Vrijheid

‘De honden zullen over je waken.’ Hafid Bouazza, Meriswin (2014;p.188).

Ik was een paar dagen in Holten (Overijssel). Om een beetje te lopen, om een beetje te lezen. En om mijn broer te helpen met hooien (foto). Zaterdagavond belandde ik op de Canadese militaire begraafplaats. Bloeiende azalea’s, bloeiende rododendrons, bloeiende Lelietjes-van- dalen. De stoeltjes (donkerbruin hout, zilveren pootjes) voor dodenherdenking stonden al klaar, in stapels. Ik wandelde, schreed, naar het hoogste punt van de begraafplaats om daar, tussen twee lindenbomen, uit te kijken over honderden uniforme, witte grafstenen. Jonge konijntjes renden achter elkaar aan tussen en langs de graven, een eekhoorn beklom de onzichtbare spiltrap rond een eikenboom. In bos en begraafpark een symfonieorkest van vrije vogelsoorten. Ik had geen behoefte om me bezig te houden met De Tweede Wereldoorlog of om na te denken over het rare, verwarrende verband tussen vrijheid en geweld. Ik at een zuurtje, een Napoleon, en begon langs de grafstenen te lopen. H.H. Anderson – Age 24. He died that we might live. De vaders en moeders, de geliefden, die om deze jongens hebben gerouwd zullen al decaden dood zijn, maar ieder ingebeiteld gedenkregeltje had de impact van een roman. Na vijf, zes stenen moest ik het lezen opgeven. Toch was het – hand in eigen boezem – een tikje schijnheilig om zo hevig aangegrepen te worden terwijl ik zelf rondliep met een dikke, vette gun in m’n schouderholster en nota bene diezelfde middag in Snackbar Harry nog een –

‘Volgende item, volgende item!’

Zondag dropte ik m’n zoon bij zijn moeder en racete plankgas door naar Amsterdam waar tientallen sympathieke mensen zich hadden verzameld in ruimte 28 van het Lloyd Hotel – Oostelijke Handelskade 34 – omdat mijn goede vriend en Tirade-contribuant Daniël Rovers er zijn boek met (anti)reisverhalen presenteerde.

In de hoge ruimte met visgraatparket, houten lambrisering en comfortabele stoelen met Wes Anderson-gele bekleding op zitting en rugleuning, luisterden we bij daglicht naar de reisavonturen van – in volgorde van voorlezen – Anton Valens, Jannie Regnerus, Franca Treur en Daniël Rovers.

Als je denkt dat ik Daniëls nieuwe boek, De zon is het probleem niet, vannacht meteen heb gelezen, dan onder/overschat je me. Wel las ik het verslag van zijn reis naar het bootvluchtelingeneiland Lampedusa dat onlangs als zelfstandig boekje werd uitgegeven en als Paasgeschenk werd gedistribueerd onder de 2.000 meest invloedrijke denkers van Nederland.

Wat me frappeerde in Lampedusa is het motief van de (herders)hond.* Een citaat:

‘Op station Rocca Palumba wankelt een oude pezige man stomdronken de trein uit, hij schuifelt naar de rand van een brede bloembak, gaat daar zitten, lokt met een handgebaar een herdershond die op de tegels ligt, aait het beest een paar keer en geeft het dan een stevige tik op zijn kop, waarop de hond heel dociel plat op de grond gaat liggen. De man kijkt voor zich uit, verbaasd over het leven dat maar niet wil ophouden.’ (p.28).

Later, aan het strand van Porto Empedocle (p.35), ziet Rovers hoe twee trimmers hun zoekgeraakte en weer hervonden hond als beloning niet aanhalen, maar schoppen; weer dertig pagina’s verder beschrijft hij (Rovers) hoe een televisiejournalist, genaamd Rosario, zich over twee jonge herdershonden ontfermt.

Wanneer Rovers honden met een dierenasiel in verband brengt, weet je zeker dat (herders)honden voor hem – in Lampedusa althans – een brug vormen tussen geprivilegieerde westerlingen en de vluchtelingen die naar Europa (Lampedusa) komen. Het lieve, gevaarlijke, harige dier verenigt de kwetsbaarheid/geslagenheid van de vluchteling en de macht/repressieve kracht van het westen.

Op pagina 75 van Lampedusa komen we nog een ‘vadsige herdershond’ tegen en op pagina 80 wordt de relatie tussen Asielzoekers-Honden-Vrije westen definitief bekrachtigd als Rovers – in afwachting van een boot of tien met in totaal tweeduizend vluchtelingen aan boord – op het dak van zijn hotel staat:

‘Er hangt een sluier voor de maan en er is geen enkele beweging op straat te bespeuren. Hondengeblaf, mogelijk uit de richting van het opvangkamp.’

Rovers-De-zon-is-het-probleem-nietOf in Rovers’ andere reisverhalen net zoveel honden voorkomen en of ze net zo’n pregnante rol spelen als in Lampedusa kan ik je nog niet vertellen. Maar ga dat vooral zelf uitzoeken: Daniel Rovers, De zon is het probleem niet, Uitgeverij Wereldbibliotheek (2014).

Tirade – overal thuis.

Soundtrack: Travel the World and the Seven Sea’s/Everybody is looking for something. Eurythmix.

Volgende week: naar de film! En meer.

Noot

*Internationaal keurmeesteres A. Gondrexon-Ives Browne noemt, in de Tirion Hondengids, de aard van de Duitse Herdershond: ‘Intelligent, moedig, opmerkzaam, waakzaam, trouw; zo nodig scherp en vechtlustig.’  Scherp en vechtlustig. Zo nodig.

In de Oorshop

‘De vier gevaarlijkste woorden in de taal’

Voor het jongste nummer van Tirade, Tirade 454, vertaalde Hafid Bouazza een liefdesgedicht van de Syrische dichter, diplomaat en uitgever Nizar Qabbani (1923-1998).

Hieronder, bij wijze van weekendblog, een citaat uit Bouazza’s formidabele, nieuwe roman, Meriswin:

‘Van sonde, bloedtransfusie en zijn wat de verplegers ‘verzet’ noemden, kon hij zich niets herinneren als zij hem erover vertelde. Noch kon hij het geloven. Ze moest het toezien en ze kon er niks tegen doen en het verdroot haar en deed haar pijn en het domend besef van zijn mogelijke dood moest ze ook nog dragen. Haar hart was een raadsel waarvan de oplossing zo simpel was, maar zo ondraaglijk. De gemelijkheid die met ziekten komt, bij mánnen met ziekten komt, probeerde hij haar te besparen, maar hij wist dat dit niet altijd lukte.

Ze dwong bewondering af, dat had ze altijd al bij hem gedaan, niet alleen met haar betovering en euforische lustigheid en energie, haar depressies, haar opwellende stromen van hartstochtelijke monologen, haar geestigheid, maar vooral omdat ze hem liet zien wat voor een mollenhoop ellende hij was, ziek of niet ziek, maar ook, niet ziek, in staat tot waardigheid. Ze moest aankijken tegen een geel hoopje met bruine pis, zoals ze het zelf zei, maar het deerde haar niet. Hoe moeilijk was het voor hem zich open te wrikken onder haar dageraad. De vier gevaarlijkste woorden in de taal, ze was niet vergeten dat hij dit had gezegd in de sneeuw en onder een glazige hemel en niet eens ’s nachts.

Het deerde hem. Hetgeen, laten we eerlijk zijn, twee joden weten wat een bril kost, een vorm van arrogantie en zelfverblinding was: alsof zij niet wist hoe hij was, alsof hij zich kon boetseren tot een gebrekloze innerlijke krachtpatser waarin zij geloven moest, deze gebrekrijke man in wie een orgaan schipbreuk had geleden.

Probeer maar, mijn beste man, om waardigheid te bewaren in een patiëntenhemd en slangen in je lichaam, rode kots en zwarte stoel, gele afscheiding, geel en bruin en bruingeel en ammoniak zwemmend in je bloed.’

Hafid Bouazza, Meriswin, Uitgeverij Prometheus (2014; p.108/109).

Morgen een nieuwe blogpost.

Aanstaande vrijdag  presenteren we Tirade 454 tijdens het Amsterdam Poëzie Festival.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Nu te koop: Tirade 454

Champagne, vreugdetranen, regens van rozenblaadjes, honderdduizend knuffels. Tirade 454 is van de drukker. You can’t hurry Love  – maar het nummer is er eerder dan we hadden durven dromen. Volgende week vrijdag, 9 mei 2014, presenteren we Tirade 454 in De Nieuwe Liefde (Amsterdam), maar het nummer is nu al te bestellen in de Oorshop.

Tirade 454: na een inleiding door dichteres en Tirade redacteur Lieke Marsman kun je je laten bedwelmen, ontregelen, ontroeren en amuseren door Nieuwe Liefdesgedichten en Vertaalde Liefdespoëzie van, in volgorde van opkomst:

Ilja Leonard Pfeijffer, Alfred Schaffer, Eva Gerlach, Piedad Bonnett (vertaald door Luc de Rooy), Charlotte Mutsaers, Frank Keizer, Vicky Francken, Jannah Loontjes, Paulos Silentiarios (vertaald door Marko van der Wal), Leo Vroman, Tomas Lieske, Nikki Dekker, Maria Barnas, Gerbrand Bakker, Annemieke Gerrits, Ruben van Gogh, Nickie Theunissen, Piet Gerbrandy, Astrid Staartjes, Sasja Janssen, Antoine de Kom, Anne Broeksma, Paul McCartney (vertaald door Bindervoet & Henkes), Ingmar Heytze, Sylvie Marie, Lieke Marsman, Maarten van der Graaff, Tjitske Jansen, Anne Provoost, Ellen Deckwitz, Erik Bindervoet, Annelie David, Abdelkader Benali, Marjolijn van Heemstra, Paul-Jean Toulet (vertaald door Harrie Geelen), Maartje Smits, Mauro Pawlowski, Joost Zwagerman, Annermarie Estor, Gilles van der Loo, Bianca Boer, Lhasa de Sela (vertaald door Henkes & Bindervoet), Delphine Lecompte, Daniël Vis, Anna Enquist, Tsead Bruinja, Marije Langelaar, Mark Boog, Hannah van Wieringen, Jane Leusink, Nachoem M. Wijnberg, Lize Spit, Thomas Möhlmann, Milou Voskuilen, Daan Doesborgh, Kira Wuck, Nizar Qabbani (vertaald door Hafid Bouazza), Martijn Knol, Lies Van Gasse, Pieter de Bruijn Kops, Tonnus Oosterhoff, Joost Baars, Yannick Dangre, Hans Dekkers, F. Starik, Hannah van Binsbergen, Erik Lindner, Ester Naomi Perquin en Willem Jan Otten.

Het geheel – meer dan honderdtwintig pagina’s Liefdespoëzie – wordt afgeblust door prozaïste Maartje Wortel en wel met een tirade over de Liefde. Wortel heeft letterlijk het allerlaatste woord in Tirade 454 en dat allerlaatste woord is het woord dat je het allerliefst in verband ziet worden gebracht met het woord Liefde. Zie dus Tirade 454.

Tirade 454 achterplatDe illustraties op, achterop en ín deze Tirade zijn van de hand van Rosa Vitalie. De vormgeving van het voor- en achterplat is verzorgd door Emiel Efdée.

Tirade 454 – een nummer om van te houden.

Soundtrack: Lhasa de Sela (1972-2010), Fools Gold. De vertaling van de liedtekst – door Bindervoet & Henkes – vind je in Tirade 454.

Een duurzame verbintenis met Tirade beklink je hier.

 

Tirade wordt uitgegeven door het zelfstandige Uitgeverij Van Oorschot.

Badjas

Sterrenrestaurants, beach resorts, persoonlijke assistenten. Ron geeft er weinig om. De enige uitzondering op zijn onverschilligheid ten opzichte van luxe en comfort vormt de dikke, dieprode, behaaglijke badjas die een grimeuse ooit triomfantelijk uit haar Samsonite trok nadat ze hadden uitgecheckt bij het Hotel Grand Palais Raphael. ‘Cadeautje!’ De winkelwaarde van het kledingstuk moet, alleen al vanwege de hoeveelheid zachte katoen die erin is verwerkt, astronomisch zijn. Je zou er een bescheiden speelfilm van kunnen produceren. Deze verrukkelijke, rode badjas is de Rolls-Royce, het Grand Hotel onder de badjassen. Ron loopt er gedurende de dag meer uren in dan betamelijk is voor iemand die al meer dan twintig jaar geleden is afgestudeerd. Vooral nu zijn vrouw en kinderen een paar daagjes weg zijn (naar Kopenhagen, zomerschoenen kopen).

Hij zit de hele ochtend in badjas aan de eettafel. Koffie drinken, krantje lezen, plaatje draaien. Af en toe maakt hij een aantekening voor het scenario waaraan hij werkt. Als hij de vuilniswagen hoort, schiet hij overeind, trekt in de keuken de vuilniszak uit de Branbantia, struikelt de trap af en slingert grommend de KOMO tegen de lantarenpaal voor het huis. Ruim op tijd, want de vuilniswagen staat nog maar aan het begin van de straat. Zijn buurjongetje, Melvin, zit in kleermakerszit op de stoep; hij bestudeert een gummi oerwoudbeest. Terwijl Ron zich staat te verbazen over de elzen in de straat die opeens vol blad staan – wanneer is dat gebeurd? – kijkt Melvin even naar hem op en zegt: ‘Weet je wat er gebeurt als je een stier rood verft?’

‘Mmm?’

‘Dan wordt ie boos op zichzelf.’

—–

Alan Smithee (Los Angeles, 1967) is regisseur. Hij heeft tientallen speelfilms en televisieseries op zijn naam staan.

A High Wind in Jamaica

2014 World Press Freedom Index

In 1929 verscheen A High Wind in Jamaica, van Richard Hughes. Ik kocht een paar weken geleden onbedoeld een eerste druk (zie onder). Zou ik nu rijk zijn? Als iemand het boek voor veel geld van me koopt, stort ik het  geld daarna op de rekening van een goed doel naar keuze op Jamaica. Het is een vreemd boek over een groep kinderen die door een piraat worden geroofd. Bijzonder is: de kinderwereld is echt volledig gescheiden van de wereld der volwassenen. Het is een heel fascinerende veelkunner, die Richard Hughes, ik ben nog maar net begonnen met zijn groot oeuvre, door vertaler Johan Hos op zijn spoor gezet. The Fox in the Attic is ook een heel raar boek, dat je niet snel vergeet.

Het plaatje hierboven is de 2014 World Press Freedom Index die je als poster meegeleverd krijgt bij het journalistenblad Villamedia. In het blad en op de site deze maand een special over persvrijheid wereldwijd. 

Een prachtige site met een behartenswaardige inhoud.  Lees internationaal vooral ook dit stuk met per land de plaats in de rangorde, en van welke positie het land komt en wat de stijging of daling verklaart, of hoe men gelijkblijft hoewel er nogal ingrijpende ontwikkelingen waren. (‘The formation of a government led by Mohamed Morsi in Egypt (159th, unchanged) in the summer 2012 was accompanied by an increase in abuses against journalists and all-out efforts to bring the media under the Muslim Brotherhood’s control’) Zie ook de  toch wat verrassend magere plaats van de VS, na het Snowden debacle.

Het is een fascinerend plaatje, zoals  elke pagina in de atlas (ook ‘winning kolen en staal’ Bosatlas 1971) voor veel plezier zorgt als je er de juiste vragen maar bij stelt. Mijn Leopoldatlas 1923 waarin mijn grootvader die boer was maar wel in 1953 zijn reis per bananenboot vanuit Honduras naar Californië optekende,  net als mijn Times Concise Atlas of the World, en de globe op mijn nachtkastje waarop ik nooit uitgekeken raak, behoren tot het weinige materieel bezit waaraan ik hecht. Heel opvallend op deze index is de aanwezigheid van een aantal ‘witte raven’. Waarom is Namibië zoveel beter in het de pers zijn gang laten gaan dan omringende landen? Ik weet het antwoord nog niet, maar in Villamedia wordt het uitgelegd. Costa Rica snap ik al wat beter, het Zwitserland van Midden-Amerika, geld helpt. Maar Jamaica!

But I’m sad to say, I’m on my way
Won’t be back for many a day
My heart is down, my head is turning around
I had to leave a little girl in Kingston Town.

Ik moet het liedje misschien ook wel van mijn opa hebben. zie  Harry Belafonte – Jamaica Farewell Lyrics | MetroLyrics en de meester zelf op Youtube.

Ik heb deze eerste druk met stofomslag en prachtig papier. Koop het voor een groot bedrag van me en ik stort het geld naar Jamaica.
Ik heb deze eerste druk met stofomslag en prachtig papier. Koop het voor een groot bedrag van me en ik stort het geld naar Jamaica.

In de grote Jamaicaanse online krant The Gleamer vind ik rondsnuffelend vrij makkelijk dat wat ik maar als het eenvoudigste criterium van vrije pers hanteer: dat een journalist een machthebber de maat durft te nemen. In dit artikel ‘Roger in Wonderland – fishing for excuses’ gaat Christopher Serju redelijk ver in zijn kritiek op de minister van landbouw en visserij.

‘After all, believe it or not, like the agriculture minister, I’m walking on air. I never thought it could feel so free … .’

Zeer vrij, juist in Jamaica.

Down at the market you can hear
Ladies cry out while on their heads they bear
Akkisai sort fish are nice
And the rum is fine any time a year…

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Tyn’s tuin – primo

Een stuk onbeschreven papier (freecard, taartenbestelformulier) is in de Utrechtse binnenstad altijd wel te vinden. Alleen: ik heb geen pen bij me. Net terwijl le mot juste me invalt! Wat zeg ik… een complete alinea… Koortsig stiefel ik een kantoorartikelenwinkel binnen om me bij de wand balpennen te realiseren dat ik mijn portemonnee bij Orloff op tafel heb laten liggen. Shit! Schijt! Godverdomme! Kutzooi! Tyfus! Nou ja… pech voor de onderhavige detailhandelaar! Ik pak een blauwschrijvende Caran d’Ache van twee euro en steek ’m vlug in de binnenzak van m’n jasje (Oger, Oger, Oger – een vlek!). Als ik me omdraai, zie ik dat een andere klant, één of andere gepensioneerde zeikerd, naar me staat te kijken…

‘Dat zag ik, jongeman.’

‘Dan vergeet je maar wat je hebt gezien.’

‘Dat kan niet.’ En terwijl ie op z’n slaap tikt: ‘Het staat allemaal op de harde schijf.’

‘Prima. Dan gaan we die harde schijf van jou es eventjes wissen.’ Ik grijp de revers van z’n muisgrijze zomerjack en begin ’m zo hard op z’n smoel te slaan dat z’n hersens via z’n oren naar bui–

‘Tyn!, Tyn!, Tyn!… je doet ’t hartstikke goed, maar je zit in de verkeerde scène!’

‘Mmm?’

‘Je hebt een stukje over je tuin beloofd.’

‘Niet!’

‘Wel!’

‘Niet!’

‘Wel!’

‘Nou en?’

‘…’

‘Zie ik eruit als zo’n burgerlijke sukkel die zich netjes aan z’n afspraken houdt?’

‘Eerlijk gezegd wel.’

‘En wie dweilt al dat bloed dan op?’

‘Dat doen wij wel, ga jij nou maar lekker over je tuin schrijven.’

‘Ik héb helemaal geen tuin!’

‘Dan verzin je d’r maar één.’

‘…’

‘En je moet ook iets over liefdespoëzie schrijven.’

‘Pfffffff.’

Kom op, vadsige lamstraal. En… actie!

Van 2010-2012 hield ik een blog bij over mijn leven in Utrecht. HIER SCHRIJFT MARTIJN, heette het – die kapitalen zijn verplicht bij blogger. De stukjes gingen over het verzamelgebouw met ateliers waar ik werkte, over voorstellingen en films die ik zag, over mijn assistente, Eline Struweel, en over mijn tuin. Dat blog heb ik een jaar geleden omgedoopt tot KNOLLYWOOD en vervolgens een beetje braak laten liggen – het enige waar vroegere volgers van HIER SCHRIJFT MARTIJN nog weleens naar vragen is die tuin… hé, Tyn… hoe gaat ’t nou met je tuin?*…

Nou goed… sinds vorig jaar heb ik een nieuwe tuin, op een tulpenbolworp afstand van de vorige, met volop avondzon. En als je nu hoopt op een pastorale selfie van Martijn met kruiwagen tussen de Vergeet-Mij-Nietjes, dan bots je tegen een dikke, vette middelvinger op – donderstraal maar op met je Libelle Romantiek.

Nee hoor, grapje! Ik ben gewoon te verlegen om op de foto te gaan!

‘Kan een gerecht ook poëzie zijn?’ Goeie vraag. Het antwoord luidt: ja. En dan refereer ik niet aan de geforceerde prozagedichten op de gemiddelde menukaart of aan het beter geformuleerde recept in een comfortabele kwaliteitskrant. Een goed bord eten ís een mooi gedicht – en zo’n goed gerecht/gedicht begint met goeie ingrediënten, ofwel: met verse spulletjes uit je eigen tuin.

Aangezien deze blog vooral wordt gevolgd door lafbekken, bleekscheten, mietjes, stadsmensen, papkindjes en gesubsidieerde jankerds, breng ik vandaag – bij wijze van liefdesgedicht – een recept/gerecht met groenten die iedere schlemiel zelf kan telen op zijn of haar bijstandsbalkonnetje.

‘Charmeur!’

Die groentes/kruiden zijn: courgettes, knoflook, platte peterselie.

En deze eenvoudige ingrediënten gaan we gebruiken in een recept dat de grote Florine Boucher precies zes jaar geleden, in mei 2008, publiceerde in de NRC. Voor een diner à deux bak je een paar kleine courgettes (drie ons) op hoog vuur… na een paar minuten gooi je er een mengsel van gehakte knoflook (twee teentjes) en gehakte platte peterselie (vier eetlepels) bij. Nog een minuutje op lager vuur doorbakken… Vervolgens gooi je gekookte, afgegoten, vochtige pasta door je saus. Dan twee eierdooiers erbij, een paar eetlepels pecorino romano… een flinke peperregen eroverheen… en het gerecht kan gedeclameerd/het gedicht kan geserveerd worden… Dit bordje pasta moet natuurlijk wel buiten genoten worden – aan een met liefde gedekte tafel (geblokt tafelkleed, verse bloemen, zicht op bomen en vogels).

Dit pasta/courgette gerecht is een primo… maar verleidelijker voedsel bestaat niet en ik kan je garanderen dat de gang die volgt op een bordje met dit intense voedsel niet vegetarisch zal zijn…

‘Hahaha!’

O, en niet vergeten, geachte cursisten: wat voor de slaapkamer geldt, geldt ook voor de keuken… het wordt pas echt lekker als je het met liefde klaarmaakt…

‘Oh, schunnig! Hahaha!’

Tirade – happerdepap.

Soundtrack (moderne tafelmuziek): Stolen Dance, Milky Chance.

‘Is dat de nok van je tuinhuisje op die foto?’

‘Ja.’

‘Romantisch, zeg! En hoe heet die vlinder?’

‘Die heet Gerard, nou goed. Jezus Christus, wat zijn dat nou voor achterlijke vragen?’

Volgende week: Franca Treur, Anton Valens, Jannie Regnerus en Daniël Rovers. Of: hoe Daniël Rovers zijn nieuwe boek presenteerde. En meer.

‘Komen er in je stukje van volgende week ook herdershonden voor?’

‘Natuurlijk.’

Noot

Niet te versmaden, dat tuinprogramma van Maarten ’t Hart. Maar ben ik de enige die in zijn stem de hele tijd die van Mat hoort, de buurman met de rode trui, uit Buurman en Buurman?

Meer blogs

  • Afbeelding bij Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mij is de wrake – over vechtfilms

    Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Jasmijn Kenselaar"
    Jasmijn Kenselaar

    Jasmijn Kenselaar studeert in de zomer van 2025 af als toneel- en filmschrijver. Het samenbrengen van mensen en het aanbieden van nieuwe perspectieven kenmerken haar signatuur. Ze schrijft veel voor en over jongeren en plaatst haar verhalen vaak in werelden die een beetje – of heel erg – verschillen van de onze. Haar eindwerk De Ongewilden is een komische, sciencefiction-dramafilm over een zestienjarige wees die zich staande probeert te houden in een wereld die niet voor haar gemaakt is. Haar afstudeerscriptie As if! is een praktijkgericht onderzoek naar hoe schrijftechnieken kunnen worden ingezet om films en series te creeëren met een positieve impact op tieners. Voor afstuderend regisseur Julija Filipović schreef ze daarnaast De Golven – een vrije bewerking van de gelijknamige roman van Virginia Woolf. Haar korte film GENIUS is in juni 2025 te zien tijdens het Rotterdams Open Doek Filmfestival.

  • "Foto van Ida Hondelink"
    Ida Hondelink

    Ida Hondelink is schrijver en performer. Ze studeert momenteel af aan de studie Writing For Performance aan de HKU. Reeds is ze actief als dichter en essayist op verschillende platforms en podia, waaronder Notulen van het Onzichtbare, Hard//hoofd, Dichters in de Prinsentuin, de U-Slam en de Nacht van de Literatuur. Haar werk is fantasierijk, maatschappijkritisch en heeft doorgaans een poëtische ondertoon.
    (portret: Lin Woldendorp)

  • "Foto van Hans van Pinxteren"
    Hans van Pinxteren

    Hans van Pinxteren is dichter en vertaler