De laatste Koninginnedag

Vandaag is Jeroen Brouwers jarig. Het zal zijn laatste verjaardag zijn die samenvalt met Koninginnedag. Na 73 jaar wordt hij verlost van de oranje schaduw die al heel zijn leven over zijn verjaardag hangt.
         
Op de dag van Brouwers’ geboorte trok er een feeststoet door de straten van Batavia. Juliana was 31 geworden. Een dertig meter lange papieren draak werd door de mensen omhoog gehouden en meegezeuld. Jongens en meisjes dansten en hielden ontbijtbordjes draaiende boven bamboestokken. Er gingen vliegers de lucht in en er klonk muziek. ´Onze kleine rakker wordt feestelijk ingehaald,´ zei pa Brouwers tegen zijn vrouw. Ik vraag me af of die iets van zijn woorden heeft meegekregen. Want terwijl de feeststoet hun straat indraaide, was ze driftig aan het persen. (uit: Mijn Vlaamse jaren)
         
Aan Jeroen Brouwers hebben we overigens de volgende karakterisering van onze nieuwe koning te danken: ‘De diepgang van een surfplank, het brein van een gup, de intellectuele uitstraling van een krop sla.’ Dit staat in Satans potlood (1997) maar is ook na te lezen in de Story, die een artikel aan deze uitspraak wijdde. Beatrix was er zo boos over dat ze overwoog om juridische stappen tegen Brouwers te nemen.

1300Dertig april is ook de verjaardag van Albert Egberts, de hoofdpersoon uit De tandeloze tijd van A.F.Th. Van der Heijden. Zijn geboorte wordt beschreven in Vallende ouders. ‘Ik had mijn moeder nog aan, maar ik ontkleedde me snel,’ laat Van der Heijden Egberts vertellen. ‘Ze gleed van me af als een jurk.’ Het was 1950, klokslag twaalf uur, nog net op Koninginnedag.
         
Egberts werd dertig op de dag dat Beatrix voor het eerst haar hermelijnen mantel aan mocht trekken. Overal in de stad waren rellen. Van der Heijden, altijd geïnteresseerd in het samenvallen van individuele gebeurtenissen met grote maatschappelijke ontwikkelingen, beschreef het verloop van deze dag in De slag om de Blauwbrug.
         
Vandaag, 33 jaar later, is er een nieuwe troonwisseling en in de fictionele wereld van Van der Heijden wordt Albert 63. Dat wil zeggen: mits de schrijver zijn hoofdpersonage tot in 2013 laat voortleven. Als het waar is dat Van der Heijden nog altijd doorschrijft aan De tandeloze tijd, dan gaan we misschien ooit nog lezen hoe het Albert Egberts op 30 april 2013 vergaat.
         
Compleet ondenkbaar is dat niet. Want in verschillende interviews heeft Van der Heijden verteld dat de nog te verschijnen vervolgdelen zich zullen afspelen aan het begin van de eenentwintigste eeuw. En dat Albert Egberts in die delen een rol zal blijven spelen.
         
De eerste troonwisseling in diens leven leidde tot de proloog van de cyclus. Wellicht levert deze tweede het materiaal voor een epiloog? Van der Heijden heeft eens gezegd dat het afrondende deel zal gaan over de moord in 2005 op Louis Sévéke. Werktitel: De oprotpremie. Maar later kondigde hij Kwaadschiks aan, een roman die ‘doorwerkt tot in 2008’, zoals hij anderhalf jaar geleden aan journalist Jeroen Overstijns vertelde. De plannen veranderen tot op de dag van vandaag nog voortdurend. Toen hij in 1996 het voorlopig laatste deel publiceerde, Advocaat van de hanen, had hij volgens eigen zeggen geen idee hoe hij De tandeloze tijd naar een definitief einde kon voeren. Je zou kunnen zeggen dat hij afwachtte wat voor mogelijkheden de actualiteit hem zou gaan bieden.

In de Oorshop

Alles komt goed – just keep dancing

Terwijl Maxim Februari zijn hier eerder aangehaalde essay Het regentonrumoer (Post Perdu, mei 1993) uitsprak/opschreef, legde David Foster Wallace

‘Waarop die Fransman zegt: maar daarom heb ik ook altijd een stokbrood bij me!’

‘Hahahaha!’

‘Hahaha. Een stokbrood! Vanwege die alpinopet, snap je?! Hahahaha!’

‘Hahahaha – hou op, hou op, ik doe ’t in m’n broek – hahaha!’

‘Jongens? Hallo? Kan ’t iets stiller? We zitten te bloggen.’

‘O, is ’t al begonnen? Sorry.’

‘Ja, sorry, sorry… let volgende keer verdomme zelf een beetje op… Nu staat dat stomme ge-eikel van jullie al op internet.’

‘Nou, nou, onze nederige excuses hoor Mijnheer De Grote Schrijver, ik wist niet dat je kwaad werd.’

‘…’

‘We zeggen al niks meer! Arrogante paardenlul!’

‘…’

[ Opnieuw. En… actie! ]

IJTerwijl Maxim Februari zijn hier eerder aangehaalde essay Het regentonrumoer (Post Perdu, 1993) uitsprak/opschreef, legde David Foster Wallace aan de andere kant van de Atlantische Oceaan de laatste hand aan de eerste versie van zijn grote filosofische roman Infinite Jest.

In een voorwoord dat sinds de tiende verjaardag van het boek aan Infinite Jest vooraf gaat noteert Dave Eggers over DFW: ‘He was already known as a very smart and challenging and funny and preternaturally gifted writer when Infinite Jest was released in 1996, and thereafter his reputation included all the adjectives mentioned just now, and also this one: Holy shit.’

Infinite Jest is één van de weinige boeken die je zonder weggehoond te worden Belangrijk mag noemen. In Passionate Magazine (2010, nr. 2) noemde ik de roman ‘de sloopkogel van het postmodernisme’ – een mening waarin het verschijnen van DFW’s The Pale King (2011), een boek dat antwoorden zoekt op de vraag hoe je het vacuüm (leegte, verveling) dat op een totale sloop volgt kunt overleven, me alleen nog maar heeft gesterkt.

Maar de wijzers lopen door. Wallace is dood (en god voelt zich ook niet lekker) en sowieso blijft alles altijd maar veranderen natuurlijk. De vraag is: wat komt er ná DFW? Om te beginnen: in Nederland? Moet hier nog wat breekwerk worden verricht? Of heeft de Nederlandse roman de afgelopen twintig jaar al vanzelf ‘een volwassen interesse’ ontwikkeld? Welke auteurs provoceren hun lezers tot autonoom kijken en kiezen? En is de Filosofische Roman onderdeel van een Groot Geheim Plan om De Wereld te Verbeteren? Of is een FR vooral a lot of fun?

Aanstaande vrijdag 3 mei 2013 op het Centre Court van Perdu: visies op de Nederlandse Filosofische Roman van/door Stephan Enter, Martijn Knol, Carel Peeters, Dirk van Weelden – aansluitend een debat onder leiding van filosoof Mathijs Gomperts. Meer informatie/reserveren: Perdu (Amsterdam).

Tirade onbewogen bewegers.

Soundtrack bij deze posting (t.b.v. Federeriaans voetenwerk) : Everything will be alright if we just keep dancing like we’re 22 (echo: 22).

Volgende week (6/5/13) op deze plek:  Één van de meest onthutsende brieven uit de recente literatuurgeschiedenis…

Verantwoording: de zinsnede ‘ik wist niet dat je kwaad werd’ (hierboven) is een citaat.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Ziekenhuis, oorlog en andere woorden

Op de eerste van de drie middelbare scholen waarop ik heb gezeten, vroeg de techniekleraar ons eerstejaars: ‘Wat kan moeiteloos alle vormen aannemen?’ We waren in het handarbeidlokaal in de kelder, op de houten werkbanken zaten verfvlekken die zich lieten lezen als wolken – dartelende hondjes, briesende drakenkoppen en bloedvlekken van ecoline.

De techniekleraar heette Cliff en hij droeg bergschoenen en een kaki-kleurig overhemd, zo een als crocodile hunter Steve Irwin ook had. Een flinke hanger van bot of steen hing tussen de open knoopjes, het zwarte touwtje dat er aan vastzat verdween in zijn borsthaar. Hij leek meer op een surfdude annex bosjesman dan op een techniekleraar, alsof hij op doorreis was en het handarbeidlokaal slechts een tijdelijk station was, een per ongelukke pleisterplaats.

            ‘Water’, zei Cliff. ‘Water neemt moeiteloos alle vormen aan.’

Hier denk ik aan, nu ik in het ziekenhuis zit op een afdeling waar ik niet moet zijn. (Ik ben hier niet voor mezelf, maakt u zich geen zorgen.) Ik ben in het ziekenhuis omdat ik op bezoek moet, maar ik ben naar deze andere afdeling gedwaald omdat ik van het ziekenhuis houd. Als ik kon zeggen waar dat precies in zit, hield ik er waarschijnlijk niet zo van. Wie teveel bezig is met het opdiepen van oosprong en wortels, ziet niet dat er daarboven iets groeit.

Afgelopen week hoorde ik een gesprek met Hans Jaap Melissen. Elke maand vertrekt hij naar Syrië om verslag te doen van de oorlog. Radio1 wilde van hem horen over ‘de psyche van de oorlogsverslaggever’. De presentator vroeg waarom hij niet wekelijks of voortdurend of in ieder geval nu in Syrië was.
            ‘Ik heb ook nog een gezin. Tenminste, net nog wel’, antwoordde Melissen. Net nog wel. De oorlogsverslaggever houdt er rekening mee dat het bestaan van zijn gezin, sinds zijn komst in de radio-studio, niet vanzelfsprekend is. ‘Ik heb wel een zekere fascinatie voor de dood’, erkende hij: ‘In ieder mens zie ik een toekomstig lijk.’ (Wortels die je niet moet uitgraven)

Wat hem natuurlijk ook aantrok, is dat een oorlogsgebied, althans voor een buitenlandse journalist, een ‘wereld in een wereld’ is. Waar je komt, je onderdompelt en weer gaat, waar alles radicaal anders is, andere wetten gelden.

Wat voor hem de oorlog is, is voor mij het ziekenhuis. Hier binnen balt een diverse bevolking samen – Sjonnies en Jan-Willems, Somaliërs en Leidenaren – , verbonden onder de noemer van ellende – een beetje zoals met het Koningslied.

Ziekte is verschrikkelijk, de dreiging van de dood is verschrikkelijk, de kinderafdeling, EHBO en IC zijn verschrikkelijk. Maar verschrikkelijkheid geklonterd in één gebouw heeft iets veiligs. Buiten de draaideuren verspreidt de verschrikkelijkheid zich, vertroebelt het de lucht en weet je nooit óf en wanneer en van welke kant het je verrast. In oorlogstermen: in het ziekenhuis is verschrikkelijkheid een front – groots, dreigend, maar overzichtelijk – daarbuiten een gevaarlijk onvoorspelbare groep guerilla strijders.

Verschrikkelijkheid is dus een beetje als water. Zet er een gebouw voor neer, en het verzamelt zich.

(Overigens moet je uitkijken voor oorlogs- en krijgersmetaforen in combinatie met ziekte. Voor het waarom, lees Susan Sontags Illness as a metaphor of wat Karin Spaink schrijft over Pink Ribbon)

Ik zie een man, hij zit onder de kapstok in de wachtkamer. De mouw van een jas –  rood, winters nog – hangt vlakbij zijn gezicht. Hij frummelt door een showbizz-blaadje en blijft hangen bij Bram M.. Misschien gelooft hij in een wet die zegt dat het leed van een ander, het jouwe opheft. Dat wanneer de wereld instort voor Bram, het zijne nog wel even gestut staat. Bijgeloof of irreële logica waar ook Melissen zich schuldig aan maakt: ‘Soms denk ik: heb ik mijn geluk verbruikt? Het gaat al zo vaak goed.’

Omdat er niet nog een showbizz-blaadje ligt, steek ik mijn been in de lucht (omdat, steek: irreële logica). Ik houd het gestrekt als een soldaat (voor Melissen), kijk naar mijn zwarte panty en zoek het woord voor de blauwe plekken of ijsbloemen of de mini-mierenhoopjes in de stretchstof. Ik bedoel die beschadiging die ontstaat wanneer je met je panty ergens tegen aan schuurt. Dat is iets anders dan een ladder. Daar smeer je doorzichtige nagellak op zodat ie niet verder uitdijt, maar tegen dit probleem helpt niets.

Moeiteloos vormen ze zich niet, woorden. Maar ze proberen er altijd te zijn, waar dan ook. ‘At the end of the day words, like us human beings, are made of water. They can be shaped and reshaped endlessly.’, las ik laatst bij de Turkse schrijfster Elik Shafak.

Ik denk aan mijn techniekleraar annex bosjesman annex surfdude Cliff en dat de W voor mij vooral van woorden is. In de woordenwereld spoelt water alles altijd symbolisch weg. Dit is gewoon het ziekenhuis.

Ik zoek het bordje naar de afdeling terug. Oncologie. Verschrikkelijkheid samengebald. Het is oorlog (sorry Susan, sorry Karin).

 

psychomotor

Gisteren volgde ik college over het (on)vermogen beslissingen te nemen bij mensen die depressief zijn. Omdat mensen die zwaar depressief zijn vaak lijden aan een aandoening die ‘psychomotor retardation’ heet (een aandoening waarvan ik de naam zo mooi vind, dat ik hem haast zou willen hebben), lukt het ze niet om beslissingen te maken. Hun tijdsbesef is dusdanig defect dat het simpelweg niet mogelijk is om een eenvoudige keuze als ‘wel of niet douchen?’ zin te geven. Ze spreken langzaam, hun bewegingen zijn sloom.

Hier zijn de vier criteria waaraan je moet voldoen om niet als psychomotorische retard door het leven te gaan wanneer het het nemen van beslissingen betreft (Martin, W., ‘Temporal inabilities and dicision-making capacity in depression’, 2013):

– ik ervaar de toekomst als ‘open’
– ik ervaar mijn huidige taak van afwegen en een keuze maken als van invloed op de toekomst
– tussen de verschillende mogelijke toekomsten die ik voor me zie bestaan normatieve verschillen
– indien noodzakelijk voor het maken van mijn afweging kan ik de verschillende toekomstscenario’s enigszins gedetailleerd voor me zien

Maar is dit werkelijk hoe wij tot een besluit komen? Ik heb het idee dat ik voortdurend keuzes maak die niet van invloed op de toekomst kunnen zijn, omdat andere mensen roet in het eten gooien. Ik weet dit, en toch is er niets mis met mij. En wanneer het punt drie betreft: hoe vaak gooien we niet een muntje op omdat het geen barst uitmaakt welke uitkomst er zal zijn, als er maar een uitkomst is? Vaak gaat het er eerder om dat je een keuze maakt, dan welke dat ook moge zijn. Je moet een risico nemen. Niemand weet hoe het zit.

En dan is er nog de methode waarbij je de beslissing die overduidelijk betrekking heeft op je eigen leven, buiten je probeert te plaatsen. Zijn we niet allemaal voortdurend op zoek naar de tekens aan de wand, de drie groene stoplichten op rij die bevestigen dat je je geliefde mag kussen? Ik wel, ik houd van tekens en symbolen. Voor een deel is dit doordat je hiermee je verantwoordelijkheden kunt ontlopen: ik was het niet die je de liefde verklaarde, want toen er binnen twintig minuten twee knopen van mijn blouse afvielen en ik daarna drie keer tegen het aanrecht stootte, verscheen er een blauwe plek in de vorm van een hartje op mijn heup. Toen had ik natuurlijk geen keus meer.

Soms ook vind ik het fijn om te denken dat ik een overmatige religieuze aanleg heb. Uit onderzoek is gebleken dat er een gebied in de hersenen is dat als het maar genoeg gestimuleerd wordt, religieuze ervaringen in gang zet, mensen aanzet tot geloof, welk geloof dan ook – en aangezien ik atheïstisch ben opgegroeid, daar ook achter sta, probeert dit gebied me op andere manieren te benaderen.

Misschien dat ik daarom vertederd kan raken om een gebarsten knikker, of me schuldig voel wanneer ik een ijsje in de vorm van een rendier eet.

Wat ik niet kan missen

Sinds ik op mijn site onder het kopje over Gilles heb geschreven dat ik het gelukkigst ben in Venetië, wordt me vaak gevraagd waarom ik het gelukkigst ben in Venetië. Zo kwam ik erachter dat het misschien niet zo’n ramp is dat ik voor het derde jaar op rij vergeten ben die website op te zeggen. Kennelijk kijken de mensen er toch naar.

Bovenstaande woorden schreef ik gisterenmiddag aan de eettafel van een huurappartementje aan de via Garibaldi. Buiten, onder het raam, gingen de gasten van Bar Mio richting het eerste aperitief van de dag. Toen ik een punt achter naar gezet had, voegden mijn moeder en ik ons bij hen.

De rest van de dag dacht ik na over wat er zo fijn is aan deze stad. Ik kwam er niet uit.

Ja, natuurlijk zijn er al die dingen die je te zien krijgt als je bij Google nog maar net de eerste letters hebt ingetikt. Maar ik heb vrienden die zeggen dat het voor hen veel zwaarder weegt dat er geen Italianen meer in de stad te vinden zijn, dat het hier platgelopen is door de toeristen; dat La Serenissima alleen een droom kan zijn voor Amerikaanse vrouwen van 50-plus. Ondanks mijn eigen protesten dat ik hier een aantal Venetianen heb leren kennen, geef ik die vrienden gelijk. 

Op de boot, onderweg naar een ander deel van de stad om wat rauwe zeebeesten te gaan eten en mogelijk ook wel een risotto met gare zeebeesten, probeerde ik het probleem op een andere manier te benaderen. Lichtdronken door de zon op de golfjes van de lagune, zocht ik by process of elimination naar wat voor mij de kern van deze stad is. 

Zou ik het hier nog fijn vinden als er niet zoveel water was? Waarschijnlijk wel. Water, kon weg.

Zou mijn hart nog bijna mijn borst uit knallen bij het zien van de skyline als er geen campaniles meer boven de huizen uitstaken? Kerken, streep. 

Zou ik nog aangeschoten van heerlijkheid door de stegen dwalen als er niet overal wijn te halen was, met een dingetje erbij? Drank, onnodig. 

En het eten? Hoe zat het daarmee? Nee, dacht ik. Ik kook zelf wel. Dat kon ook weg.

Blijkbaar blijft de stad ook overeind als ik Birre niet bij me heb, met wie ik hier toch altijd zo gelukkig ben. Of Nadim. Of Otis de Hond. 

Toen kwam ik in gedachten bij mijn vriend Gabriele Bianchi, een van de sympathiekste figuren uit de buurt en gelukkigerwijs ook de eerste Venetiaan waarmee ik – nu zeven jaar geleden – ooit een praatje maakte. Als hij er niet meer was, wat dan? 

Op mijn meest gestreste dagen in Nederland, als ik met gesloten ogen op zoek ga naar die perfecte stille plek (waar anderen misschien de zee, de bergen, dat strand in Thailand oproepen), visualiseer ik te lopen over de via Garibaldi, met mijn tas over mijn schouder. Herfstlicht in de straat, en de lange schaduwen van een vroege ochtend. De rolluiken van de winkel van mijn vriend zijn open; de frisdrankkoelkast waaraan hij zo’n hekel heeft – die met het luide Cola-logo erop – heeft hij al naar buiten gerold.

Het moment vlak voor ik over Gabrieles drempel stap,

voor hij overeind komt van wat hij ook aan het doen is,

voor hij me herkent en onder zijn snor die schitterende scheve glimlach tevoorschijn komt,

die honderdste seconde vlak voor hij mijn naam zegt. 

Dat, by process of elimination, bleek absoluut onmisbaar aan Venetië.

 

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

‘We will keep fighting, and we will win!’

Denise Richards in Starship Troopers

Gisteren opende de inschrijving voor aspirantkolonisten van de planeet Mars. De rode planeet, die 70 keer droger is dan de droogste plek op aarde spreekt al eeuwen  tot de verbeelding. Toen in de jaren ’70 een spoor van aanwezigheid van zeker stofje werd aangetroffen, gingen in een laboratorium in Amerika de flessen champagne open. Er was mogelijk, ooit,  een aanzet tot een stof geweest die leven mogelijk maakte, geweest! Over marsmannetjes hebben we het allang niet meer. Wel weten we inmiddels heel behoorlijke apparatuur op de planeet krijgen, waardoor onze kennis nu snel groeit.

Een team van astronauten wordt nu geselecteerd voor een enkele reis naar Mars. Een enkele reis? Ja een enkele reis. Of zoals Buzz Aldrin zei: ‘The pilgrims on the Mayflower didn’t hang around Plymouth Rock waiting for a ship to take them back.’ Nee, maar Amerika in 1620 moet er aanmerkelijk plezieriger hebben uitgezien dan Mars in 2023.

Na drie weken grijs weer word ik wel eens wanhopig dat ik de blauwe lucht niet zie, met witte wolken. Geen onbekend verschijnsel getuige een juichend liedje als  Mister Blue Sky, op een Zwitserse alp geschreven na twee weken slecht weer. Wat voor geestesgesteldheid is er voor nodig je vrijwillig voor waarschijnlijk eeuwig op een kurkdroge planeet te laten zetten, minimaal 60 miljoen kilometer hiervandaan, waar het ‘ s ochtends -140°C graden kan zijn? Wat gebeurt er dan met je als je denkt: ‘boom’? En het zijn geen gevluchte misdadigers die gevraagd worden hoor, het eisenpakket is er naar. 

Zou de motivatie van de kandidaten seksueel getint zijn? Of meer Dawkins’ The Selfish Gene indachtig? Je maakt immers kans de aartsvader of -moeder van een Nieuwe Wereld te worden! Je genenpakket is van groot belang voor de plaatselijke toekomst!  En in elk geval zal het vanuit het kolonistenproject de bedoeling zijn dat de astronauten met elkaar een hele hoop kindertjes maken. Misschien werkt het beter dan Parship: Starship! (film van Paul Verhoeven, gisteren op tv) Het is een heel oude kolonisatie-impuls: van de onbekende taart krijg je als je de eerste bent wel een heel groot stuk. Bij het denken over de selectie verschijnen wel veemarktachtige taferelen voor het geestesoog: er worden kaken opengeklemd om de kwaliteit van het gebit te beoordelen, er wordt heupomvang gemeten, intelligentie, spierkracht, borstomvang.

Ja natuurlijk, Starship troopers levert het beeldmateriaal dat mij voortdurend voor ogen zweeft. Stoere mannen mooie vrouwen, een licht fascistoïde ondertoon.

Men zoekt stabiele mensen, maar ik denk eerder dat je nabij geestdood moet zijn om dit aan te durven. Afzien van de wereld waarin je leeft, wat is dat anders dan zelfmoord? Mijn inschatting is dat deze kandidaten zich niet realiseren in welke mate hun bestaan gevormd wordt door hun omgeving. Of ze moeten die omgeving zijn gaan haten. Een groot verschil met de pilgrims: nu weet je hoe het er daar uit ziet: niet goed.

Hoe ver zou dit project vooruit denken? Allicht is er bouwmateriaal en voldoende eten voorradig, maar worden er muisjes ingepakt om de eerste geboorte te vieren? Een stukje kunstgras om weemoedig de illusie te koesteren? Cyaankali voor een gezocht levenseinde? Krijgen we de kolonisatie eigenlijk op tv te zien? Mislukte pogingen om dit of dat gebergte te beklimmen twee keer zo hoog als het hoogste hier? Zal een van de astronauten zich tot een Terror Jaapachtige figuur ontpoppen, of allemaal?

Ja, het is bij nader inzien een veelbelovend project. Hier aanmelden.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Meer blogs

  • Afbeelding bij Onder de moede blaren - over het bos

    Onder de moede blaren - over het bos

    De encyclopedie van het geluk 31 Het is warm en ik verlang intens naar de koelte van het bos. Ik ben opgegroeid op de scheidslijn tussen bos en veld dus je kon altijd beide kanten uit, maar ik zat van jongs af aan het meest in het bos. Zoals je in een oceaan op een...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Veerkracht

    Veerkracht

    Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
    Lees verder
  • Afbeelding bij Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen

    De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
    Lees verder
Tirade bloggers
  • "Foto van Gigi Müjde"
    Gigi Müjde

    Gigi Müjde studeert in augustus 2025 af van de schrijfopleiding met een gemoderniseerde bewerking van het Middelnederlandse toneelstuk Mariken van Nieumeghen, namelijk: Meryem van Mokum. Door de lens van een oud Nederlands stuk, reflecteert die op de hedendaagse Nederlandse samenleving. In diens schrijven, speelt Gigi met taal, gebaar en referenties – om de lezer een eigen(aardige) wereld in te lokken vol verwarring en plezier. Die schrijft ook graag in samenwerking, vooral met Robin Alberts volgens hun eigen versie van de flarf-techniek, waarin er een tekst heen en weer wordt verstuurd en om en om wordt herschreven tot het onherkenbaar vol zit met liefde voor taal. Gigi schrijft alleen vanuit liefde, anders telt het niet.

  • "Foto van Eline Helmer"
    Eline Helmer

    Eline Helmer (1993) begon na een BA Antropologie (University College Utrecht) en MSc Russische en Oost-Europese Studies (University of Oxford) in 2017 aan een PhD (University College Londen). Ze woont en werkt sinds 2015 in Rusland; eerst één jaar in Pskov, daarna in Sint-Petersburg en ze portretteerde voor Tirade mensen die ze ontmoet.

  • "Foto van Menno van der Veen"
    Menno van der Veen

    Menno van der Veen studeerde filosofie en wijsbegeerte. In 2019 publiceerde hij zijn tweede roman Ontweten bij Van Oorschot. Menno werkt ook als onderzoeker, consultant en trainer op het gebied van democratie, participatie en mensenrechten. Momenteel werkt hij aan zijn derde roman (werktitel Het profetenverbod). Die is naar verwachting klaar in 2022.