Met de verkiezingen voor de deur: de online stemwijzer

De naderende verkiezingen maken de online stemwijzer, waarvan er diverse varianten bestaan, opnieuw actueel. Deze is bedoeld voor kiezers die nog niet weten op welke partij ze zouden moeten stemmen.

De wijzer die ik uit nieuwsgierigheid heb geraadpleegd bestaat uit dertig standpunten die zijn overgenomen uit de programma’s van de politieke partijen. Dit keer komen er onder andere vragen in voor over gratis kinderopvang, rekeningrijden, de publieke omroep, vliegbelasting, mondkapjes… Je doorloopt ze alle dertig, waarbij je kiest uit eens, oneens, of geen van beide. Aan het eind word je gevraagd om aan minimaal drie standpunten extra gewicht toe te kennen. Daarna volgt de uitkomst: de partij die het dichtstbij je staat wat betreft de maatschappelijke kwesties van dit moment.

Bijna iedereen kent iemand die na een online stemwijzer te hebben geraadpleegd met verbazing vaststelt: ‘Dat had ik niet verwacht!’, of wordt bekropen door een onbevredigd gevoel, iets van teleurstelling. Het is niet zo verwonderlijk. De politieke arena heeft steeds meer weg van een restaurantwezen met diverse eetgelegenheden die op elkaar lijken, en de partijprogramma’s zien eruit als menukaarten met gerechten die onderling veel overlap vertonen. Wij, de kiezers, zijn onrustige, gejaagde klanten geworden die niet alleen switchen van het ene naar het andere gerecht, maar ook van het ene naar het andere restaurant.

In vroeger tijden selecteerden politieke partijen hun standpunten op basis van een visie op de samenleving. Die visie stoelde vaak op ideologieën. Sociaaldemocratisch, christendemocratisch of liberaal – dat waren de hoofdkeuzes die grofweg door drie partijen werden vertegenwoordigd. Partijprogramma’s hadden een vast menu. Je politieke voorkeur bepaalde niet alleen op welke partij je stemde, het was bovendien stabiel, zo ook je partijkeuze. Tegenwoordig zijn de drie ideologieën versplinterd over minstens tien partijen, om niet te spreken van 27 andere die aan de verkiezingen meedoen. In plaats van de vaste menu’s kwamen er meer partijen, meer programma’s en meer zwevende kiezers die in de ban raakten van een nieuwe, op het individu geschoeide ideologie: het neoliberalisme. Het maakt het er niet overzichtelijker op voor de kiezer die zijn heil bij de stemwijzer zoekt.

Wat we daar nu hopen te vinden is iets wat een vertrouwensband met politici kan helpen opbouwen. Want we maken ons zorgen over het klimaat, de toekomst van onze kinderen, over werkgelegenheid, integratie, migratie. Dit zijn allemaal kwesties waarover we onze mening vormen, hoofdzakelijk op basis van gewaarwordingen en gemoedsgesteldheid, en in mindere mate met ons verstand. Het verstand zegt ons wat de oplossing is, maar niet hoe urgent het probleem is dat we willen oplossen – daar hebben we onze gevoelens voor nodig. De mens zit zo in elkaar dat hij niet handelt zonder een gevoel van urgentie. En we willen zeker weten dat we op inclusieve leiders stemmen wier competentie en integriteit we vertrouwen. Per slot van rekening geven we de partij die we kiezen een mandaat voor vier jaar om namens ons beslissingen te nemen en maatregelen te treffen, om wat er in hun partijprogramma staat waar te maken.

Maar de stemwijzer verschaft ons het vertrouwen niet waarnaar we op zoek zijn, en neemt daarom onze twijfel niet weg. Daar komt de teleurstelling uit voort die sommigen van ons bekruipt. Met de stemwijzer kom je hooguit te weten wat de politieke partijen beloven, maar het vertrouwen dat we zoeken moet op een andere manier tot stand komen. Op een persoonlijkere manier, waarbij direct contact met en empathie voor kiezers een veel belangrijkere rol spelen. Niet alleen worden standpunten uitgewisseld of wensen kenbaar gemaakt, maar er wordt dan ook stilgestaan bij de zorgen en gevoelens van kiezers. In plaats daarvan geven politici voorkeur aan indirect contact: ze verschuilen zich achter hun partijprogramma’s of complottheorieën, en houden de afstand met de burgers groot of voeden hun onbehagen. Wie weet, wellicht kampen zij met hetzelfde probleem – dat van gebrek aan vertrouwen?

Maar ook ons, de burgers, de kiezers, treft blaam. In de eerste plaats moeten wij stoppen de mythe in stand te houden dat wij onze beslissingen nemen op rationele gronden, dat wil zeggen door voor- en nadelen tegen elkaar af te wegen. Wij beslissen op gevoel en zoeken achteraf naar rechtvaardiging of een motivering. Zolang we dit feit niet accepteren of onze gevoelens niet beter kunnen verwoorden blijft de vertrouwensband tussen politici en de burgers problematisch.

In de tweede plaats moeten we van het idee afkomen dat we ons hebben uitgesproken als we onze stem hebben uitgebracht. Wij zijn niet alleen kiezer, maar vervullen ook diverse rollen (werknemer, werkgever, moeder, vader en beoefenaars van talrijke beroepen) en maken deel uit van verschillende netwerken die elkaar overlappen. Wij zouden deze netwerken actiever kunnen benutten om uiting te geven aan onze gevoelens – niet aan onze meningen! Dan zou het eens kunnen blijken dat we dezelfde zorgen delen en dezelfde behoeften hebben die partijstandpunten overstijgen. Zo kunnen we politici laten zien waar het op staat en ze aansporen om ons vertrouwen te winnen.

Wat moet de kiezer doen die toch zijn heil zoekt bij de stemwijzer? Hij kan het best even terugkijken hoe hij bij de laatste verkiezingen zijn keus heeft gemaakt. Was dat vanwege dat ene speerpunt dat hem heeft aangesproken, de lijsttrekker die goed op een tv-debat heeft gescoord, zijn partij voor interne verdeeldheid heeft weten te behoeden…? Of was het een strategische beslissing, omdat zijn favoriete partij toch geen kans zou maken mee te regeren en hij daarom op een andere partij heeft gestemd – en was het misschien ook een proteststem? Wellicht was het een laatste ingeving die hem in het stemhokje overviel. Zo zal het uiteindelijk ook bij deze verkiezingen gaan.

Ikzelf zal afblijven van welke stemwijzer ook en zal me vooral richten op de omgangsstijl van de politici met de medemens. Wie bereid is zich bloot te stellen aan zijn of haar eigen gevoelens en die van de kiezers, heeft mijn zege.

"Foto van Kerim Göçmen"
Kerim Göçmen

Kerim Göçmen werd in 1957 geboren in Izmit, een stad ten oosten van Istanbul. Hij bracht zijn jeugd door in diverse plaatsen in Turkije, waar zijn vader het ambt van rechter uitoefende. In 1974 begon hij met de studie werktuigbouwkunde in Ankara. Drie jaar later kwam hij op uitnodiging van zijn tante naar Nederland. Hij veranderde van studie en koos voor politicologie aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam.  Het geheim van de kromme neuzen was zijn debuut, daarna verschenen Rode kornoeljes en Kroniek van mijn schoolvakanties.

In de Oorshop

Kleur is een taal

Jamal Ouariachi suggereerde op Twitter dat hij zijn roman weg moet gooien: het gaat over een Nederlandse man, en wat weet hij daar als halve Marokkaan nou van af?

Vorig jaar las ik Native Son van Richard Wright. Een felle aanklacht tegen racisme, een pittig boek waarin woorden worden gegeven aan keihard wit racisme uit de jaren ’40 in Amerika. Het boek is zo sterk dat we er een vertaling van gaan uitgeven. Dan ga je dus op zoek naar een vertaler. Bij Van Oorschot vinden we het – zoals bij de meeste uitgeverijen – logisch goed na te denken over wie een boek vertaalt. We kochten onlangs een boek dat begint met de woorden: This is a female text. We hebben niet per se zo’n directe suggestie nodig om ons te realiseren dat het wellicht een idee is een vrouw voor zo’n klus te zoeken.

Ik ken veel hele goede vertalers. Toch heeft niet iedereen overal een gevoeligheid voor: sommige prachtvertalers vind ik niet zo handig met poëzie. Soms zijn mensen zo keurig opgevoed dat hun slang altijd een tikje geaffecteerd klinkt. Ik heb vertalers gehad die zeer kundig waren maar geen Bijbelcitaten herkennen als er geen aanhalingstekentjes omheen staan. Er zijn zelfs vertalers die denken dat ze alles kunnen: een sympathieke afwijking die om extra oplettendheid van de redacteur vraagt. Niemand snapt alles.

Native Son is een boek dat zo sterk over racisme gaat dat het (hoogst)waarschijnlijk helpt als je er enige ervaring mee hebt. Daarnaast is het gewoon niet vanzelfsprekend het verhaal van keihard racisme, zoals verteld door een Afro-Amerikaanse man, door een witte Nederlander te laten vertellen, als je de keuze hebt. Dit boek moet het tenslotte al stellen met een witte redacteur. Volgens sommige witte mensen bestaat racisme niet. Thierry Baudet noemt zichzelf de minst racistische mens in Nederland. Maar Baudet zweet rasdenken uit zijn poriën. Ik geloof dat het zinniger is jezelf als een latent racist te zien die er goed over nadenkt hoe dat komt en wat je eraan kunt doen. Misschien is kleur wel een taal die sommigen beter beheersen dan anderen?

Een vertaler van kleur vinden is nog niet zo makkelijk in Nederland. De directeur van de vertalersvakschool meldde me desgevraagd tot zijn teleurstelling: ‘Weet je dat we geen enkele alumnus/-na van kleur hebben?’

Vrienden wezen me op Neske Beks, die zich beijvert hier verandering in te brengen met het gilde Alphabet Street. Zij bracht ons op het spoor van Jenny Mijnhijmer, die voor Dipsaus en Pluim het prachtige Sister Outsider vertaalde, van Audre Lorde. Ik was heel blij met de bemiddeling van Neske: ze weet waar ze het over heeft, en, opvallend, ze was de eerste die ik over het boek sprak die het ook kende en goed gelezen had.

Jamal Ouariachi weet vermoedelijk voldoende over de Nederlandse man om zijn roman te kunnen schrijven. En anders hoeft hij alleen maar op Twitter rond te kijken als field study. Amerikaans racisme rond 1940 behoeft wat intensere betrokkenheid. Een schrijver mag zijn eigen blinde vlek hebben, een vertaler moet niet de blinde vlek voor een auteur gaan vormen in een nieuwe taal.

De kwestie is denk ik niet dat een boek over een houthakker door een houthakker vertaald moet worden. De kwestie is dat je ook in deze beroepsgroep een redelijk evenwichtige verdeling zou moeten hebben. En als het sociaal of cultureel gezien voor de hand liggend is dat je een boek laat vertalen door een vertaler van kleur, dan moet je dat doen. Dan moeten ze er zijn, en daar helpt Alphabet Street mee. Ik geloof dat de fondsen en uitgevers daar zeker aan kunnen bijdragen.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Mannendingen

De meneer met de gele auto hielp me de tank van het frame te tillen, en checkte de bobines. De luchtfilters hadden we al gecontroleerd, de benzineleiding ook. Toen alles stroom bleek te krijgen en mijn oude Kawa nog steeds niet wilde starten, krabde hij zich driftig op zijn goeie kop.

De bougies bleken vervuild, het motorblok verzopen. ‘Je moet nieuwe bougies bestellen,’ zei de wegenwachter. ‘Dat is het enige wat het nu nog kan zijn.’

Ik keek hem na toen hij de wagen met de stalen laatjes van het eiland reed; nu was ik weer alleen, en de ontspanning die ik had ervaren sinds zijn aankomst verliet me zoals droge bonen een lekgeschaafde tas uit lopen.

Omdat ik praat als iemand die alles kan, denken de mensen vaak dat ik alles kan. Nu moest ik dus bougies vervangen.

Ik leende gereedschap bij Paul, speelde even op een van zijn gitaren en praatte met hem over Sade en Maxwell. Paul – toch een redelijk serieus muzikant – luisterde aandachtig en zonder oordeel. Ik was buitengewoon open over mijn muzieksmaak.

Met de doppenset in mijn naar olie meurende klauw zette ik weer koers naar huis. Onderweg passeerde ik de Kawa, waarnaar ik hard probeerde niet te kijken. Eenmaal boven dook ik het internet op, om na een klein halfuur aankoopstress uit de komen op de bestelling van acht bougies van NGK (de CR9E voor wie echt even mee in de materie wil). Het wachten was nu op dat platte pakketje uit Duitsland.

Kloten aan een voertuig is eng. Ik heb het nu niet over mogelijke gevolgen voor de verkeersveiligheid, maar over de waarschijnlijkheid van dure rampjes. Soms denk ik dat garagehouders alleen echt geld verdienen aan ongevallen en mannen zoals ik, die wel eens even zelf hun carburateurs zullen afstellen. Kloten aan carburateurs is zo’n beetje de duurste fout die ik ooit met een voertuig gemaakt heb.

Maar bougies, hoor ik je zeggen. Draadje eraf, bougie eruit, nieuwe bougie erin, draadje er weer op.

Toen ik Nadim uit school gehaald had en we onze fietsen tegen de boom voor ons huis zetten, vroeg ik of hij zaterdag al plannen had. Mijn jongen schudde zijn hoofd en keek me vragend aan.

‘Wat zeg je ervan,’ vroeg ik, ‘als we dan samen in de loods de motor uit elkaar halen, schoonmaken en weer laten lopen?’

Hij knikte kort, opeens zoveel wijzer dan zijn negen jaren. ‘Dat lijkt me goed.’

Normaal gesproken is hij ’s zaterdags het huis niet uit te branden, dus hier was iets bijzonders aan de hand. Terwijl ik Nadim de trap op volgde, dacht ik aan hoe hij me heeft gesmeekt om samen aan een brakke boot te werken, die in de werf op het eiland lag. Klassieke mannendingen wil hij altijd graag doen. Kennelijk voelt hij zich dan meer lid van de club.

Echt opgroeien betekent dat je oud genoeg wordt om te zien dat ook volwassenen niet alles kunnen, en hoe transparant ik daarin ook probeer te zijn: mijn zoon is nu nog niet zo ver. Wat me verrast heeft is dat ik me een stuk geruster voel sinds ik weet dat hij me zaterdag komt helpen.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Een introductie

Beste lezers,

Mijn naam is Fannah Palmer, ik ben 26 jaar, en ik ga van maart tot en met mei aan de slag als stagiaire bij Van Oorschot. Ik volg momenteel online een schrijf- en redactiemaster aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zelf schrijf ik al zo lang als ik me kan herinneren, en ik ben er een paar jaar geleden achter gekomen dat ik het redigeren van andermans werk ook ontzettend leuk vind. Ik ben blij dat ik tijdens deze stage beide zal kunnen doen. Naast het verschaffen van redactie-hulp zal ik ook meewerken aan de Tirade-blog. Hier mag ik stukken gaan plaatsen die relevant en actueel zijn, en die ook mijn eigen interesses reflecteren.

Voor iedereen die dit leest, zelf schrijft, en zich kan vinden in de onderwerpen die ik hieronder aankaart – of een ander idee heeft dat gehoord moet worden: twijfel niet om een stuk in te sturen naar stage@vanoorschot.nl. Ik lees natuurlijk, vanzelfsprekend, graag.

Ik kom uit een kunstzinnige familie, met twee ouders en een zusje die allemaal aan de kunstacademie hebben gestudeerd. Zelf heb ik, nog voor mijn bachelor Engels – ik hou ook van studeren – een hbo muziek gevolgd in Tilburg. Ik hou van veel verschillende vormen van kunst, cultuur en literatuur. Een handjevol favoriete makers zijn: Matisse, O’Keeffe, en Jacques Lartigue; Baldwin, Salinger, en Ali Smith; Bon Iver, Khruangbin, en Lana Del Rey. Dit is echter slechts waar ik nu op kom. Het idee van ‘iets maken’ staat mij eigenlijk bijna altijd aan, en ik ontdek heel graag nieuwe dingen. Tijdens deze pandemie zijn kunst en cultuur een beetje naar de achtergrond verschoven, terwijl ze juist zoveel rust en verlichting kunnen bieden.

De laatste paar jaren heb ik ook meer aandacht besteed aan de natuur. Of het nou komt door coronawandelingen, een jaar in New York – waar natuurgebieden moeilijk bereikbaar waren en ik ze daarom meer miste – of de gesprekken rondom klimaatverandering: ik voel me meer en meer betrokken met de aarde. Ik wil dus graag ook wat stukken delen over het klimaat, en over natuurbescherming en -behoud.

Verder ben ik met twee talen en culturen opgevoed, waardoor ik kwesties altijd van twee kanten heb kunnen bekijken. Zwart en wit zijn helemaal niet zo wederzijds exclusief als ze lijken. Ik ben daarom groot voorstander van alles wat twee kanten dichterbij elkaar brengt, om te laten zien dat overeenkomsten altijd groter zijn dan verschillen. Ik hoop in gesprek te kunnen gaan met, en mooi werk te kunnen delen van, schrijvers die zich bezighouden met kwesties van gelijkheid, zoals onder andere antiracisme, feminisme, en LHBTI-gelijkheid.

Misschien ben ik gewoon een product van millennial Amsterdam-Zuid, dat kan ook. (Al stem ik waarschijnlijk op Bij1, niet op GroenLinks.) Mocht dit het geval zijn, dan zijn er in ieder geval genoeg mensen, zowel schrijvers als lezers, die zich eveneens interesseren in wat ik hier hoop te publiceren. Ik kijk ernaar uit.

"Foto van Fannah Palmer"
Fannah Palmer

Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.

Al het zichtbare gaat open

De sekswerkers gaan de straat op om weer aan het werk te kunnen. Ze zijn de stilstand zat. Ik loop vaak over de Wallen naar mijn werk. Als ik aan sekswerkers denk kom ik snel uit bij twee zaken, nu drie. De eerste is: ik heb altijd in de binnenstad gewoond, toen ik 21 was heb ik met een vriend op een caféterras geklokt hoe lang de mannen meestal binnen waren. Zes minuten. Dat vond ik verbijsterend. Later leerde ik Paul Léautaud kennen die een goed deel van zijn leven in de onmiddellijke nabijheid van heel veel Moulin Rouge meisjes doorbracht en schitterend over hen schreef. Mijn meest recente ontdekking is Aleksandar Tišma, die schrijft over Novi Sad een stad in het voormalige Joegoslavië. Ik las pas twee boeken, maar ze werken als breinwormen: blijven in je denken terugkomen en steeds intensiever. Zijn Die wij liefhebben doet iets wonderlijks: het is een volstrekt van elke erotiek gespeend relaas over verschillende ‘huizen’ in Novi Sad. De meisjes, de klanten, de madames die een kamer regelen. Zoals ook verhalen van Tišma doen ze eerst niet zo bijzonder aan, maar hebben ze de neiging je onbewust weken bezig te houden, een heel mooi vasthoudend soort onnadrukkelijkheid, niet tragisch, maar nauwkeurig waargenomen. Wat gebeurt er precies in dit boek? Ik zou het niet weten, en toch denk ik beter te begrijpen wat er op de wallen plaatsvindt. Met zichzelf verstrengeld zijn. In zijn soort is dit instinctief schrijven, of preciezer: het componeren van langzaam loskomende betekenis, vergelijkbaar met wat Hans Faverey altijd doet: ook hij schrijft op zo’n wijze dat je er dagenlang niet los van komt. deze bijvoorbeeld:

Hetzelfde stukje bos dat ik ben

ingelopen, laatst.
Een kruisbessenstruik

staat daar. Daar is ook

een jonge esdoorn: die ik met zich
had verstrengeld. Al het zichtbare
gaat open, vervolgt mijn weg.
Het ontbreekt mij aan niets;

en ik ben niet ongelukkig.

Niettemin: op wieken wil komen
de stilstand
der dingen in mij.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Nectar

Op een van de late feestjes die kennissen van Gijs organiseerden in een loodsvormig café aan de rand van wat IJburg zou worden, kwam Issa Julie weer tegen. Bij wijze van groet stompte ze hem met zoveel kracht op zijn schouder dat de wodka en het bier dat hij vasthield over de rand van hun glas klotsten. In het midden van de dansvloer sprongen Arie en Boris met hun armen over elkaars schouders rond, waardoor hun koppen bij elke beat te zien waren. Rood spotlicht versplinterde op het steile vlak van Aries bezwete voorhoofd.

Julie pakte de wodka van Issa af en nipte, haar heup tegen de zijne gedrukt alsof ze al jaren zo stonden wanneer het uitkwam. Issa had nu een hand vrij en legde die om Julies middel. Boven het ruwe leer van haar spijkerschort raakte zijn wijsvinger haar naakte buik.

Gijs verscheen met een pen in zijn borstzak en het koele aura van de lange fietstocht uit Zeppos om zich heen. Hij kuste Issa en leek te twijfelen hoe hij Julie zou begroeten, maar Julie pakte hem bij zijn oren, trok hem naar zich toe en zoende hem vol op de mond. Daarna stuurde ze hem weg om bier te halen. Julie pulkte iets uit een vakje van haar schort en even later lagen er twee blauwe tabletjes op haar handpalm. Blanke huid, roze lijnen, blauwe stippen als naburige steden op een kaart.

Binnen de kortste keren leek alles van kristal, de vloer onder Issa’s voeten niet meer dan een vierkante millimeter van een wereldwijd woofervel, golvend en vervormend met het beu- ken van de bas in het jaar van Notorious b.i.g.’s Hypnotize. Issa kneep met zijn ogen tegen de overdaad aan licht; wenste vurig een zonnebril, en hoewel hij niet zeker wist of hij die wens hardop had uitgesproken zette Gijs er even later een op zijn neus. Schijnbaar meteen daarna: een kampvuur dat tot aan de hemel reikte. Arie zonder schoenen, zijn voeten wit als waterlijken. Boris met een vaasje bier rechtstandig in zijn mond, zijn lippen gesloten om de rand. Applaus van omstanders. Een graspol met een hilarische kleur groen. Een meisje met witte donsveertjes in plaats van wimpers. Dan: zonsopkomst op een overwoekerde pier die ver het IJmeer in leidde.

Julie liep voor Issa uit en met zijn handen op haar schouders volgde, volgde, volgde hij tot de begroeiing lager werd, uitdunde en hen alleen liet op een zandbakgroot strandje. Een absurde roodwitte dwergvuurtoren waakte met zijn laatste slagen over verlaten water. Issa koos een betonblok aan de voet van het torentje en liet zich zakken tot hij zat. Met grote moeite maakte hij zijn veters los. Toen zijn schoenen van zijn voeten waren en zijn sokken als ontzielde handpoppen op het zand lagen, bleek de nagel van zijn grote teen uit het bed gescheurd. Issa vroeg zich af wanneer de pijn hem in zou halen en pulkte verwonderd aan het korstige klepje.

‘Kom je nog?’ riep Julie.

Een meter of dertig van de kant zag hij haar hoofd boven het water, omringd door kleine schitteringen. Julie zwom verder, een V trekkend in de kalme spiegel. Naast Issa, op een ander betonblok buiten het bereik van de landende kabbelingen, lag een hoopje kleren. Terwijl hij zich uitkleedde kwamen er andere zwemmers in beeld: zwarte schaduwbolletjes dobberden in de brede gouden baan die de zon uitrolde. Julie crawlde naar ze toe terwijl Issa twijfelde, zijn voeten om beurten dopend in het ijzige meer totdat iemand hem van achter duwde en hij zijn evenwicht verloor. Toen hij proestend en brullend bovenkwam stond Arie op het strandje, in zijn handen wrijvend ter voorbereiding op een duik. Een verbleekte groenkatoenen boxershort hield zich ondanks het lubberende elastiek hoog aan zijn heup.

––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––––

Een fragment uit de horeca uit Het jasje van Luis Martín, verschenen bij Van Oorschot in 2013.

Beeld: Tijn de Boer.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Dingen kwijtraken

    Dingen kwijtraken

    Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
    Lees verder
  • Afbeelding bij 'Met een nog net coherent

    'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen,  dat is een ongeschreven wet'* – Over het café

    De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Er geen vrij voor nemen

    Er geen vrij voor nemen

    Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.

  • "Foto van Fannah Palmer"
    Fannah Palmer

    Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.

  • "Foto van Lodewijk Verduin"
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.