Theo Kars – de schrijver die er begin jaren zestig in slaagde de PTT op te lichten – is bezig met zijn memoires. Het eerste deel is nu verschenen. Waarin beschreven wordt hoe hij al op jonge leeftijd besluit om zijn eigen versie van het Wetboek van Strafrecht samen te stellen. In elk geval niet de uitgesleten paden van zijn vader te volgen, die hij een zielige sukkel vindt en zijn moeder die volgens hem een domme huisvrouw is. Dat eerste deel eindigt met het oplichten van de PTT. Van het buitgemaakte geld zette Kars – samen met Boudewijn van Houten – het literaire blad Tegenstroom op. In deel twee zal ongetwijfeld uit de doeken worden gedaan hoe hij opgepakt werd en in de gevangenis terecht kwam. Drie delen moeten het worden. Het laatste zal na zijn dood verschijnen, vertelde Kars me. Waarom? Kars antwoordde dat hij geen zin heeft om nog een keer in de gevangenis terecht te komen.
Steen (2)
Elke zondagmiddag maakten ze een tochtje, elke zondagmiddag hetzelfde tochtje. Naar de rivier. Ze gingen dan op een bankje zitten, keken naar het roestbruine water en aten boterhammen. Haar voeten rustten daarbij op een grote witte steen. Dat ze klein was, was geen geheim. Dat zagen zelfs haastige voorbijgangers. Zo was hij op het idee gekomen om ’s zondagsmiddags die steen voor haar mee te nemen. Zodat ook zij plezierig op het bankje kon zitten, zonder dat haar benen doelloos bungelden.De steen kwam uit Zwitserland, ze hadden hem meegenomen van hun enige buitenlandse vakantie. Maar dat wist niemand. De steen was een geheime herinnering.
Visjes
Nadat hij al de geschriften van Zhuang Zhi had vertaald heeft sinoloog Rik Schipper nu ook een nieuwe editie verzorgd van Lao Zi, het boek van de Tao en de innerlijke kracht. Ik heb zijn nieuwe vertaling nu al talloze malen opengeslagen, vooral ’s ochtends na het lezen van de ochtendkrant. Ik kan het iedereen aanbevelen. Je hebt dan bijvoorbeeld net gelezen over hoe volgens Balkenende het land moet worden bestuurd, je denkt ‘als dat maar niet verschrikkelijk afloopt, die man gebruikt teveel zware woorden’, en dan sla je Lao Zi open om te horen dat je het rijk moet besturen zoals je kleine visjes bakt.
Winkler
Ik denk niet dat Kees Winkler een groot dichter was. Toch pak ik een paar keer per jaar een bundel van hem, uitgegeven door Van Oorschot, uit de kast. Elke keer weer denk ik dan ’te makkelijk’ en daarna elke keer ook weer ‘maar wel een heel eigen toon’. Ik bezocht hem een keer. Hij woonde, dacht ik, in Buitenveldert. Toen ik aanbelde gebeurde er lange tijd niets. Toen ging de deur op een kier en zei een man in een witte badjas dat hij me helemaal was vergeten, maar dat ik vooral moest binnenkomen. Aan dat moment denk ik, als ik een gedicht van hem herlees.
Poes Eefje weg
’s Morgens heel vroeg liet ik hem uit
hij wandelde zijn gewone weggetje
door de tuin naar het hekje
ik heb hem nog nagekeken
Sindsdien is hij spoorloos
net of je kind vermist is
en toch verwacht je steeds
dat hij aan de achterdeur klauwt
Hij was gelukkig bij ons en wij met hem
de brokjes, het hart en de tuin
maakten zijn leven uit en ook
spinnend bij Judy op schoot
Misschien is hij wel dood
David Shields
“Deep down, you know you’re him
Gerrit Krol
Een van de mooiste interviews die ik op de radio heb gehoord is een gesprek dat Wim Noordhoek in 2007 had met Gerrit Krol over diens roman Duivelskermis.
‘Een ongewoon boek,’ zei Wim ter introductie. ‘Een vreemd boek, vindt hij ook zelf.’
Al een jaar of zes had Krol toen de ziekte van Parkinson. Gebrek aan dopamine veroorzaakt daarbij verstijving van ledematen of trillende handen en evenwichts- of spraakstoornissen. En meer. Geest en lichaam worden steeds moeilijker te besturen.
Om te kunnen functioneren krijgt de patiënt dan het dopamine- vervangingsmiddel Levodopa. Maar dit had – althans bij Krol – ernstige bijwerkingen: het schiep demonen. Dat is ook wat de hoofdpersoon in Duivelskermis overkomt.
Over die demonen vertelde Krol in het interview; hoe er bijvoorbeeld een vreemde in zijn kamer stond die in een hoek piste. En meer van dat soort onmiskenbare aanwezigheden.
Het interview is me vooral bijgebleven door de manier waarop Krol desondanks over zijn verschijningen sprak. Als over dingen die zich buiten hem om voltrokken.
Hij nam zijn eigen ziekte waar.
Ik dacht aan die radio-opname omdat er net een nieuw boek over Krol is verschenen, geschreven door Ad Zuiderent.
Ik heb Krol overigens ook eens geïnterviewd voor de radio. Dat is me bijgebleven omdat hij toen opeens zomaar een gedicht van Du Perron citeerde, me daarna aankeek en zei: dat is zo mooi.
Ik heb met eerbied het portret
van Vader uit de lijst genomen,
waar zoveel stof was ingekomen,
en toen weer in de lijst gezet.
Meer blogs

Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder
Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Zoeken
’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
Lees verder




























