Elke zondagmiddag maakten ze een tochtje, elke zondagmiddag hetzelfde tochtje. Naar de rivier. Ze gingen dan op een bankje zitten, keken naar het roestbruine water en aten boterhammen. Haar voeten rustten daarbij op een grote witte steen. Dat ze klein was, was geen geheim. Dat zagen zelfs haastige voorbijgangers. Zo was hij op het idee gekomen om ’s zondagsmiddags die steen voor haar mee te nemen. Zodat ook zij plezierig op het bankje kon zitten, zonder dat haar benen doelloos bungelden.De steen kwam uit Zwitserland, ze hadden hem meegenomen van hun enige buitenlandse vakantie. Maar dat wist niemand. De steen was een geheime herinnering.
Visjes
Nadat hij al de geschriften van Zhuang Zhi had vertaald heeft sinoloog Rik Schipper nu ook een nieuwe editie verzorgd van Lao Zi, het boek van de Tao en de innerlijke kracht. Ik heb zijn nieuwe vertaling nu al talloze malen opengeslagen, vooral ’s ochtends na het lezen van de ochtendkrant. Ik kan het iedereen aanbevelen. Je hebt dan bijvoorbeeld net gelezen over hoe volgens Balkenende het land moet worden bestuurd, je denkt ‘als dat maar niet verschrikkelijk afloopt, die man gebruikt teveel zware woorden’, en dan sla je Lao Zi open om te horen dat je het rijk moet besturen zoals je kleine visjes bakt.
Winkler
Ik denk niet dat Kees Winkler een groot dichter was. Toch pak ik een paar keer per jaar een bundel van hem, uitgegeven door Van Oorschot, uit de kast. Elke keer weer denk ik dan ’te makkelijk’ en daarna elke keer ook weer ‘maar wel een heel eigen toon’. Ik bezocht hem een keer. Hij woonde, dacht ik, in Buitenveldert. Toen ik aanbelde gebeurde er lange tijd niets. Toen ging de deur op een kier en zei een man in een witte badjas dat hij me helemaal was vergeten, maar dat ik vooral moest binnenkomen. Aan dat moment denk ik, als ik een gedicht van hem herlees.
Poes Eefje weg
’s Morgens heel vroeg liet ik hem uit
hij wandelde zijn gewone weggetje
door de tuin naar het hekje
ik heb hem nog nagekeken
Sindsdien is hij spoorloos
net of je kind vermist is
en toch verwacht je steeds
dat hij aan de achterdeur klauwt
Hij was gelukkig bij ons en wij met hem
de brokjes, het hart en de tuin
maakten zijn leven uit en ook
spinnend bij Judy op schoot
Misschien is hij wel dood
David Shields
“Deep down, you know you’re him
Gerrit Krol
Een van de mooiste interviews die ik op de radio heb gehoord is een gesprek dat Wim Noordhoek in 2007 had met Gerrit Krol over diens roman Duivelskermis.
‘Een ongewoon boek,’ zei Wim ter introductie. ‘Een vreemd boek, vindt hij ook zelf.’
Al een jaar of zes had Krol toen de ziekte van Parkinson. Gebrek aan dopamine veroorzaakt daarbij verstijving van ledematen of trillende handen en evenwichts- of spraakstoornissen. En meer. Geest en lichaam worden steeds moeilijker te besturen.
Om te kunnen functioneren krijgt de patiënt dan het dopamine- vervangingsmiddel Levodopa. Maar dit had – althans bij Krol – ernstige bijwerkingen: het schiep demonen. Dat is ook wat de hoofdpersoon in Duivelskermis overkomt.
Over die demonen vertelde Krol in het interview; hoe er bijvoorbeeld een vreemde in zijn kamer stond die in een hoek piste. En meer van dat soort onmiskenbare aanwezigheden.
Het interview is me vooral bijgebleven door de manier waarop Krol desondanks over zijn verschijningen sprak. Als over dingen die zich buiten hem om voltrokken.
Hij nam zijn eigen ziekte waar.
Ik dacht aan die radio-opname omdat er net een nieuw boek over Krol is verschenen, geschreven door Ad Zuiderent.
Ik heb Krol overigens ook eens geïnterviewd voor de radio. Dat is me bijgebleven omdat hij toen opeens zomaar een gedicht van Du Perron citeerde, me daarna aankeek en zei: dat is zo mooi.
Ik heb met eerbied het portret
van Vader uit de lijst genomen,
waar zoveel stof was ingekomen,
en toen weer in de lijst gezet.
Zeehond
Saul Steinberg was geen goede tekenaar.
Het verhaal gaat dat hij eens twee mensen in bed tekende, en – per ongeluk, al krabbelend – achter dat bed nog een wezen dat het meeste weg had van een zeehond.
Ik zag de tekening vanochtend weer op internet.
Steinberg moet zelf ook verbaasd zijn geweest.
Maar hij was niet voor een gat te vangen.
Zo’n situatie kon je redden met woorden.
En dus zegt de vrouw geïrriteerd tegen de man: ‘okee jij je zin, je hoorde een zeehond blaffen.’
Meer blogs

Lezers
‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
Lees verder
Blauwbehoefte
Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
Lees verder
Humor
Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
Lees verder




























