Santería, mister Crockett

DSC_0203In mijn laatste boek is in een van de verhaallijnen een grote rol weggelegd voor Santería. Iedereen die vroeger Miami Vice keek weet wat dat is. De tofste afleveringen waren die waarin de crimineel uit Haiti kwam.

Bloed van hanen dat boven plastic teiltjes werd vergoten, sigarenrook, kaarsen en zwarte mannen met witte schmink. Ik was aan de buis gekluisterd. Ricardo Tubbs zei elke keer weer dat je moest oppassen met zwarte magie; hij kwam zelf van een eiland, was het Trinidad? Luitenant Castillo (de beste rol van James Edward Olmos. Nooit zou hij meer iets wezenlijk anders spelen) ging zelfs te rade bij een voudoupriesteres als hij een moord niet opgelost kreeg. ‘Whatever works,’ korrelde zijn stem toen Sonny vroeg waarom hij zich met dat soort mumbo jumbo inliet.

Mijn favoriete scène over het onderwerp is die waarin Sonny weer eens overwerkt. Hij is als enige van zijn collega’s nog op het bureau, steekt een sigaret op (Jezus, wat kon die man roken) en vraagt aan de Cubaanse schoonmaker wat hij nou van al die onzin denkt. images

‘Señor,’ zegt de man, en laat leunend op de steel van zijn mop een paar seconden voorbijgaan, ’the way I look at it, it’s like the ocean. Whether you believe in it don’t matter. Step in it, and you’re gonna get wet.’

Winti is een factor in Suriname. Voor Birre, die hier in Paramaribo colleges volgt en meedraait in een kleine praktijk (ze is therapeut), blijkt het een fascinerend gegeven. Het westerse model heeft antwoorden op alle vragen die het spiritisme oproept, dus kost het ons niet veel moeite om bezeten middelbare-schoolklassen te verklaren. Zoiets gebeurt hier (er is zelfs een woord voor: schooltrance) maar wordt stilgehouden uit angst voor de goede naam van de school.

In culturen waar bepaalde zaken onbespreekbaar zijn, kan de druk binnen een individu hoog oplopen. Waar taboes heersen gedijen de geesten. Een geniaal (!) systeem om te voorkomen dat het sociaal equilibrium in gevaar komt, is het aanhangen van een verklaringsmodel dat ruimte laat voor de externalisering van woede. Mijn dochter is niet boos, ze is bezeten; ze kan er niets aan doen. En ze is al helemaal niet boos op mij.

Toch blijft het verschrikkelijk jammer om de geestenwereld zo te bezien als ik hierboven doe. Tenslotte schrijf ik deze column in de tropische nacht, met mijn voeten op het bureau en een glas rum op de vensterbank naast me. Drie ijsklontjes knisperen in de goudbruine stroop. God, wat zou ik willen dat ik nog rookte. En dat ik een witlinnen jasje had en een pastelkleurig T-shirt met een wijde boord.

De Cubaanse schoonmaker op het bureau van Miami Vice had het mis. It all depends on whether you believe in oceans, mister Crockett. Er is, volgens mij, niet zoiets als een grijs gebied in dezen. Je gelooft het een, óf het ander. De bril die je opzet kleurt alles. Kijk bijvoorbeeld nog eens naar bet plaatje bovenaan dit stuk. Het is een tekening die onze zoon vanmiddag maakte. Van een regenboog.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

In de Oorshop

‘Vertel! Verzin! Ik luister.’

‘Dit is ’t antwoordapparaat van schrijver, entrepreneur, cardiovasculair risicomanager en Circus Acrobatique Elastique Spastique-spreekstalmeester Martin Kool. Omdat ik godverdomme wel wat beters te doen heb dan jouw loze geouwehoer aan te horen, kun je een boodschap inspreken na de pieptoon. Behalve als je moeite hebt goed lopende zinnen te formuleren of langzaam praat, want gestuntel op mijn antwoordapparaat… dáár zit ik absoluut niet op te wachten. Heb je een lelijk accent of praat je met een quasi schattig slisje, dan kun je ook maar beter meteen oprotten. Weet je wat?… steek die boodschap helemaal maar in je reet. Als je wat te melden hebt, stuur je gewoon een beknopte mail en – ’

‘Tyn? Je bent ’r gewoon hè?’

‘Je gaat een antwoordapparaat toch geen vraag stellen? Waar slaat dat nou op?’

‘Ik bel voor je imaginaire dochter… Ik heb haar doodgeslagen.’

‘Wat?! Dat is niet zo fraai!’

‘Ik had ’t je twee weken geleden meteen al willen vertellen, maar blijkbaar is moed toch iets anders dan brutaliteit… Weet je nog dat ik die gigantische pepermolen kreeg toen ik had voorgelezen op de braderie van Stroe?’

‘Natuurlijk… een honkbalknuppel is er niks bij… Ik zei toen nog dat er steeds meer fallussymbolen voorkomen in je werk – kaarsen, knuppels, palen, komkommers, harkstelen, worsten – en dat ik hoopte dat die pepermolen je penisnijd een beetje zou temperen.’

‘Ik heb helemaal geen penisnijd!’

‘Wat is er gebeurd?’

‘Ik kwam de keuken uit, met die pepermolen in m’n hand… En je dochter zat zo lief en vrolijk televisie te kijken… er ging zoveel geluk en kwetsbaarheid en vertrouwen van haar uit dat ik alleen nog maar kon denken aan al ’t leed dat ze in haar leven nog te verduren zou krijgen en tegelijk was ik jaloers op haar gladde huid en dat ze weer naar Utrecht terug zou gaan, naar jou, en toen… nou ja, toen zag ik even een heel fel wit licht… en vervolgens stond ik met die pepermolen op je dochter in te slaan. Ze begon wel meteen hartstikke fel terug te vechten.’

‘Serieus? Dat heeft ze niet van mij hoor, dat pittige! Zo hebben we haar niet opgevoed!’

‘Ik denk, eerlijk gezegd, dat ze heel veel pijn heeft gehad… Nadat ik haar schedel kapot had geslagen bleef ze nog steeds tegenstribbelen… toen heb ik met mijn duimen eerst haar oogballen helemaal haar hoofd in geduwd – zij gillen! – en daarna heb ik haar op de grond gesmeten en net zo lang op haar strottenhoofd gestampt tot ze geen geluid meer maakte… Daarna heb ik denk ik nog wel iets van een kwartier met die pepermolen op haar romp in staan beuken. Op ’t laatst was ik helemaal kletsnat.’

‘Van ’t zweet? Of van ’t bloed?’

‘Nee, nat tussen m’n benen: van de opwinding. Ik vind ’t lekker om andere mensen pijn te doen, tenminste: zolang ’t niet wordt ontdekt natuurlijk!… Misschien moet ik m’n eigen kinderen ook af en toe een paar tikken verkopen… ’

‘Doe dat nou maar niet, dat lijkt me – ’

‘Grapje! Een dief gaat toch ook niet bij zichzelf inbreken? Sukkel.’

‘Maar als ik ’t goed begrijp heb jij eerst m’n dochter doodgeslagen en daarna heb je uitgebreid liggen masturberen met die enorme pepermolen?’

‘Dat gaat je niks aan! Heb je weleens van privacy gehoord?’

‘Sorry.’

‘Je gaat altijd nét te ver jij!’

Sunny, ik heb – ’

‘Vind je ’t erg dat je dochter dood is? Doet ’t pijn? Moet je nou huilen? Denk je dat je nu voor de rest van je leven getekend bent door verdriet? Ga je haar missen? Is je leven nu mislukt? Zullen we samen een nieuw kindje maken? Een echte?’

‘Nou, neem me niet kwalijk, maar dat doodslaan van mijn dochter is niet bepaald een advertisement for yourself, vind je wel? En nu ga ik ophangen, want ik moet een stukje tikken over Winter Sleep.’

‘Ik verveel me.’

‘Hier, een brainsnack: wat vind jij… hebben alle mannen straf verdiend omdat jouw vader ooit je moeder heeft bedrogen?’

 

Film: Winter Sleep.

Eindoordeel: regisseur/auteur Nuri Bilge Ceylan experimenteert met dialogen. Dat werkt niet zo goed. In de eerste helft van de film leiden traagheid en lengte niet tot verdieping, maar tot verveling, de tweede helft maakt dat goed. Ceylan is en blijft een echte, hij verdient je bezoek. Drie in de vallende sneeuw wegdravende witte, wilde paarden (3/5).

 

HenkVolgende week: ‘Je hebt geluk dat ik momenteel zo in beslag wordt genomen door al mijn cardiovasculaire activiteiten, vriend, anders zou ik die hele godverdomde, hypocriete, poeninge, corporale tyfus-hut van je naar de hel schrijven.’ – lofzang op Henk Pröpper. En meer.

Foto Henk P. (uitsnede): Twitter, Mariska Klein Hoonte, ‘aquirerend [of toch: acquirerend?] redacteur’ bij De Weekblad Pers Groep.

Kiekje Tom Claassen/Hangende mannen: MK.

 

Titel van deze blogpost: citaatje uit Milan Kundera’s Het feest der onbeduidendheid (vert. Martin de Haan, 2014; p.58). HFDO is een zeer comfortabel boek. Een pleidooi voor relativering. Ván de hogere middenklasse vóór de hogere middenklasse, zogezegd. Wat vraagt een mens – een man? – nou nog meer van ’t leven dan een glas armagnac, een cocktailparty en zo nu en dan een blik op het ‘prachtige achterwerk’ (p.71) van een vrouw? Als jij maar gelukkig bent, wat kan de rest van de wereld je dan verrotten? Er komt een handjevol gecanoniseerde filosofen voorbij in HFDO, maar een Filosofische Roman is het – ondanks Kundera’s preoccupatie met essenties – niet. HFDO geeft antwoorden. Een Filosofische Roman stelt vragen. Smaakoordeel: Kundera is een restaurateur, ik houd meer van brekers en bouwers. Het werk van Kundera verhoudt zich tot dat van Jeroen Mettes, DFW, Richard Powers als een behaaglijk, dood Weens museum tot het echte, levende, Utrechtse Lombok. Het werk van Kundera valt – dat is algemeen bekend – in de categorie porno van de allersoftste soort, maar het geheim van zijn succes is de vaderlijke, bijna autoritaire vertelstem in zijn romans. God is dood, maar Kundera weet de weg. Toegegeven: HFDO is een heerlijke tekst. Speels, beheerst, onthecht. Ik kan het boek iedereen/niemand aanbevelen.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Geboren zijn we

‘Iedere seconde sterft er iemand en nog vaker wordt er iemand geboren,’ zei mijn dochtertje laatst. Ze klapte een paar keer in haar handen. ‘Bij elke klap wordt er een baby geboren.’ Ik zag voor me hoe in snelvaarttempo vijf baby’tjes tussen twee vrouwendijen tevoorschijn floepten. Alsof het aantal pasgeborenen ook van invloed is op de snelheid van de bevallingen.

Ik dacht aan mijn eigen bevallingen. De eerste duurde zestien uur, de tweede twaalf. Toch waren ook mijn kinderen deel van het aantal dat elke fractie van een seconde op aarde wordt gezet.

Geboren worden, evenals sterven, is een proces dat eigenlijk moeilijk in tijd valt uit te drukken. Mijn dochter werd om 16.00 op 9 mei 2004 geboren, maar ze bestond daarvoor natuurlijk al. Ze leefde en was er al, alleen dobberde ze nog veilig in het zwembadje in mijn buik. De tijd die we aan het begin vastknopen is gebaseerd op een afspraak, eigenlijk weten we niet wanneer we precies als individu tot leven komen. Evenmin weten we wanneer precies het bewustzijn verdwijnt als we sterven. Gebeurt dat direct, als licht dat je met een schakelaar uitknipt? Of blijven we nog een tijdje vagelijk aanwezig, op een droomachtige manier. Geen idee.

Enkele jaren geleden overleed een kennis van me. Hij onderging al jaren chemokuur na chemokuur, er was nog maar weinig van hem over. Liggend aan een infuus werd hij in leven gehouden. Hij had aangegeven dat niet meer te willen. Zijn familie plande het moment van euthanasie. Zijn dochter vertelde mij het precieze tijdstip waarop het zou gebeuren. Een paar dagen later wist ik  – zittend op een terras, met een kop muntthee – nu, op dít moment sterft hij. Omdat we niets van de dood weten, is het bevreemdend om wél het precieze tijdstip te kennen waarop iemand de wereld verlaat.

Alledaagse overpeinzingen zoals deze leiden mijn gedachten al gauw in de richting van Martin Heidegger, met wiens gedachtengoed ik me de komende tijd zal bezighouden, zolang ik als ‘writer in residence’ aan het NIAS verbonden ben.  En daarna wellicht ook, in de hoop dat dit resulteert in een verslag van mijn persoonlijke verkenning van zijn denken. Typisch  Heideggeriaanse vragen zijn: Hoe verhoudt het bestaan zich tot de dood? Wat betekent het om er te ‘zijn’? En wat heeft dit met tijdservaring te maken? Universele filosofische vragen, maar ook heel gewone vragen, al vinden sommigen dergelijke vragen zinloos. Maar, als een vraag zinloos gevonden wordt, heeft het dan ook werkelijk geen zin de vraag te stellen?

Heidegger begint zijn beroemde boek Zijn en tijd met een uiteenzetting over de zin van schijnbaar zinloze vragen; de zin van het stilstaan bij wat we eigenlijk bedoelen als we het hebben over ‘zijn’, dat je ‘er bent’ als je geboren wordt en er niet meer ‘bent’ als je sterft. Nu moet ik ineens denken aan Courbets beroemde schilderij ‘Het ontstaan van de wereld’ uit 1866. Een vagina en vrouwenbuik. De mogelijkheid van leven.

Geboorte. Zijn. Sterven. Zo banaal en toch zo metafysisch.

______________________________________________________________________________________________

Jannah LoontjensJannah Loontjens is romancière, dichteres, critica, essayiste en filosofe. Onlangs verscheen haar roman Misschien wel niet.

 

 

 

Fool on the Hill

Van de week las ik over het eerste album dat Björk ooit maakte op 11-jarige leeftijd en dat destijds een groot succes was in IJsland. Het album bevat allerlei naar het IJslands vertaalde liedjes uit die tijd: covers, afgewisseld met instrumentale odes aan een IJslandse kunstenaar. Ik luisterde het album in de trein, half in slaap, onderweg naar huis van een drukke dag op mijn werk. Het nummer Alfur ut ur hol deed me wakker schrikken. Het is een knullige interpretatie (met een onmiskenbaar jaren-zeventiggeluid dat doet denken aan gele tanden en mannen in getailleerde bloemenbloesjes) van Fool on the Hill van de Beatles  (mag ik even uw taalgevoel voeden met de eerste regel uit de IJslandse vertaling: Dag eftir dag, einsamall á hól). En dan die blokfluitsolo. Volgens Wikipedia speelde Björk de blokfluit op dit album zelf. In dit nummer doet ze dat tegelijk met zingen, wat een beetje onwaarschijnlijk is, maar ach het is Björk, en het is Fool on the Hill, en misschien is dan alles wel mogelijk.

Ik droomde eens dat het nummer Fool on the Hill van de Beatles een doorgang bevatte naar andere tijdsdimensies. Ik was dat weekend onderweg naar Zuid-Frankrijk in een minibusje met mijn schoonfamilie, inclusief kotsende peuter. We sliepen in een formule-1 hotel in Beaune, en (wellicht op zoek naar een uitweg) droomde ik over deze geheime passage naar andere tijden en plaatsen. Ik reisde die nacht naar een Chinese stad in de toekomst, waar ik een paar dagen rondslenterde, tot ik verder werd gevoerd naar India in de jaren zeventig. Steeds bleef ik op de nieuwe locatie tot de Fool on the Hill voorbij kwam; op de radio, op een feestje op het strand. Dan wachtte ik tot het nummer langzaam de ruimte overnam, en dan vooral de blokfluitsolo die als een soort mist over de wereld zakte tot het alles in een soort kolk oploste en ik werd verplaatst naar een nieuwe bestemming. De droom keert sindsdien met enige regelmaat terug, de laatste keer reisde ik af naar de middeleeuwen, waar ik door een vieze stad struinde terwijl ik me vertwijfeld afvroeg hoe ik er nog weg kon komen nu Fool on the Hill nog niet geschreven was. Ik probeerde vrienden te worden met een straatmuzikant, in de hoop dat ik hem de blokfluitsolo kon laten spelen.

Soms zie ik aanwijzingen dat het wormgat in Fool on the Hill een realiteit is en dat er anderen zijn die dit geheim ook kennen. Murakami bijvoorbeeld; Fool on the Hill komt meerdere malen in zijn oeuvre voor, ook als een personage dat de bijnaam “the fool from the hill” heeft, namelijk meneer Nakata uit Kafka on the Shore, die met katten kan praten en die een belangrijke rol speelt in het vinden van de mysterieuze sluitsteen die toegang geeft tot een parallel universum. En Vonnegut; hij beschrijft (bijvoorbeeld) in Slaughterhouse 5 de reizen naar de planeet Tralfamadore, waar hoofdpersoon Billy Pilgrim af en toe (in zijn slaap) naar ontvoerd wordt, en waar hij soms jarenlang in een dierentuin verblijft, terwijl op aarde slechts een kleine tien minuten voorbij gaan. De Tralfamadorians zien de dingen net iets anders dan wij. Hoe ontstaat wereldvrede?, vraagt zijn hoofdpersoon aan de bezoekers van zijn dierentuin, en dan lachen de Tralfamadorians ontroerd. Typisch een vraag voor een earthling die de vierde en vijfde dimensie niet kan waarnemen, zeggen ze, en zwijgen veelzeggend.

Gisteren in de trein vroeg ik me af of ook Björk een tijdsreiziger is. Is dit wellicht ook de basis voor haar magische samenwerking met Michel Gondry, met wie ze al sinds 1993 lekker vreemde video’s maakt en die ook een onmiskenbare interesse heeft in ruimtereizen. Speelde ze daarom Fool on the Hill op haar eerste album? In Björks liedteksten lijkt evidentie te vinden voor deze theorie. Bijvoorbeeld in Modern Things:

“All the modern things
like cars and such
have always existed.
They’ve just been waiting in a mountain
for the right moment
Listening to the irritating noises
of dinosaurs (blurrp blurrp) and people
dabbling outside”

Tirade zoekt: illustratoren!

In Tirade staan niet alleen teksten, maar ook illustraties. De redactie is dan ook altijd op zoek naar illustratoren die het leuk zouden vinden een aantal illustraties in Tirade afgedrukt te zien. Per nummer werken we met 1 illustrator, die 5 a 10 bladzijden voor zijn of haar rekening neemt (soms ook het voor en achterplat).

Inzenden van nog niet eerder verschenen werk kan via tirade@vanoorschot.nl of uw favoriete redacteur – liefst in zwart wit, aangezien een eventuele publicatie in zwart wit zal zijn. Honorering via de Tirade-standaard.

 

Wallace Stevens: The house was quiet and the world was calm

The house was quiet and the world was calm.
The reader became the book; and summer night

Was like the conscious being of the book.
The house was quiet and the world was calm.

The words were spoken as if there was no book,
Except that the reader leaned above the page,

Wanted to lean, wanted much to be
The scholar to whom his book is true, to whom

The summer night is like a perfection of thought.
The house was quiet because it had to be.

The quiet was part of the meaning, part of the mind:
The access of perfection to the page.

And the world was calm. The truth in a calm world,
In which there is no other meaning, itself

Is calm, itself is summer and night, itself
Is the reader leaning late and reading there.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Lodewijk Verduin"
    Lodewijk Verduin

    Lodewijk Verduin (1994) studeerde Nederlands aan de Universiteit van Amsterdam. Hij schrijft over literatuur en is redacteur van Tirade.

  • "Foto van Fannah Palmer"
    Fannah Palmer

    Fannah Palmer (1994) studeert momenteel online aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze schrijft zelf fictie, poëzie en af en toe een essay. Naast haar ambities in de uitgeverswereld hoopt ze in de nabije toekomst veel eigen werk uit te brengen.

  • "Foto van Michaël Van Remoortere"
    Michaël Van Remoortere

    Michaël Van Remoortere (1991) is schrijver. Hij publiceert essays, verhalen en gedichten in een aanzienlijk aantal tijdschriften. Daarnaast maakt hij ook theaterperformances en installaties. Momenteel werkt hij aan de gedichtenbundel mythomaniën en de roman Autodafe.