Dat ik nog compassie zou krijgen met een pastoor! Die in Liempde de uitvaartdienst ontzegde aan een parochiaan-euthanasiepleger natuurlijk. Geen warme noch een handige actie (van de pastoor), maar mij lijken de aanhoudende vinnigheden, met name uit protestantse Trouwhoek, zo onderhand genoeg. Het probleem is ondertussen cruciaal voor elke literatuurliefhebber: hoe tekst in daad kan omgezet. De pastoor hield zich klaarblijkelijk aan richtlijnen en daarbij wou hij principieel zijn, wat hooguit Ad Verbrugges stelling schraagt dat het katholicisme van de Lage Landen protestantser is dan dat in Zuid-Europa. Aandoenlijk vond ik voorts dat de pastoor, in de eenentwintigste eeuw, sprak van zijn geweten. ‘De nostalgie naar de verloren vertelling is zelf voor de meeste mensen verloren’, schreef Lyotard al in 1979. Andere koek dan de zogeheten Brabantse gezelligheid wier teloorgang onder het regime van de pastoor wordt betreurd. ‘Kom je bij hem op de koffie, dan staat er precies één kopje klaar met één koekje.’ Het koekjesgetal stemt overeen met dat uit een notoire, zij het wat kosmopolitischer diagnose van prinses Máxima, maar ik weet niet of deze critici uit gezinnen met minstens dertien kinderen stammen. Vooral is de kwestie hoe jongeren zich opstellen jegens deze musealisering van het cliché. Menno van der Veen heeft uitgelegd dat de hedendaagse youtopist, die desnoods tegenstrijdige rollen combineert, meer van symbolische evenementen houdt die één dag per jaar beslaan. Zo zou de youtopist de naar verluidt echte hardliners te Rome op Zuid-Europese wijze benaderen.
Vrij van wil
Nu de jongste onderzoekingen schijnen uit te wijzen dat Anders Breiviks moordpartij onder jonge Noorse socialisten deze zomer een gevalletje van literatuur was, zouden reacties in de vorm van intertekstuele bewerkingen, satires en meer voor het oprapen moeten liggen. Aan mijn blik passeerde er vooralsnog eentje, op een website voor ‘arbeiderseenheid & socialisme’. Het is een gedicht van ‘een cultureel marxist’. Lijkt het onbepaald lidwoord in de titel woordgeslachten aan zijn laars te lappen, in België gaan kinderen naar het school en wonen ze in het stad:
Het wereld is kort
implosie van dood
explosie van leven
het wereld is kort
en kleiner nog bij ons
dan ooit
verloren
kinderen,
zusters,
broeders,
kameraden,
verloren
voor altijd
en
voor altijd
zullen zij leven
in onze gedachten en strijd
martelaren,
tegen wil en dank
maar
vrij van wil
vrij van gedachte
martelaren,
martelaren,
wil en dank
onze dank,
gij kon niet meer geven,
voor dat waar wij samen voor leven
Schier ten overvloede geeft het daverende slotrijm aan dat dit hooguit literatuur is uit eeuwen geleden. Het gedicht behelst één grote nevenschikkende nadrukkelijkheid, van bladorde, van boodschap, van ritme. Al dat wit rond ‘martelaren’, pure praalgraverij! Dat maakt het gedicht wel gedurfd. De ‘kameraden’, het persoonlijk voornaamwoord ‘gij’ – onbeschroomd ideologisch in een vaag, dag en nacht openstaand ‘wij’ (hetzelfde als dat van Verhofstadt?). Passend dat het auteurschap vanwege zijn anonimiteit eigenlijk niet is opgeëist: cynici zouden het gedicht een aanslag op de poëzie kunnen noemen.
Regenboog
Een kind kan er in prentenboeken op worden gewezen, het kan liedjes zingen (‘Hand in hand, oog in oog’), maar eens is er de werkelijkheid – die in onderhavig geval principieel buiten de consumentenplanning raakt. Al verkeerde het kind dwars door verwonderingspoëtica’s heen in een staat van permanent OOOOOOOOO!, het had daartoe eerst naar ouderlijke vingers moeten kijken die naar boven wezen. Later brak er een debat uit of er inderdaad liefst twee regenbogen te zien waren geweest, en of niet zij veel minder kleuren bevatten dan de zeven uit de vakliteratuur. Prince desgevraagd: ‘I don’t wanna be a poet / Cuz I don’t wanna blow it (D.M.S.R.)’.
Sorry
Ik koester de term ‘idealistisch’. Heeft Guy Verhofstadt in Zomergasten echt gedemonstreerd niet terug te deinzen voor ongemakkelijke inzichten? De multiculturele samenleving is een feit ja, maar kunnen bestaande sentimenten daarover met nationalisme = populisme worden opgelost, opdat onwilligen voor zijn project kortzichtig kunnen heten? Creëert Verhofstadt geen wij-zijverschil dat zijn kosmopolitisme had overwonnen? Het is flauw om te pareren dat Henk en Ingrid zich geen tweede huis kunnen (en mogelijk willen) veroorloven in Toscane. Wel benut Verhofstadts wijngaard-in-opbouw daar kennis die, met een specifieke lichtval en vochtigheidsgraad, is getest op exact die bodem. Hopelijk krijgt zijn product van de EU een ‘beschermde oorsprongsbenaming’ .
En toch
Je kunt veel van onze Nietzsche zeggen, maar nooit zou hij een gegeven paard in de bek kijken.
Welterusten
William van Nassau, telg
van een Duitse en oude lijn,
Ik draag onsterfelijke
geloof in dit land van mij.
Een prins ben ik onverschrokken,
Van Oranje, altijd gratis,
aan de koning van Spanje heb ik verleend
Een levenslange loyaliteit.
Ik heb ooit geprobeerd om te leven in
de vreze Gods gebod
En daarom heb ik gereden,
Van mensen, thuis, en het land,
Maar God, ik vertrouw, zal rate me
Zijn gewillige instrument
En op een dag me te herstellen
In mijn regering.
(Eerste twee coupletten van het Wilhelmus. De Engelse vertaling is door Google terugvertaald naar het Nederlands)
Ik denk vaak aan Joost van der Westhuizen (1971). Deze Zuid-Afrikaanse Wesley Sneijder, of Marco van Basten, of Ruud Gullit, was een groot rugbyspeler en nu is hij gevloerd door een ernstige motorneuronaandoening. Binnen een paar jaar schakelen zijn hersenen een voor een al zijn spieren uit, tot het licht in zijn lichaam zelf wordt uitgezet. Verwachting is dat hij nog zo’n vijf jaar heeft.
Weten dat je doodgaat – volkomen logisch, maar pas als er een datum aan vastgeplakt is wordt het menens. En beangstigend. Ben ik bang voor de dood, of bang voor het lijden, dat soort vragen komen op, je kunt ze niet meer achteloos ontwijken want het lijf liegt niet; je tong begint te slepen, alsof je altijd net een glas te veel gedronken hebt. Je armen doen niet precies meer wat ze willen, je hebt niet genoeg kracht meer om je dochter op te tillen.
Het doet me denken aan een film waarin ook iemand opgesloten raakt in zijn eigen lichaam, nogal plotseling. De verschrikking van die eenzame opsluiting, die gruwelijke eenzaamheid. Er is geen loutering in zo’n plek, uit een zwart gat valt geen licht te destilleren.
Soms, als ik denk aan de toekomst, over tien, vijftien jaar, overvalt me een angst die met een soortgelijk gevangenschap verband houdt: dat ik het Nederlands verleerd ben en me met geen mogelijkheid verstaanbaar weet te maken. Vergeten en verstoft dwaal ik ergens langs een eindeloos lang strand, de geest is uit de fles en niets kwam in de plaats.
Andere dagen is het heerlijk om je zo nietig te voelen, je overweldigd te weten door alles wat je niet bevatten kunt. Vandaag zaten we in onze t-shirts onder de bomen en boven onze hoofden zag je de oeroude rotsen van Tafelberg, op weg terug naar huis beukte de zee tegen de kade, en knalde het zonlicht fel over het schiereiland. Wat een winter. In Helplessness Blues van The Fleetfoxes zingt Robin Pecknold: “If I know only one thing is that everything I see of the world outside is so inconceivable that often, I barely can speak.” Dat kun je wel zeggen.
Ja, het is hier al met al niet slecht. Er zijn ongeleide projectielen die in de politiek zitten, er zijn racistische speldenprikken, maar dit land is groot en absorbeert als de beste.
En Zuid-Afrika staat met beide benen op de grond, met al z’n zorgen en zegeningen. Wel economische ongelijkheid, maar geen woorden als ‘kopvoddentaks’, en geen doorgeslagen redelijkheid. Ik kan het mijn vrienden hier niet uitleggen; Nederland, een land waar de rechten van het dier tot in de politiek toe worden verdedigd, maar waar een partij als Martijn ‘gewoon moet kunnen’, een partij die toch streeft naar een wettelijke en maatschappelijke acceptatie van seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen. Aanspreekpunt. Signaalfunctie. Tja. En dan dat superioriteitsgevoel dat in de discussies komt boven drijven.
Het heeft geen zin er van zo’n afstand nog op in te gaan, het internet stroomt over van de commentaren, over Noorwegen, over moslims, over noem maar op, de een nog intelligenter dan de ander. En niemand die luistert.
Het was interessant om twee maanden een blog bij te houden; internet is een heerlijke vrijplaats en een stinkende vuilnisstortplaats tegelijk. Ik had natuurlijk meer moeten posten, maar ik kwam er al snel achter dat zo’n blog veel tijd opslurpt.
Ik had nog kunnen schrijven over de harde wind die hier dikwijls aan de ramen rammelt tijdens de wintermaanden, of over de naargeestige videoclips die ik soms obsessief blijf spelen, mijn herinneringen aan Istanboel en Parijs, de laatste steden die ik bezocht voor mijn terugkeer naar Kaapstad, over de prachtig geschreven filmrecensies in Die Burger van Laetitia Pople (‘Spannende oe-ah!-aksie, mitiese wêrelde wat skouspelagtig ontvou en natuurlik koeng foe sorg vir nog ’n gewaarborgde loketreus’ – over Kung Fu Panda II), of over MacGregor, de schoonmaker van het complex waar we wonen. MacGregor is als zoveel mensen in dit land; iemand met veel verhalen. Komt elke ochtend met de trein vanuit Bonteheuwel naar Sea Point. Als ik vroeg ben, zie ik hem al op het station, rond half zeven. Anders tref ik hem in het gebouw. Bonteheuwel is een township waar vooral ‘colourds’ wonen. Ik weet nooit hoe ik ze hier moet noemen (en mezelf, gezien m’n huidskleur): bruinmense, kleurlingen, bruine mensen, gekleurde mensen – wat een gedoe.
Breed heeft MacGregor het niet, en dan elke dag werken in een welgestelde buurt. Je hoeft niet heel erg hard je best te doen om binnen de kortste keren schuldgevoelens op te bouwen. Terwijl je weet dat zo’n schuldgevoel eigenlijk een belediging zou zijn aan het adres van iemand als MacGregor; je zou alleen maar een slachtoffer van hem maken. En het laatste wat hij zou zijn, is een slachtoffer. Schijnt vier keer getrouwd te zijn, heeft rond de twintig kleinkinderen. Elke ochtend zegt hij: ‘Have a blessed day!’ Maya is gek op hem, en als ze hem een ochtend niet ziet, vraagt ze: ‘Waas Humgregor nou?’
Daarover had ik het ook nog eens kunnen hebben, de elementaire wereld van een kind. Over m’n dochter die niets moet hebben van de wind, en steeds roept ‘Nee wind, nie doen’. Of als de zon in haar ogen schijnt (en schijnen doet ie): ‘Nee son, nie doen!’ De wereld zonder gradaties, wat een belevenis en wat een chaos moet dat zijn. Dat je naar een vogel loopt en met de beste intenties roept ‘Hello vogel!’ En dan vliegt ie weg! Of dat je een vlieg met je ogen probeert te volgen en zegt ‘Wag, vlieg!’
Maar dat hoeft allemaal niet meer, het is wel mooi geweest. De paar lezers die hier af en toe eens kwamen buurten dank ik hartelijk voor de aandacht, en ek stuur vir u baie groete uit hierdie wonderlike, onthutsende, skitterende plekkie aan die suidpunt van Afrika.
Groetnis, en mooi bly,
Alfred
Uit verwondering werden wij geboren,
aan andere verwondering gaan wij dood.
Leven is verwondering verliezen.
Tenzij geboren worden en doodgaan
zou zijn doodgaan en geboren worden.
Leven zou dan een andere verwondering zijn:
de derde.
De meest ondraaglijke.
(Roberto Juarroz, Elfde verticale poëzie, vertaald door Guy Posson, 2001)
Meer blogs

Mij is de wrake – over vechtfilms
Mijn eerste vechtfilms waren ongetwijfeld met Bud Spencer en Terence Hill, die eigenlijk Carlo Pedersoli en Mario Girotti heetten. Zeer opmerkelijk: helden in de zogenaamde spaghetti-westerns (gemaakt in Italië) moesten blijkbaar een Amerikaanse naam om het spaghetti-aspect te verdoezelen. Bud was een vriendelijke iets domme dikke reus die mensen het liefste met een vuist als...
Lees verder
Onder de moede blaren - over het bos
De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
Lees verder
Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder




























