‘Een schietclub in Oslo heeft vandaag bekend gemaakt dat Breivik sinds juni 2010 actief lid was. Eerder was hij lid geweest van 2005 tot 2007. […] Volgens de club gaf het gedrag van Breivik echter geen directe aanleiding tot zorgen.’
(Uit: de Volkskrant, 27-7-2011)
‘De dader van de schietpartij in Alphen aan den Rijn is de 24-jarige Tristan van der V. Hij was lid van een schietvereniging. Hij had een vergunning voor vijf wapens, en drie wapens in bezit. Het is niet duidelijk of hij daarmee geschoten heeft.’
(Uit: de Volkskrant, 9-4-2011)
Staat verzekerend
‘Ik was aan het winkelen en ineens zag ik een rugzak staan. Helemaal alleen in een drukke winkelstraat. Net toen ik de politie had gebeld, kwam er een jongetje aanrennen.’
Mevrouw Berends in de brochure Wat wordt er gedaan tegen terrorisme? En wat kunt u doen?
I
De kans dat er een terrorist* in uw wijk woont, is erg klein.
Mensen worden niet van de ene op de andere dag terrorist.
Heeft uw kind veel aandacht voor radicale ideeën?
Praat daar dan over met hem of met haar.
Mensen die zich verdacht* gedragen, worden scherp in de gaten gehouden.
Ook mensen die geen toekomst* voor zichzelf zien
kunnen een risico vormen. Meer dan we kunnen vertellen.
Daarom is er speciale aandacht voor plekken* waar radicalisering ontstaat.
We luisteren af. We infiltreren. We verzamelen en bestuderen
informatie over verdachte personen en groepen.
Wat de overheid wel en niet mag, is in wetten* vastgelegd.
Om terrorisme beter te kunnen bestrijden, worden wetten aangepast.
In een paar minuten zijn we aan de andere kant van het land.
We gaan er onmiddellijk op af.
U kunt niet altijd aan iemands uiterlijk* zien of hij of zij een terrorist is.

II
We weten veel* en we doen veel.
In situaties van verhoogd risico zal er meer controle zijn.
We zoeken naar bewijsmateriaal* dat in de rechtszaal kan worden gebruikt.
Een officier van justitie kan niet altijd precies inschatten
of het bewijsmateriaal voldoende is voor een veroordeling.
Iedereen heeft het recht om zijn of haar mening te geven.
U begrijpt dat het niet goed is om te veel te vertellen.
Het niveau kan veranderen* in de tijd. Mijn collega’s* en ik
draaien ploegendienst. We houden de boel dag en nacht in de gaten.
Meer dan 200.000 professionals werken samen.
Dat kan op scholen zijn, maar ook in gevangenissen of op internet.
We komen ook in contact met mensen die dreigen te ontsporen
of verkeerde ideeën* ontwikkelen.
Meer dan we kunnen vertellen.
We hebben gelukkig nog nooit meegemaakt dat er echt iets aan de hand was.
III
Iedereen* moet zich aan de wet houden.
Let u vooral extra op in situaties waar veel mensen bij elkaar zijn.
Ga zo snel mogelijk naar een open plek. Kijk bij een aanslag regelmatig
naar de televisie of luister naar de radio voor informatie.
Als het donker is, gebruik dan geen lucifers of een aansteker.
Het kan zijn dat u toevallig* mensen met elkaar hoort praten
en dat hun woorden u verdacht voorkomen.
Een bestelbusje* dat al twee weken bij u in de straat staat,
hoeft niets te betekenen. Maar het kan wel. Meer dan we kunnen vertellen.
Let u in elk* gebouw altijd op waar de nooduitgangen of vluchtgangen zijn.
Bescherm uzelf tegen rondvliegend of vallend materiaal.
Bent u zelf niet ernstig gewond, help dan zo veel mogelijk anderen.
Ga niet kijken op de plek van de aanslag. Ga niet in groepen* staan.
Er kan nog een bom ontploffen.
We moeten voorkomen dat netwerken overbelast raken.

IV
Moeten we ons zorgen maken?
Waarschijnlijk was iemand vergeetachtig en is er niets aan de hand.
In geval van dreiging krijgen mijn collega’s en ik een sms’je.
Zodat we precies* weten wat we moeten doen. Meer dan we kunnen vertellen.
De inhoud van containers kan bekeken worden door een scan.
We zien dan, net als bij een röntgenfoto, precies wat erin zit.
Elk onbekend* vliegtuig boven ons land wordt meteen opgemerkt.
We werken aan een apparaat waarmee je door kleding kunt kijken.
Je ziet ook echt de vorm* van een pistool of een mes,
anders dan bij een metaaldetector. Er is geen reden voor paniek.
Belangrijk is dat we elkaar blijven respecteren* en vertrouwen.
Dat we in gesprek* blijven met de buurtbewoners.
Als het moet, zetten we de trein stil. We kunnen niet voorzichtig genoeg zijn.
Het is belangrijk dat ons leven niet wordt overheerst door angst.
Meer informatie is ook beschikbaar in een groter lettertype.
Voor ‘Staat verzekerend’ is gebruik gemaakt van de brochure ‘Wat wordt er gedaan tegen terrorisme? En wat kunt u doen?’
(Alfred Schaffer, Schuim, 2006)

























Ik was alleen, maar niet verlaten.
Het schrikbarende vermaak dat die avond van Hollandse meesters belooft, vormt een stevig contrast met een van de grootste romans uit de Afrikaanse canon, Sewe dae by die Silbersteins (1962) van de excentrieke en charismatische
Hy draai die kraan meteens oop, die stoomgesuis oorweldig alles, verdoof alle ander geluide en gaan oor tot die nuwe stilte wat uit die eenklank gebore word. Dis net Jock se mond wat oop en toe gaan. Henry kan die are in sy nek sien swel – sy magtige bors wat dein met die krag van sy onhoorbare krete. Sy oë is na die dak gehef, sy arms gekrom in die lug, sy hele liggaam sidderend in die geluidlose ontboeseming. Vir die eerste ruk is Henry verslae voor hierdie sonderlinge bieg, dan begin iets in homself ontwaak, in hierdie oorverdowende stilte – ’n gevoel van ganse alleenheid, asof hy in ʼn verlate landskap staan, in die eensaamheid van die wildernis, en in die afsondering van diep binne hom die oerkreet opwel, die verlange, die ontketende protes teen die magteloosheid, die weeklag van sy verlatenheid, die vrye, gans ander formulering van sy diepste begeertes, die ontlediging van sy hart self. Hy voel ʼn klammigheid op sy wange en besef dat dit trane is. Hy vee hulle met sy hand af en ontdek in die proses dat sy mond wawyd oop is. Daar is iets wat in sy keel prikkel, iets in sy bors, iets in sy longe, en hy besef dat hy homself ook oorgegee het. Nou eers begin hy dink en die aard van sy versugtings en protes formuleer, maar spoedig besef hy dat die gewone formulering nie nodig is nie. Sekere woorde, sekere begrippe, sekere geluide, waarvan hy self nie seker is nie, skreeu hy ten hemele; slegs die kern van gevoel du op, die halfgebore gedagtes kom en gaan en niemand weet wat te voorskyn kom nie. Dis meer as die stilswyende wens, verlange of weeklag, want dit is geartikuleer sonder die beperktheid van gewone artikulasie. Dis ʼn volkome vrye uiting sonder die bande van selfoordeel, want hy weet nie wat hy sê nie. Dis die grootste, die alleromvattendste kommunikasie met die Almagtige wat hy nog ooit ervaar het. 

‘Het is poëzie die de lezer verpletterd achterlaat: macaber en hallucinerend, maar ook vol ironie en vernuft en bovenal met een sterke emotionele kracht.’ Aldus de flaptekst achterop Sylvia Plaths Ariel (vierde, herziene, eerste tweetalige druk, De Bezige Bij 2003), vertaald door Anneke Brassinga.
Ook personages die minder mythisch lijken en midden in de stedelijke en rauwe realiteit staan, krijgen een stem. Dat gebeurde al in Noudat slapende honde, dat gebeurt nu nog sterker en doordachter. Deze poëzie gaat dikwijls een gesprek aan met Zuid-Afrikaanse geschiedenissen, liedjes, gedichten, opvattingen – ‘The empire writes back’, als het ware. Nu en dan is de toon bitter: geen wonder, gezien de geschiedenis. Maar zoals Fred de Vries concludeert in zijn mooie bespreking in 



