OVERLASTDONATIE

Op een bord aan de muur van de supermarkt staat: “Dit bedrijf is geregistreerd voor het opleggen van overlastdonatie.” Wat zou dat betekenen? Op internet lees ik: “Overlastdonatie is een instrument dat ingezet wordt om de schade die gemaakt wordt bij winkeldiefstal, namens de winkelier, te verhalen op de dader.” Is de winkel geregistreerd, dan heeft de winkel het recht om bij gebleken winkeldiefstal de dief meteen een rekening te sturen van 151 euro, de wettelijk vastgestelde standaardboete voor veroorzaakt oponthoud en overlast. Het schijnt een groot succes te zijn. “In de praktijk blijkt dat nagenoeg alle winkeldieven betalen!”

Het woord ‘donatie’ wekt de indruk van een vrijwillige gift, maar betekent hier dus ‘boete’. Overlastdonatie is diefstalboete. Zo zou je de taakstraf voor het in elkaar trappen van een bushokje een vandalismegeschenk kunnen noemen. En de boete voor belastingontduiking een fraudecadeau.

Ik heb nu een bord op mijn voordeur gehangen met de tekst: “Dit huis is geregistreerd voor het opleggen van overlastdonatie.” De inbrekers zullen nu wel gek zijn om nog bij mij in te breken. Die gaan natuurlijk naar de buren waar ze, als ze gepakt worden, geen 151 euro hoeven te betalen. Dat steelt toch wel wat lekkerder. Is het strafbaar, zo’n namaakbord ophangen? Dan krijg ik misschien wel een boevenbedrogbeloning opgelegd.



In de Oorshop

IJSPRET

De dichter J.H. Leopold, leraar klassieke talen, vertelde zijn meisjes-leerlingen tijdens een gezamenlijk baantje op het ijs graag het verhaal van de drie beulen, “die een wedstrijd hadden aangegaan, wie het bekwaamst was in zijn vak. De eerste, nu dat bleek allang geen leerjongen meer. De tweede sloeg zo fors toe, dat het hoofd van de misdadiger onder de menigte vloog. Bij de derde echter vroeg het slachtoffer, dat geduldig het supreme moment had afgewacht, of er nu haast wat van kwam. ‘Ach man’, zei de beul, ‘voel maar eens aan je hoofd’, en warempel daar viel het er af.”

(J.M. Jalink, J.H. Leopold. Bijdrage tot een levensbeschrijving.)



Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

RADIOMARATHONVERBOEKING

bigholtrop_marathoninterview









Ik had geen tijd gehad om de VPRO-gids te lezen. De week was voorbij, de nieuwe gids was al weer in gebruik. Voordat ik de oude weggooide, bladerde ik er toch nog even doorheen. Ik zag een kort interview met Aukje Holtrop. Zij had een boek met interviews gemaakt. Of beter: samengesteld. Of eigenlijk vooral: ingedikt. Uit de ongeveer honderdvijftig marathoninterviews die de VPRO-radio in de loop der jaren had uitgezonden waren er vijftien gekozen. Die vijftien radio-interviews waren door uitzendkrachten helemaal uitgeschreven. En die uitgeschreven versie (ongeveer dertigduizend woorden) had Holtrop teruggebracht tot ongeveer tien- tot vijftienduizend woorden.

Ik had er eigenlijk geen tijd voor, maar ik begon toch even te rekenen. Hoe groot was de kans dat een ooit uitgesproken marathongesprekwoord in dit boek terug te vinden was? Vijftien maal twaalf en een half duizend gedeeld door honderdvijftig maal dertigduizend – dus dan kom je op zo’n vier procent uit. Een op de vijfentwintig woorden was gered. Als je alle interviews bij elkaar vergeleek met een sonnet, dan had je daar nu maar een halve regel van in handen. Van een haiku nog niet eens één lettergreep.

Ik wilde verder, maar ik dacht toch nog even door. Als ik moest kiezen, zou ik dan liever vijf  marathoninterviews in hun geheel hebben? Of vijftien gehalveerde, zoals nu? Of liever alle honderdvijftig, maar dan stuk voor stuk teruggebracht tot maar vier bladzijden per interview? Dan waren het geen marathoninterviews meer, maar sprintinterviews. Ik wist het niet. Je zou er ook wel tweets van kunnen maken – elk interview van dertigduizend woorden teruggebracht tot een Twitterbericht van honderdveertig tekens.

Ik moest nog wat anders doen, maar ik dacht toch nog even: wie leest nu zo’n boek? Had je de interviews niet beter op CD kunnen uitbrengen? Of niks doen, en ze gewoon op internet laten staan, waar ze nu ook al staan? Dan had je ze ook niet te hoeven laten uitschrijven en vervolgens weer indikken. Dat had de interviewer zelf ook al bedacht. Vraag: “Lag een luisterboek niet meer voor de hand?” Antwoord Aukje Holtrop: “Veel mensen hebben geen tijd om uren te luisteren, maar nemen wel de tijd om te lezen.”

Ik heb nog van alles te doen, maar nu loop ik al weer twee dagen na te denken over dat antwoord. Zou het wel kloppen? “Mensen nemen wel de tijd om te lezen” Echt waar? Hoeveel tijd kost het niet om een boek van 688 pagina’s te lezen? “Veel mensen hebben geen tijd om uren te luisteren” Zou het? En al die oortjes dan ? Hoeveel tijd zou je niet winnen als je, tijdens het luisteren naar deze gesprekken, iets anders deed?

Kan de redenering niet ook worden omgedraaid? Stel nu dat er wel een luisterboek van deze interviews was gemaakt. Dan had de interviewer de volgende vraag bedacht: “Lag een leesboek niet meer voor de hand?” En dan had Aukje Holtrop kunnen antwoorden: “ Veel mensen hebben geen tijd om uren te lezen, maar nemen wel de tijd om te luisteren.” Dat zou dan ook heel aannemelijk hebben geklonken.

Ik moet nu snel verder, maar dat valt niet mee, met twee aannemelijk klinkende antwoorden die niet allebei tegelijk waar kunnen zijn. Heeft het wel met tijd te maken? Ik denk het niet. Wij geven altijd tijdwinst, of tijdgebrek, op als reden voor ons handelen, maar dat hoeft niet te betekenen dat tijdwinst of tijdgebrek ook de werkelijke reden voor ons handelen is. Zouden mensen werkelijk lezen “omdat ze er tijd voor hebben”? En zouden ze luisteren “omdat ze er tijd voor hebben”? Volgens mij doen ze maar wat, zonder dat daar veel reden voor is. Vallen ze bij toeval in een marathoninterview op de radio, of op internet – dan blijven ze luisteren, ook al hebben ze er geen tijd voor, is mijn ervaring. Slaan ze in de boekhandel toevallig Het Grote Marathoninterviewboek open, dan blijven ze erin lezen, ook al hebben ze eigenlijk wel wat beters te doen, merk ik.

Maar nu moet ik snel verder. Ik moet het oud papier wegbrengen. Ik weet nu al dat ik daar morgen geen tijd voor zal hebben.

KAMPIOE

Nog niet zo lang geleden was media in het Nederlands een meervoud. Net als in het Latijn. Eén medium, twee media. Maar de laatste jaren zien steeds meer sprekers in het meervoud een enkelvoud. En dus is er een nieuw meervoud ontstaan. De media zegt, de media’s zeggen. Hetzelfde gebeurt met podium. Eén podia, twee podia’s. Het verschijnsel is niet nieuw. Spoorbielzen is nu het meervoud van spoorbiels. Maar biels was een eeuw geleden nog het meervoud van biel. Schoenen is nu het meervoud van schoen, maar schoen was in de middeleeuwen nog het meervoud van schoe. Eén schoe, twee schoen. In het Duits (Schuh) en het Engels (shoe) is die oude enkelvoudvorm wel bewaard. In het Nederlands niet. Liedtekstdichter Johnny Hoes (geen meervoud) zal er blij mee zijn. Op een slof en een oude voetbalschoe – vind daar maar eens een lekker rijmwoord op. Op een voetbalschoe was Ajax hooguit kampioe geworden.

MIJN UITSTOOT

Ik heb een kleine platte rekenmachine. Het is een Casio HS-4A, ooit gekregen van de groenteboer, in ruil voor twintig bij elkaar gespaarde en volgeplakte zegelboekjes. Het was volgens de groenteboer een heel mooi machientje, want hij werkte op zonlicht. “Geen batterijen! Dus: altijd lekker goedkoop! En dus ook: goed voor het milieu!”

Ik zou graag willen denken dat ik nu voor altijd en eeuwig gratis kan rekenen met mijn rekenmachine met zijn vier zonneraampjes. Een gezellig rekenhuisje is het eigenlijk. Hij ligt de hele dag in de vensterbank, zo dicht mogelijk bij de zon, lekker energie te laden. Maar soms is het donker. Ik wil iets vermenigvuldigen, of ergens een mooie wortel uit trekken, ik pak mijn rekenhuisje – maar dan is er niemand thuis. Alle minirekenrobotjes die in het huisje wonen, zijn in diepe slaap gevallen en worden uit zichzelf niet meer wakker.

Dan knip ik in arren moede maar de elektrische lamp aan en leg het huisje eronder, met de raampjes naar boven, zodat er wat elektrisch kunstzonlicht door naar binnen valt. En dan wacht ik tot de robotjes wakker worden en weer nijver aan het rekenen slaan. Dat doen ze altijd. Ik vind het een mooi systeem: een oude elektrische gloeilamp levert kunstzonne-energie. Maar zo is het vast nooit bedoeld door de uitstootreductiepolitie.

Als ik de dikke witte stoomkolom van de elektriciteitscentrale aan het andere einde van de stad op windstille dagen weer kalm loodrecht uit de schoorstenen omhoog zie stijgen tegen de blauwe lucht, weet ik: daar gaat nu ook de uitstoot voor mijn zonnerekenmachine de lucht in. En dat alleen maar omdat ik geen zin heb om het zelf uit te rekenen, op pen en papier of met het blote hoofd.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lia Tilon"
    Lia Tilon

    Lia Tilon (1965) debuteerde in 2002 met de roman Huizen van papier bij Uitgeverij De Arbeiderspers. In 2012 publiceerde Uitgeverij Cossee haar roman Zielhond, in 2017 gevolgd door Archivaris van de wereld. Tilon schrijft romans en korte verhalen. Zij blogt over emigratie en de vraag wat heimwee is. Is heimwee wel verbonden met een plek in je leven, of aan het gevoel dat je had toen je je op die plek bevond? En maakt het wat uit?

  • "Foto van Fannah Palmer"
    Fannah Palmer

    Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.

  • "Foto van Jos Versteegen"
    Jos Versteegen

    Jos Versteegen (1956) schreef zeven dichtbundels, waarin hij zich vooral liet inspireren door zijn familie en zijn jeugd in Limburg. Voor zijn debuutbundel werd hij genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Zijn meest recente bundel is Woon ik hier, met herinneringen van oude mensen. In 2016 publiceerde hij zijn vertaling van de Duitse gedichten die Hans Keilson in 1944 in de onderduik schreef voor een geliefde: Sonnetten voor Hanna. Jos Versteegen werkt sinds begin 2017 aan de biografie van Hans Keilson.