vijftig, zestig in de hemel arriveer, dan kom ik linea recta jouw kant op, vriend, en dan ga ik jou en die Vader van je een paar tikken op jullie bekken verkopen waarbij die hele fokking kruisiging afsteekt als een erotische massage.’

‘Ja,ja… stoer hoor… maar als er vanmiddag of vanavond weer iets geschreven moet worden, dan kijk je toch weer naar boven voor inspiratie, hè?’

‘…’

‘Wat een emotioneel geladen stilte opeens. Komt er zo’n typisch menselijke uitbarsting aan?’

‘Waarom zou ik naar boven kijken?’

‘?’

‘Herinner je je 2010 nog? Weet je nog hoe ik toen de zon uit m’n poten heb laten vallen? Of ik nou ’s nachts belde of ’s morgens vroeg of heel sluw op zondagmiddag als alle volgzame volgelingen hun rug zaten te verpesten in houten kerkbanken… er werd godverdomme NOOIT opgenomen, helemaal NOOIT, jullie waren zelfs vergeten een godverdomd antwoordapparaat aan te zetten, geflipte spijkerkoning.’

‘Dat zou gemakkelijk zijn hè? Als jij zou bepalen wanneer we je wel en niet helpen. Zo werkt het niet, jongen. We zijn geen 112 die je alleen belt als het jou uitkomt.’

‘…’

‘Als jij een beetje je best zou doen onze dialoog te onderhouden, dan zou je zien dat de meeste problemen prima te voorkomen zijn.’

‘De dialoog onderhouden! Waarom lieten jullie de telefoon dan eindeloos overgaan toen mijn dochter was verdronken?’

‘Je hebt nooit een dochter gehad.’

‘Hahaha! Effe checken of je nog zat te luisteren.’

‘Nu heb ik nog een vraagje aan jou… Wij kunnen je maken of breken… dat weet je hè? Deep down. Alle ideetjes die bij je opkomen… die zogenaamde intuïtie van je, je herinneringen… het zijn allemaal onze influisteringen, dat weet je hè?’

‘Tuurlijk.’

‘Zou je dan als tegenprestatie niet af en toe een beetje reclame voor ons moeten maken? Voor de Firma Vader, Zoon & Heilige Geest. Op de Tirade blog bijvoorbeeld. Je zou minstens kunnen laten doorschemeren dat je je soms afvraagt of er ondanks alles misschien tóch iets is.’

‘Maar dat vraag ik me helemaal nooit af. Ik ben atheïst!’

‘Sure en met wie zit je dan nu je tijd te verdoen?’

‘Blijkbaar strekt je alwetendheid niet tot over de grenzen van je eigen belevingswereld… niets menselijks is de goden vreemd… Heb je weleens van ironie gehoord? En van ambivalentie? Dat zijn de gebieden waarop de literatuur van oudsher haar nederzettingen sticht… in tegenstelling tot de religie en de theologie. Jammer genoeg. Het had de geschiedenis heel wat doden kunnen schelen.’

‘Grote woorden voor zo’n kleine schrijver.’

‘Volgende keer mag jij mij bellen, onsterfelijke vriend.’

Tirade – gelooft in de dialoog.

Soundtrack: ‘They tried to tame you, looks like they’ll try again.’ (excuses: lelijke clip)

De heer LucarottiVolgende week: ‘Ik buig voor niemand’ – Pam & Tyn belanden in een meedogenloos kroeggevecht (grappig! wreed! gewelddadig! uniek in de NED-LIT!) + een superintegere, onbevooroordeelde bespreking van Tirade 452 door de onafhankelijke gastrecensent Francesco Lucarotti (foto).

Coming soon: de eerste aflevering van de Tirade Leesclub waarin we Miek Zwamborns De duimsprong gaan vergelijken met Isa Hoes’ Toen ik je zag. Opgelet: in tegenstelling tot Datingsite & Parenclub Dasmag is de literatuur voor Tirade geen voorwendsel om jongens en meisjes samen te brengen die alleen maar geïnteresseerd zijn in geslachtsverkeer. Een leesclub is tenslotte een léésclub.

De Tirade Leesclub – literatuur puur.

Noot

Eigenlijk maar goed dat die gipsaflevering niet is doorgegaan:

‘Yo, Tyn… hoe is ie?’

‘Mpl, mpl, mpl… dktr zgt mg vlg wk zndr vrbnd mr mpl mpl.’

‘Ik versta d’r geen zak van, gast, met al dat gips om je bolletje. Nou, tot over zes weken maar weer!’

In de Oorshop

Uitmarkt

We zitten op een rijtje.  Links Sanneke van Hassel. Rechts Manon Uphoff. Het regent. De wind waait onder het plastic zeil dat aan de achterkant van de kraam met wasknijpers is opgehangen. De kou kruipt onze broekspijpen in. Voor ons, op houten planken, liggen de nieuwe boeken. Voor iedere schrijver een eigen stapeltje. Met naambordjes ernaast. Hete thee warmt onze handen.

Dames van middelbare leeftijd, gehuld in felkleurige jassen, de plastic regenkapjes strak over het hoofd getrokken, komen in groepjes voorbij schuifelen. Niemand staat stil, althans, niet bij ons. De buren hebben meer geluk. Daar worden bestsellers met slappe kaft voor een prikje verkocht. 

We eten een koekje. Opnieuw schuifelt een stoet dames voorbij. Paraplu´s vormen één groot dak boven hun gekapte hoofden. De groep vertraagt. Er wordt stilgestaan, getuurd, gekletst, met tasjes gezwaaid. Eén vrouw slaakt een gilletje. Een arm zwaait. Een bril valt op de grond. Gespetter. Gelach. Iemand vist de bril uit een plas.

We eten nog een koekje.

Een jongen met lang haar en een sikje blijft stilstaan. Aarzelend bladert hij door een van de boeken van het stapeltje voor Sanneke van Hassel. ‘Hoeveel? ’  ‘39,90’. Hij knikt verlegen en schuift het boek terug op de stapel. Hij krabt op zijn hoofd, veegt met een vinger langs zijn neus en verdwijnt.  Druppels glijden langs het plastic. De plassen op de grond worden groter. Ineens schiet een vrouw uit het groepje paraplu’s naar voren. ‘Weten jullie of lijn 5 hier ook langskomt?’ We knikken en wijzen richting het Concertgebouw. De vrouw verdwijnt. Wij nemen nog een koekje.

Vanaf het podium op het Museumplein komen flarden muziek binnenwaaien. Gitaren en harde, schrille vrouwenstemmen. Een man met een hond rent langs. Giechelende scholieren schuifelen voorbij. We knikken. We glimlachen. Niemand stopt. ‘Hoi. Kunnen jullie de vuilnis achter zetten?’ Een meisje met twee grote volle plastic zakken staat voor de boekenkraam. We kijken verbaasd. ‘Zijn jullie niet van de organisatie?’ We lachen. Wijzen op de boeken. De naambordjes. Halen verontschuldigend onze schouders op. ‘We moeten eigenlijk signeren.’  ‘O, sorry.’

De koekjes zijn op. De stapels met boeken nog steeds hoog. ‘Ik moest een keer met Arthur Japin in de Bijenkorf boeken signeren’, zegt Manon Uphoff. ‘Hij zat met een stapeltje boeken vlak naast de afdeling lingerie. Toen wilde een vrouw een bh bij hem afrekenen.’

We trekken onze jassen aan. De regen valt met bakken uit de lucht. We rennen over het gras. Achter een boom staat een grote vuilniscontainer.

 

(1971) studeerde filosofie en politieke wetenschappen. Ze is journaliste bij het NRC Handelsblad, publiceerde verhalen in Bunker Hill, Lava en Tirade en werd twee keer genomineerd voor de Brandende Pen voor het beste korte verhaal. Ze debuteerde in 2012 met de mozaïekroman Scherptediepte (De Bezige Bij).

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

A major girl crush

Het was donker, er zat een slag in mijn achterwiel en het regende ijsnaalden. Voor de derde keer deze week vervloekte ik mijn gewoonte om vlak voor de ergste kou mijn handschoenen kwijt te raken. In mijn regenschaduw fietsten Birre en Caroline, die ondanks het feit dat Caroline oorspronkelijk mijn vriendin is, altijd meer met elkaar praten dan met mij als we samen ergens heen gaan. 

Doel van onze barre tocht was de presentatie van Liekes nieuwe bundel De eerste letter in Perdu. Zoals altijd als ik niet weet waar iets precies is, ging ik er vanuit dat ik Perdu wel zou herkennen als ik er langreed, maar dat was niet zo. Bij aankomst wist ik vrij zeker dat ik er nog nooit was geweest. 

Zowel de bar als de koffie sleurden me meteen terug naar mijn middelbare-schooltijd, maar er was meer wat daaraan deed denken: de holgesleten zwartstenen drempel onder de zware deuren van de ingang, de geur van oud stof tussen de kieren van een hardhouten vloer; verduisterende gordijnen van een zware kwaliteit, die nog nooit gewassen zijn.

De smaak van goedkope gevulde koek (die met bonenspijs in plaats van amandel) vulde mijn mond. Ik proefde glacé, trekdrop en Raider. 

Opeens kreeg ik vreselijke zin om een Bastos op te steken. Of een hash-jointje, nog beter. 

Lieke las voor uit haar bundel.

Liekes vrienden lazen voor uit Liekes bundel.

Het waren mooie gedichten. Ik had niet anders verwacht, vind het zo knap hoe de humor en het duister in haar werk elkaar in evenwicht houden en versterken.  

Al met al was de avond ook heel erg nu. De lichte onhandigheid en wat onzekere presentatie van de schrijfster, waarbij Caroline zich afvroeg of ze altijd zo was en ik na enig denken toch echt ‘ja’ moest zeggen. De ongeschorenheid van de vrienden van de schrijfster. Veel wilde krullen en dikke wenkbrauwen. Meisjes met Girls-achtige jurkjes. 

Wat nu heel nu is, is eigenlijk ook een soort anti-nu.

Daar zat ik, al een tijdje niet meer heel nu, op een avond van mensen die nu heel nu zijn, terwijl de geuren en smaken van mijn verleden nu door mijn hoofd kolkten.

Na het voorlezen kocht Caroline De eerste letter. Op mijn aandringen – omdat ik wist dat ze het stiekem wilde – ging ze in de rij staan om hem te laten signeren.

‘Jawel,’ zei ik. ‘Dat vindt een schrijver leuk.’

‘Weet je zeker dat ze het niet vervelend vindt?’

‘Doe nou.’

Lieke schreef iets liefs op de eerste bladzijde. Caroline werd er een beetje verlegen van. 

Toen we even later Perdu uitliepen om in een café dat ik wél kende een whisky te drinken (wat anders, na de presentatie van een poëziebundel?), bedacht ik dat ik (als ik nu nu was en ook nog een meisje) een major girl crush op Lieke zou hebben. 

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Scoop!

Lelijkste omslag ever…. of niet?

De State of the Union, de jaarlijkse troonrede van de Amerikaanse president was een paar dagen voor hij uitgesproken werd al te lezen. Niet dat er een lek was ergens hoor, hoewel het feit dat ergens geen lek is tegenwoordig bijna nieuwswaardig is, maar David Remnick, die eerder een boek over Obama schreef plaatste in The New Yorker een 23 pagina’s tellend artikel over Obama waar alles in staat. Alles? Ja alles. Remnick reisde met de president mee op fund raising reizen, in The Beast, een Cadillac die berekend is op alle soorten extreem geweld. Deuren die een bom tegenhouden, banden die niet lek kunnen,  lak dat tegen elk zuur bestand is. Ook in Air Force One vliegt Remnick regelmatig mee en soms wordt hij naar voren geroepen om even een beetje bij te praten. Dan injecteert Obama Remnick met een aantal ideeën die dan in de New Yorker komen. Remnick heeft zo een scoop en Obama communiceert met het volk. In Pieter van Os’ Wij begrijpen elkaar uitstekend is duidelijk uitgelegd en anekdotisch beargumenteerd  hoe politici en pers elkaar nodig hebben.

Zo’n artikel als van Remnick leest ook beter dan de State of the Union, het heeft niet het patina van onschendbaarheid (‘landgenoten!’), er zit met andere woorden geen zuurvrije lak op deze tekst. De Scoop van de journlaist, zijn voortdurende drive werd hilarische beschreven in Evelyn Waugh’s gelijknamige roman uit 1938, vertaald door krantenman Bas Heijne, en in die uitgave in de race voor lelijkste omslag ever. Of heb ik er een over het hoofd gezien?

De reporter heeft niet alleen mijn sympathie, ik bewonder hem. Ryszard Kapuściński heeft deuren voor mij geopend in zijn Travels with Herodotus,  in Imperium in Shah of Shahs. En het kan mij eerlijk gezegd niet schelen of alles 1 op 1 waar is, of hij alles zelf precies zo heeft meegemaakt of in een hotel lounge zat te wachten op mensen die het wel echt meemaakte, als zogenaamde lounge lizard. Mijn geloof in de waarheid of in de journalistiek was nooit zo geweldig in the first place. Maar hoop doet leven. Nu heb ik een abonnement op De Correspondent, wat me een pracht initiatief lijkt. Op voorwaarde dat er niet teveel genavelstaard wordt. In zijn blog van vandaag schrijft Ernst Jan Pfauth over hoe internet de krant overneemt en hoe jonge succesvolle journalisten van papier verdwijnen en online gaan. Een beetje zelfvervullend zo’n waarneming. Wat ook verbazend is dat lounge lizzard Grunberg medewerker van de Correspomdent is geworden.  Grunberg is medewerker van alles en heeft overal een voorwoord bij geschreven verdunt zichzelf zo nogal.  Daar onderscheid je je dus niet mee als internet reportage medium.

Journalistiek en literatuur zijn meer en meer in een adembenemende omarming aan het raken. Ik hoop dat de correspondent ook op pad gaat. Bij Rutte achter op de fiets. Luis in de vacht van Wilders. Inbreken op de telefoon van Teeven. Go get them.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

J’aime l’horizon – afwezigheidsassistentie

‘Hallo!’

‘Hallo!’

‘Wij zijn – ’

‘Nee: ik ben… zeg jij nou maar wie jij bent, dan doe ik mijn eigen teksten wel.’

‘O, God, is ’t weer zover? Ruikt ’t straks weer naar karnemelk als je wordt gemolken?’

‘Nou, beter dan die Yogidrink die bij jou uit je uiers komt spuiten, meid, het is mij een –’

‘Zullen we ’t even zakelijk houden?’

‘…’

‘Hallo! Ik ben Nelleke.’

‘Hallo! En ik ben Belleke.’

‘Ik ben de afwezigheidsassistente van de heer Knol.’

‘Ik ben ook de afwezigheidsassistente van de heer Knol.’

‘Wij zijn de afwezigheidsassistenten van de heer Knol.’

‘En nu zien wij u denken… een koe als afwezigheidsassistent? En dan antwoorden wij: waarom niet? Denkt u nou echt dat het zo moeilijk is om even te melden dat een bepaald persoon, te weten: die en die, of: huppeldepup, er niet is? Waarom zouden er wel blindengeleidehonden bestaan en geen bovine afwezigheidsassistenten?’

‘Of weet u niet wat bovien betekent?’

‘Dan vinden wij u een domme koe!’

‘Een rund!’

‘Haha!’

‘Hahaha!’

‘Boe! Hahaha!’

‘Boeha! Haha!’

‘Maar waar ’t op neer komt… De heer Knol is een eredoctoraatje ophalen aan één of andere Italiaanse Universiteit… en daarna gaat hij met zijn secretaresse met ’t hele gezin nog ’n paar dagen skiën.’

‘Volgende week is hij weer terug.’

‘En dan gaat hij vast weer een irritant kutstukje voor u schrijven.’

‘Maar deze week dus niet.’

‘Bofkonten.’

‘Erop vertrouwende u hiermede meer dan voldoende geïnformeerd te hebben…’

‘Verblijven wij.’

 

Soundtrack:  J’aime, j’aime la vie.

Tirade – je bent een rund als je niet zonder kunt.

 Volgende week: ‘Hé, Tyn, wanneer mag ’t gips eraf?’

Pannenkoek

In dat jaar moesten we op school twee spreekbeurten geven. Slechts een van de twee mocht over een dier gaan. Een onderwerp verzinnen dat én boeiend was én geen pootjes had, was moeilijk. Bijna iedereen koos een huisdier, omdat moeders tijdens de speeltijd mochten komen aandraven met een kooitje.
Mijn cavia’s gingen altijd dood nog voor ik er een spreekbeurt over kon geven.

Toen we naar het Dolfinarium in Harderwijk gingen, probeerde ik niet te denken aan hoe we allemaal zouden doodgaan, want we moesten erg lang in de auto zitten.
Die dag kreeg ik de kans een rog te strelen. Zijn vinnen deden denken aan de pannenkoek die die ochtend per ongeluk in het afwaswater was beland.

Ik had weinig affiniteit met roggen. Wat me vooral aansprak was hun klein, lachend mondje, verborgen onder hun afgeplatte lichaam. Ik zag meteen dat ik het onderaanzicht van deze vis in slechts enkele krijtlijnen op het schoolbord zou kunnen tekenen.

Dat was het leukste aan spreekbeurten: tijdens de speeltijd in je eentje achterblijven in het klaslokaal om alle voorbereidingen te treffen.
De lege klas lag er bij als een dorp na het neerstorten van een boeing: pennen zonder dopjes, half afgemaakte zinnen, gedempt geschreeuw.

Omdat ik de op een na kleinste was, en ook de enige in de klas was die thuis geen televisie had, zag ik alles grootser.
Ik tekende een gigantische ruit, die zich uitspreidde over het drie meter lange schoolbord. Ik ging achter in de klas staan om te bepalen waar het klein, lachend mondje moest komen. Ik trok een norse streep met scherpe tandjes die niet de indruk wekten dat roggen eenvoudig te verslagen waren.

Enkele weken na mijn spreekbeurt verzamelde de leerkracht recepten voor een klaskookboek. Ik wilde een recept voor pannenkoeken inleveren, maar ik was niet de enige met dat idee.
Het bundeltje met zelfgetekende prenten werd afgedrukt en op het oudercontact uitgedeeld.

Ik heb het kookboek niet bijgehouden, maar ik weet wel nog welk recept ik uiteindelijk had ingestuurd. Het zat achterin, diende eerder als schutblad.

Lizes fruitsla. Lekker gezond, en heel eenvoudig te maken.

Ingrediënten:
Dertig appels, vijftien ananassen, veertien meloenen, zestien kiwi’s, dertig peren, negentien appelsienen.

Even snijden.
En klaar.

—

Lize Spit (1988) schrijft scenario’s, proza en poëzie. Ze publiceerde in Tirade, Kluger Hans, Het Liegend Konijn en Das Magazin; eerder dit jaar won ze de schrijfwedstrijd Write Now. In het zomernummer van Tirade, Tirade 449, publiceerde Spit het kortverhaal ‘Jagersaus’. Momenteel werkt ze aan een scenario voor een speelfilm en aan een roman. Deze maand publiceert Lize Spit ieder weekeinde een blogbijdrage op tirade.nu

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.

  • "Foto van Roos van Rijswijk"
    Roos van Rijswijk

    Roos van Rijswijk is redacteur van Tirade. Ze publiceerde proza in diverse tijdschriften en de roman Onheilig (Querido, 2016).

  • "Foto van Tim Veeter"
    Tim Veeter

    Tim Veeter

    Tim Veeter (1991) is acteur en schrijver. Hij studeerde af als Theaterwetenschapper aan de UvA en genoot diverse acteeropleidingen. In zijn schrijfwerk speelt hij met taal en legt de nadruk op het perspectief en de ontwikkeling van de personages. Zijn verhalen zijn vaak licht absurdistisch, maar toch herkenbaar. Tim is woonachtig in Amsterdam.